Home

Kabinet-Schoof tolt rond in een draaikolk van wantrouwen en rivaliteit: het is lekken, spinnen en zwartmaken

Het kabinet-Schoof is zwaar aangeslagen na de achterdocht en ruzie over mogelijk racistische taal in de ministerraad. Het zou niet voor het eerst zijn dat een kabinet ten onder gaat aan ‘een vuile oorlog van lekken, spinnen, zwartmaken, onder de gordel slaan’.

is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.

‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen manier.’ Die literaire les van Lev Tolstoj is op het eerste oog ook toepasbaar op de politiek: wankele kabinetten gaan ieder op hun eigen manier ten onder, terwijl goed functionerende kabinetten allemaal steunen op dezelfde principes van onderling vertrouwen en goede persoonlijke verhoudingen.

Niemand was zich daar meer bewust van dan voormalig premier Mark Rutte. De langstzittende regeringsleider probeerde opspelende ruzies altijd zo snel mogelijk de kop in te drukken. Als er iets broeide, moest dat meteen uitgepraat worden. Rutte gaf zijn bewindspersonen de opdracht om niet over andere collega’s in het kabinet te praten. En als het dan toch onvermijdbaar was, dan mocht er alleen iets positiefs worden gezegd.

Alles over politiek vindt u hier.

Het waren lessen die mede werden getrokken uit de val van de laatste regering vóór Ruttes aantreden: het kabinet-Balkenende IV. De toenmalige coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie ging ten onder aan wantrouwen en persoonlijke rivaliteit. In Max van Weezels boek Fluisteraars van het Binnenhof uit 2011 omschrijft een van de geïnterviewden de gang van zaken rond Balkenende IV als ‘een vuile oorlog van lekken, spinnen, zwartmaken, onder de gordel slaan’.

Marsorders

In 2016 deed ex-PvdA-minister Ronald Plasterk uit de doeken hoe de ‘marching orders’ destijds werden gegeven aan het legertje spindoctors, voorlichters en assistenten: praat met de pers, maar laat de partijtop erbuiten. De politieke leiders konden zo altijd ontkennen zelf betrokken te zijn bij het moddergooien, terwijl ze wel elkaar beschuldigden van lekken en spinnen. ‘Dat holt natuurlijk het vertrouwen uit’, oordeelde Plasterk.

Het is van de weinige overeenkomsten met het huidige kabinet-Schoof. Ook nu vliegen de beschuldigingen over en weer. Het hoogtepunt werd afgelopen vrijdag bereikt rond het aftreden van NSC-staatssecretaris Nora Achahbar van Financiën. Via bronnen die anoniem wilden blijven, kwam naar buiten dat Achahbar zou zijn gevallen over volgens haar radicale, kwetsende en mogelijk zelfs racistische uitspraken gedaan in de ministerraad van vorige week maandag na het antisemitische geweld in Amsterdam. Het hele kabinet dreigde door die ontboezemingen in te storten. Dat werd uiteindelijk voorkomen toen premier Dick Schoof en de vier fractievoorzitters van PVV, VVD, NSC en BBB ontkenden dat er sprake was geweest van racisme. Ook de vertrekkende Achahbar nam dat woord niet in de mond.

Zo wassen alle hoofdrolspelers hun handen in onschuld, maar dat maakt het onderlinge wantrouwen er niet minder om. De gebeurtenissen van afgelopen vrijdag staan niet op zichzelf. Eerder wees BBB al openlijk naar NSC, omdat die partij Caroline van Plas tijdens de formatie via anonieme bronnen als een financieel-economische nitwit zou hebben afgeschilderd.

Omgekeerd voelt NSC zich al langer slachtoffer van ‘gespin’ door andere coalitiepartners, onder andere doordat details naar buiten kwamen over emotioneel gedrag van NSC-leider Pieter Omtzigt. De verongelijktheid laaide ruim twee weken geleden weer op na het vertrek van Folkert Idsinga. De NSC-staatssecretaris voelde zich door Geert Wilders ‘het mes op de keel gezet’, omdat de PVV-leider eiste dat hij zijn aandelenportefeuille openbaar zou maken. Idsinga, die voorheen VVD-Kamerlid, vond dat naar eigen zeggen zo onbehoorlijk dat hij vertrok.

VVD versus NSC

Tot afgrijzen van NSC’ers werd Idsinga daarna zwaar bekritiseerd. In De Telegraaf werd hij door anonieme VVD’ers omschreven als iemand die niet met druk kon omgaan en zich ziek meldde als er een spannende vergadering wachtte. Een niet nader genoemde minister uit het kabinet-Schoof omschreef Idsinga als ‘een aansteller’. Ook werd er informatie gelekt afkomstig uit het ministerie van Financiën, waar VVD-kopstuk Eelco Heinen de politieke baas was van Idsinga. Beide mannen zouden een zeer moeizame relatie hebben. Vorige week kreeg Idsinga met terugwerkende kracht ook nog via anonieme bronnen de schuld van de moeilijk verlopen begrotingsonderhandelingen met de oppositie.

NSC is ervan overtuigd dat de VVD hoofdverantwoordelijk is voor de anonieme aanval op Idsinga, wat tot nieuwe verbittering leidde over de houding van de liberalen. Oorspronkelijk hoopte NSC samen met VVD een tegenwicht te bieden aan de populistische instincten van PVV en BBB in het kabinet, maar daar is volgens de partij van Omtzigt weinig van terechtgekomen.

Bij het verzet tegen de inzet van noodrecht op het asieldossier merkte plaatsvervangend NSC-fractievoorzitter Nicolien van Vroonhoven al publiekelijk op dat ze geen steun kreeg van de liberalen. ‘Het leek op een gegeven moment of voor de VVD alles best was’, aldus Van Vroonhoven, die tijdens een debat bijna wanhopig opmerkte: ‘De VVD is óók rechtsstatelijk.’ Toen VVD-kopstukken na de rellen in Amsterdam volgens sommige NSC’er uitblonken in polariserende taal werd daarin nieuw bewijs gezien voor ‘de radicalisering van de VVD’.

Weinig wijst erop dat het na afgelopen vrijdag nog goed komt tussen de twee partijen. Er zijn diepe wonden geslagen. De VVD is ervan overtuigd dat anonieme NSC-bronnen vorige week bewust minister Heinen van Financiën in diskrediet hebben gebracht door hem in verband te brengen met racistische uitspraken. De liberalen ontkennen dat Heinen, die een onlosmakelijk onderdeel is van de VVD-top, ook maar iets te verwijten valt.

Op weg naar het einde

Het onderlinge wantrouwen is inmiddels zo groot dat niemand nog een hand in het vuur durft te steken voor een lang voortbestaan van dit kabinet. Door de slechte verhoudingen met de rest van de coalitie is NSC volledig geïsoleerd geraakt. Bij eerdere kabinetsvallen bleek al hoe kwetsbaar die positie is. Toen in 2012 het kabinet-Rutte I ten onder ging, stonden de coalitiepartijen VVD en CDA samen tegenover gedoogpartner PVV. De partij van Wilders kreeg van de andere twee partijen eensgezind de schuld voor de kabinetsval en werd jarenlang als ‘onverantwoordelijke partij’ naar de oppositiebankjes verbannen. Pas veel later bleek dat ook de wispelturigheid van het CDA – dat de indruk had gewekt fors op ontwikkelingssamenwerking te willen bezuinigen, maar daar later weer op terugkwam – een rol speelde bij het einde van Rutte I.

Dit keer lijkt NSC voorbestemd om van de andere partijen de schuld te krijgen van het inmiddels door bijna iedereen geanticipeerde voortijdig einde van het kabinet-Schoof. Wat er de laatste weken precies achter de gesloten deuren van het Catshuis is gebeurd, zal waarschijnlijk nog langer onduidelijk blijven. Ook dat is een overeenkomst met de literatuur: ongelukkige kabinetten leveren net als ongelukkige gezinnen de meeste schrijfstof op, maar dat kost meestal ook meer tijd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next