Home

Te midden van een veelvoud aan problemen is de grootste crisis het kabinet zelf

Toen vrijdagmiddag in het Catshuis het kabinet probeerde zichzelf bij elkaar te houden, spraken 85 kilometer verderop in het geelrode bos van Leusden topambtenaren met politicologen over ‘de Goede Overheid’. Die fysieke afstand zegt eigenlijk genoeg; ziedaar de verhouding tussen politiek en bestuur. Het Catshuis dicht bij zee, in het drijfzand van zijn zelfgebakken werkelijkheid, en de overheid met haar ambtenaren geaard in het herfstige woud.

Voorheen lagen politiek en overheid automatisch in elkaars verlengde; de een beslisser, de ander uitvoerder. Maar dat verlengde is steeds minder vanzelfsprekend. Politiek schept haar eigen werkelijkheid. Vrijdag was dat: heftige straatrellen die, onder invloed van radicaal-rechts wensdenken, waren gemunt als ‘pogroms’, ‘antisemitisme’, ‘integratieprobleem’ en zelfs ‘terrorisme’ – want het Israëlische ministerie van Diaspora en Bestrijding Antisemitisme bewerkte onmiddellijk met een ‘speciaal rapport’ Nederlandse politiek en media.

De bewering dat de aanvallen op Maccabi-supporters waren gecoördineerd door Nederlandse organisaties met nauwe banden met Hamas, werd gretig door De Telegraaf en Nieuwsuur uitgeserveerd. Gewillig brachten BBB-fractievoorzitter Caroline van der Plas en SGP-Kamerlid Chris Stoffer de Israëlische propaganda het parlement in. En nu trad een staatssecretaris af, omdat ze het gehits in het kabinet niet langer verdroeg.

Of het nu gaat om immigratie, zorg, stikstof, vergroening of provocerende Israëlische voetbalsupporters, de politiek moddert rond in symboliek en politiek met een kleine p bedrijven – kiezers paaien, machtsbehoud. En symboliek is ontzettend effectief; grote religies en naties zijn eruit opgetrokken, maar je bouwt er geen huizen of waterstofinfrastructuur mee. Dat doet de overheid, en die is vóór alles inhoud. Zij maakt beleid om reële problemen op te lossen. De ambtenaar is er de architect, de aannemer, soms zelfs uitvoerder. En die zit in een lastig parket als uit de politiek symbolische of onhaalbare opdrachten komen.

Zo scheppen politici steeds meer afstand tussen de politieke daad en bestuurlijke daadkracht. Tussen hen in een glibberig en veranderlijk speelveld met steeds minder objectieve feiten als ankers. In de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden stelden politicologen en topambtenaren vragen als: Begrijpt de staat de samenleving? En: Begrijpt de burger de politiek? Een steeds belangrijker medium tussen die twee werelden is de publieke ruimte van sociale media.

Het ecosysteem voor politiek en bestuur is omver gewoeld, doordat het belangrijkste publieke domein in handen is van grote Amerikaanse multinationals als Meta en X. Hun doel is maximale winst. Die bereiken ze met algoritmes die sturen op sensatie, angst, verontwaardiging en woede, want heftige emoties houden gebruikers vast. Desinformatie en complotten zijn lucratief.

In deze wereld is gedegen onderzoek niks waard – genuanceerd, te langzaam, te saai. Met sociale media als publieke ruimte, wint emotie het in de politiek van ratio. Symboliek verlamt het bestuur. Te midden van een veelvoud aan grote, complexe problemen is de grootste crisis het kabinet zelf.

Een topambtenaar verzuchtte: ‘Het is ingewikkeld als je tegenover een minister zit die de wetenschap ontkent.’ En: ‘Ambtenaren moeten zich nu verhouden tot beelden.’ Is er een migratiecrisis, een asielcrisis of een opvangcrisis? En hoe maak je landbouwbeleid als feiten worden weggedacht? De ambtenaar heeft objectieve coördinaten nodig. Beleid kan niet zonder feiten.

De politiek eigenlijk evenmin. De beschuldiging dat discussies in het kabinet zijn vervuild door racisme, bungelt als een geactiveerde granaat boven het hoofd van Schoof en zijn eerste (en vermoedelijk laatste) kabinet. Maar kijk, daar is nu eens wel een simpele oplossing voor. Het zou fijn zijn als NSC-oprichter Pieter Omtzigt vandaag terugkeert. Het kan niet anders of de parlementariër die naam en faam dankt aan zijn roep om transparantie, eist op een zilveren schoteltje de notulen van de ministerraad.

Over de auteur
Marcia Luyten is journalist en columnist van de Volkskrant. Luyten presenteerde Buitenhof en werkte zes jaar in Afrika. Ook schreef ze onder meer Het geluk van Limburg en de biografie Moederland, de jonge jaren van Máxima Zorreguieta. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next