Home

Schrijver Robert Caro heeft een haast mythische status onder politieke junkies als Mark Rutte, met wie hij bevriend raakte

De Amerikaanse biograaf Robert Caro heeft een haast mythische status onder politieke junkies, onder wie Mark Rutte. Al vóór zijn levenswerk over Lyndon B. Johnson werd hij beroemd met The Power Broker. De Volkskrant spreekt hem in New York.

is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

‘Hallo’, zegt de schrijver Robert Caro (89) in de deuropening van zijn kantoor, op de vierde verdieping van een appartementencomplex aan de westzijde van Central Park in New York. Met een verbaasde blik: ‘Wie ben jij?’

Als hij hoort dat zijn literair agent een interview van drie kwartier met een Nederlandse journalist heeft ingepland, schudt hij zijn hoofd. ‘Ik weet van niks. En ik ben aan het schrijven.’

Na een korte aarzeling leidt Caro – bruine wollen trui over een wit overhemd – de journalist door de hal naar zijn studeerkamer. De houten boekenkast die de muren bedekt, is gevuld met politieke non-fictie over de Amerikaanse 20ste eeuw.

‘Ga maar even zitten’, zegt hij wijzend naar een chesterfield. Zelf verdwijnt hij naar zijn werkkamer, waar hij zeven dagen per week vanaf 9 uur ’s ochtends zit te werken. Eerste versies van zijn hoofdstukken schrijft hij met de hand, daarna met de typemachine, een Smith Corona Electra uit de jaren zeventig, en uiteindelijk op de laptop.

Groupie

Vijf minuten later keert hij terug. ‘In mijn computer kan ik niks vinden over een afspraak’, zegt hij met een zwaar New Yorks accent – ‘find’ spreekt hij uit als ‘foind’. ‘Maar ik gebruik de computer ook niet vaak en ik kan me wel vaag herinneren dat een Nederlandse journalist me wilde spreken over mijn boeken en over de bezoekjes van Mark.’ Mark is voormalig premier Mark Rutte, die zichzelf in Amerikaanse media als groupie van Caro heeft omschreven en sinds negen jaar met hem bevriend is.

‘Laten we dus maar aannemen dat ik van dit interview af had moeten weten’, zegt Caro. Met stemverhoging: ‘Sterker nog: ik wist ervan af.’ Een octaaf lager: ‘Ik was het alleen vergeten.’ Hij neemt plaats op de zwarte leren stoel tegenover de chesterfield. ‘Dus zullen we maar gewoon gaan praten?’ Hij heeft dertig minuten.

De politieke junkies onder wie Caro een haast mythische status geniet, zullen zeggen dat deze dertig minuten ten koste gaan van Caro’s kostbare tijd, tijd die besteed had moeten worden aan de voltooiing van zijn levenswerk: de vijfdelige biografie van de 36ste president van de Verenigde Staten, Lyndon B. Johnson. Johnson werd president in 1963, na de moord op John F. Kennedy, en besloot zich in 1968 niet meer herkiesbaar te stellen, onder meer vanwege felle kritiek op zijn beleid in de Vietnamoorlog.

Inmiddels werkt Caro, die door het tijdschrift The New Republic is omschreven als de invloedrijkste biograaf van de afgelopen eeuw, ruim veertig jaar aan The Years of Lyndon Johnson. In 1982 publiceerde hij het eerste deel, het 960 pagina’s tellende The Path to Power. Het tweede deel Means of Ascent, met 560 pagina’s relatief dun, verscheen in 1990. Master of the Senate, 1.200 pagina’s, kwam uit in 2002. En The Passage of Power, 736 pagina’s, in 2012.

Onbespreekbaar

Waag het niet te vragen wanneer het laatste deel eraan komt, waarschuwt Mark Rutte telefonisch, voorafgaand aan het interview. Lachend: ‘Het is onbespreekbaar. Hij laat zich niet opjagen.’

Om toch een indicatie van de voortgang te krijgen, komt Rutte met een alternatief. ‘Je moet een false sense of security bieden. Eerst praten over veilige onderwerpen, het leven van Johnson zoals hij dat in eerdere delen al beschreven heeft. Daarna kun je een heel voorzichtige reis maken naar gebeurtenissen die in het laatste deel nog aan de orde gaan komen, zoals de escalatie van de Vietnamoorlog.’

Maar liever heeft Caro het niet over Johnson, zegt Rutte. ‘Hij praat meer over Robert Moses.’ In 1974 publiceerde Caro een 1.200 pagina’s tellende biografie over Robert Moses, de planoloog en ambtenaar (1888-1981) die het stadsgezicht van New York voor een groot deel heeft bepaald. Dat boek heet The Power Broker – Robert Moses and the Fall of New York.

Hiervoor interviewde Caro gedurende zeven jaar 522 mensen. Met het laatste boek over Johnson is hij inmiddels twaalf jaar bezig. De toewijding van Caro is vergelijkbaar met die van piramide bouwende Egyptenaren, van wie de meesten de oplevering ervan nooit zouden meemaken, zei komiek Conan O’Brien in een podcastreeks die dit jaar wordt gemaakt ter ere van het vijftigjarig jubileum van The Power Broker. O’Brien, die ooit een interview aan The New York Times gaf over al zijn vergeefse pogingen om Caro te interviewen, noemt hem ‘de meest vooraanstaande historicus van deze tijd’.

Cult

In diezelfde podcast zegt collega-komiek Elliott Kalan dat wie Caro eenmaal gelezen heeft, toetreedt tot een soort cult. Zodra andere Caro-fans je in de metro met een van zijn vuistdikke boeken zien, zegt Kalan, worden ze wild enthousiast en raken ze er niet over uitgepraat.

Tot die cult behoren ook Mark Rutte en VVD-senator Koen Petersen. ‘Rond 2002, ik woonde toen even in New York, zag ik een drie uur durend interview met Caro op tv’, zegt Petersen telefonisch. ‘Daarna kocht ik Master of the Senate, en sindsdien ben ik in de ban van Caro.’

Zijn schrijfstijl is fantastisch, zegt Petersen. ‘Zijn zinnen hebben een cadans waarin je wordt meegezogen. Je moet de pagina’s niet diagonaal lezen. Alleen als je de tijd neemt, komen de boeken volledig bij je binnen.’

Met zijn enthousiasme besmette hij JOVD-vriend Mark Rutte. Volgens Petersen herkent Rutte zichzelf in de boeken. ‘Rutte is een totale controlfreak en dat was Johnson ook.’ Rutte, lachend: ‘Vooral vrienden verwijten mij een controlfreak te zijn. Ikzelf heb dat natuurlijk altijd als lasterlijk terzijde geschoven.’

Dansen

Net als Petersen roemt ook Rutte de stijl van Caro. ‘Een historicus moet in de eerste plaats schrijver zijn. Dat is ook de reden dat ik na mijn studie niet door ben gegaan met geschiedenis: wat ik schrijf, klopt wel, maar gaat nooit dansen.’

Bij Caro gebeurt dat wél, zegt Rutte. ‘Als jij, ik zeg even uit mijn hoofd, pagina 615 of 620 van Master of the Senate openslaat, lees je over een dag uit het leven van Johnson, over hoe hij wakker wordt, naar kantoor wordt gereden, daar sigaretten rookt en hamburgers eet en die vervolgens ergens op een verwarming laat liggen omdat hij nauwelijks aan eten toekomt. Die vier pagina’s behoren tot het allermooiste wat er in het Engels is geschreven.’

Daarnaast is Caro, in de woorden van komiek Elliott Kalan, ‘de beste researcher die ooit heeft geleefd’. Over Caro’s ijver doen legendarische verhalen de ronde. Om de jeugd van Lyndon Johnson beter te kunnen onderzoeken, is hij in 1978 samen met zijn vrouw Ina, die boeken over Frankrijk schrijft maar ook research doet voor haar man, voor drie jaar verhuisd naar de Texas Hill Country. Toen hij dat idee opperde, zei ze: ‘Had je geen biografie over Napoleon kunnen schrijven?’

Caro heeft zijn werkdrift beschreven in Working – Researching, Interviewing, Writing, een boek uit 2019. ‘Wat alle journalisten en historici van hem hebben geleerd, is dat je elke pagina moet omslaan’, zegt Rutte. ‘Hij kan weken in de LBJ Presidential Library in Texas zitten zonder iets te vinden, en dan ineens toch iets tegenkomen.’

Op zijn beurt leerde Caro dat als jonge journalist bij de krant Newsday, zegt Rutte. ‘Daar leerde hij van een collega: turn every page, go to the bottom of the pile. In de kern is Bob een onderzoeksjournalist.’

Jonge jaren

Schrijver worden wilde Caro van jongs af aan. Tijdens zijn jeugd in de jaren dertig en veertig bracht hij hele dagen lezend door in Central Park, ook om maar niet naar huis te hoeven. Zijn vader, een Joodse immigrant uit Polen die artikelen uit The New York Times overschreef om de taal te leren, kafferde de kleine Caro vaak uit en verbood hem thuis naar muziek te luisteren. Zijn moeder was overleden aan borstkanker toen hij 11 was.

Na een studie Engels aan Princeton raakte Caro bij Newsday meer en meer geïnteresseerd in politieke macht. In 1967, hij was toen 35, nam hij ontslag om zich volledig te richten op de biografie over Robert Moses, de man die tussen 1924 en 1968 de aanblik van New York heeft veranderd met de bouw van talloze bruggen, wegen en parken.

‘Niemand in de geschiedenis heeft meer gebouwd dan Robert Moses’, zegt Caro in een oude tv-documentaire. ‘Geen Egyptische farao, geen keizer of koning.’ De macht waarmee hij dat kon doen, zou een gevolg moeten zijn van verkiezingen, zegt Caro, maar Moses is nooit ergens voor verkozen. ‘Dus waar kwam die macht vandaan?’

Caro ontving een beurs om een jaar aan het boek te werken, maar aan het einde daarvan had hij nog nauwelijks een begin gemaakt. Om door te blijven werken, waren Ina en hij genoodzaakt hun huis op Long Island te verkopen en te verhuizen naar The Bronx.

Robert Gottlieb, destijds redacteur bij uitgeverij Alfred A. Knopf en later hoofdredacteur van The New Yorker, kreeg in 1970 een eerste manuscript in handen. ‘Ik had niet meer dan vijftien pagina’s nodig om te concluderen dat dit een meesterwerk zou worden, en dat is niet een woord dat ik snel gebruik’, zegt de vorig jaar overleden Gottlieb in Turn Every Page, een documentaire uit 2022 over zijn samenwerking met Caro.

Pulitzerprijs

Het boek werd gepubliceerd in 1974 en won een jaar later de Pulitzerprijs voor beste biografie. Barack Obama was betoverd toen hij The Power Broker op zijn 22ste las, zei hij in 2010 bij de uitreiking van de National Humanities Medal aan Caro. ‘Ik weet zeker dat mijn politieke ideeën erdoor zijn gevormd’, voegde de president daaraan toe.

Het boek geldt als statussymbool. Sommige journalisten hebben het boek tijdens de coronacrisis op een voor de webcam prominente plek uitgestald.

Dit jaar wordt uitgebreid stilgestaan bij het jubileum van The Power Broker, onder meer met een expositie in de New York Historical Society en met de podcastreeks, waarin bekende Caro-fans hun liefde verklaren. The Power Broker is ‘het beste verhaal ooit verteld over Amerika’, zegt Michael Schur, bedenker van de komedies Parks and Recreation en The Good Place, daarin. Het non-fictieboek noemt hij ‘de beste roman die ik ooit heb gelezen’.

Op de vraag of Caro geniet van alle loftuitingen, begint hij te lachen. ‘Het antwoord is ja. Het is ongelofelijk. Kathy Hourigan van de uitgeverij, met wie ik al vijftig jaar samenwerk, zegt dat het boek ieder jaar beter is gaan verkopen. Ik zal je straks haar nummer geven, dan kun je dat bij haar checken.’ Hij sluit zijn ogen en zwijgt even. ‘Toen hoorde ik ook nog dat er een expositie zou komen.

‘Het verhaal van het boek wordt daar fantastisch verteld. Bijvoorbeeld over hoe Moses eerst weigerde mee te werken en hoe woedend hij op me werd toen hij later toch interviews aan me ging geven. Vooral toen ik tegen hem begon over de 15 duizend mensen die hij in The Bronx voor een stuk snelweg uit hun huis had gegooid.

Geen kant op

‘Zij vormden rond Southern Boulevard een hechte gemeenschap. Maar opeens kregen ze van Moses negentig dagen om te vertrekken. Ze konden geen kant op, want ze kwamen uit sociale huurwoningen en elders waren de prijzen veel hoger. Dus eindigden ze op verschillende, vaak vreselijke treurige plekken.

‘Over de 627 mijl aan snelwegen die Moses heeft aangelegd – misschien waren het er 672, dat moet je even checken (het zijn er 627, red.) – is veel geschreven. En al die boeken besteedden een zinnetje aan de observatie dat die uithuisplaatsingen ‘veel menselijk leed’ hebben veroorzaakt. Maar niemand zocht uit hoeveel precies. Dus zei ik tegen Ina dat ik dat ging uitzoeken, want als je schrijft over macht, moet je ook schrijven over de mensen over wie die macht wordt uitgeoefend.’ Achting voor macht betekent minachting voor degenen zonder macht, schrijft Caro in The Power Broker.

‘Uiteindelijk vonden we die mensen’, vervolgt Caro. ‘Hun verhalen grepen me aan. Ze waren verhuisd naar een buurt waar ze niemand kenden. Allemaal vertelden ze hoe eenzaam ze waren. En ik heb het gevoel dat mensen zichzelf nooit eenzaam noemen, tenzij ze dat écht zijn. Als ik te lang aan het woord ben, zeg je het, hè?

Woedend

‘Tijdens mijn interview met Moses probeerde ik hun ellende voorzichtig aan te stippen. Maar hij vond het allemaal onzin en werd woedend op me. Ik beschrijf dat ook in mijn boek en de expositie laat prachtig mijn aantekeningen bij dat interview zien – ik werk elk interview uit voordat ik naar bed ga, zodat ik gezichtsuitdrukkingen niet vergeet.

‘Alles aan de 50ste verjaardag van het boek is prachtig. Ik hoor van veel mensen dat ze het boek weer aan het lezen zijn. Voor mij is dat het bewijs dat het boek voortleeft.

‘En wat ook een schitterend gevolg is van The Power Broker, is dat ik er een, en nu moet ik niet overdrijven, soort vriendschap met Mark Rutte aan heb overgehouden. Heeft hij je verteld over onze eerste ontmoeting?’

Mark Rutte en Koen Petersen gaan al dertig jaar ieder voorjaar naar New York. Toen Rutte in 2010 premier was geworden, gingen er ineens allerlei deuren open. Via de in september overleden econoom Victor Halberstadt regelde hij in 2014 een koffieafspraak met de vorig jaar overleden Henry Kissinger, de minister van Buitenlandse Zaken onder Richard Nixon.

‘Goh, dachten we destijds, blijkbaar is het mogelijk om zulke personen te ontmoeten’, zegt Petersen. ‘We vroegen ons toen af met wie het nog meer leuk zou zijn om een afspraak te maken.’

De twee herinnerden zich een interview uit 2013 met Robert Caro voor de rubriek Lunch with the FT, in de Financial Times. Daarin lazen ze dat Patsy’s, een Italiaans restaurant in de buurt van Carnegie Hall, een favoriet van hem was. ‘Koen en ik zijn daar toen een paar keer gaan lunchen, in de hoop de grote man daar zomaar aan te treffen’, zegt Rutte.

Patsy’s

Tot een toevallige ontmoeting kwam het niet. Dus verzocht het secretariaat van Rutte in 2015 Knopf, de uitgeverij van Caro, of de schrijver met de twee Nederlandse politici wilde lunchen in Patsy’s. ‘Door Patsy’s te noemen, wilden we een signaal afgeven dat we hadden begrepen dat hij daar graag at’, zegt Petersen. Veel hielp dat niet. ‘De mensen rond Caro waren nogal terughoudend met het verdoen van zijn tijd, vanwege deadlines voor het vijfde deel.’

In de taxi van luchthaven JFK naar hun hotel in Chinatown kreeg Rutte uiteindelijk toch een smsje van zijn secretariaat. De volgende dag werden ze om half 1 bij Patsy’s verwacht.

Caro kan zich het verzoek nog levendig herinneren. ‘Op een dag belde mijn agent me ineens op met de vraag of ik een interview wilde geven aan de premier van Nederland. Blijkbaar is hij groot fan van je, zei mijn agent. Normaal geef ik nooit interviews als ik aan het schrijven ben, maar hiervoor maakte ik een uitzondering.’

Voor de gelegenheid trokken Petersen en Rutte een pak en een das aan. ‘We gingen de grootste levende Amerikaanse historicus ontmoeten’, zegt Rutte. ‘Dat doe je niet in korte broek. Nee, we gingen in full battle gear.’

Caro staat erom bekend dat hij ‘niet liberaal reageert’ op laatkomers, zegt Rutte, dus reserveerde hij en Petersen ruim van tevoren een taxi. ‘Maar door een file op Seventh Avenue ging het bijna alsnog mis’, zegt Rutte. ‘Het was echt grote paniek.’

Lange, leuke lunch

Om 12.29 uur arriveerden ze bij Patsy’s. Als Caro over die eerste ontmoeting vertelt, begint hij te stralen. ‘Het klikte meteen’, zegt hij tot drie keer toe. ‘Vaak kun je het niet goed met iemand vinden, maar bij hen was dat absoluut wel het geval. Het werd een lange, leuke lunch. Mark en Koen zijn twee van de slimste mensen die ik ooit heb gesproken. Ze hebben The Power Broker helemaal begrepen.’

Toen ze uren later buiten stonden, vroeg Caro waar Ruttes chauffeur stond te wachten. ‘Mark vertelde me toen dat hij die niet heeft’, zegt Caro. ‘Ik vroeg hem hoe hij zich dan in New York verplaatst. We bellen taxi’s, zei hij. De premier van Nederland belt taxi’s! Ik vroeg of hij beveiliging had. Ook niet.’ Met een verbijsterde blik: ‘Weten jullie dit allemaal in Nederland? Ik heb veel politici meegemaakt in mijn leven, en ze hebben allemaal entourages.’ Caro steekt zijn wijsvinger in de lucht. ‘Ik hoop dat je aan je lezers duidelijk kunt maken hoe bijzonder dit is.’

Tijdens het afscheid zei Caro tegen zijn Nederlandse gasten dat ze altijd welkom waren. ‘Ik zei tegen ze dat waar ze ook maar naartoe wilden, ik met ze meeging. Dat heb ik nog nooit tegen iemand gezegd.’

Het volgende jaar gingen ze op pad, zegt Rutte. ‘Met een gehuurde Toyota Camry zijn we door de Bronx gaan rijden. Bob wilde de door Moses gebouwde Cross Bronx Expressway laten zien, waardoor al die mensen noodgedwongen moesten verhuizen.’

Jaarlijkse traditie

De uitjes met Caro werden een jaarlijkse traditie. ‘In 2019 was het ook superleuk’, zegt Rutte. ‘Vooraf had ik contact gezocht met Bill Clinton, die ik ken van mijn werk. Ik zei tegen hem dat ik een ontmoeting wilde organiseren tussen de twee grootste New Yorkers die er zijn.’

This is an amazing story’, zegt Caro bijna fluisterend. ‘Ik wil niet overdrijven, maar Bill Clinton heeft mijn laatste boek gerecenseerd, en op basis daarvan denk ik dat hij me hoog heeft zitten.’ Petersen, Rutte en Caro hadden een taxi gereserveerd, herinnert hij zich, zodat ze zich over de parkeerplek geen zorgen hoefden maken – Clintons kantoor zit in het hart van Harlem.

Toen ze daar waren aangekomen, was het team van Clinton awestruck, zegt Rutte. ‘Ze vroegen allemaal aan Caro of hij hun boeken wilde signeren. De hele dag ging het over die lieve, bescheiden man. De president was nergens.’ Ze bespraken onder meer hoe Lyndon Johnson de Oval Office gebruikte om politieke tegenstanders fysiek te intimideren, door dicht tegen ze aan te staan of over ze heen te hangen als ze op de bank zaten.

Vooral Rutte en Clinton voerden het woord, zegt Caro. ‘Zij zijn zo slim. Ik dacht alleen maar: elke minuut die ik mijn mond houd, word ik wijzer.’

Vorig jaar leidde Caro het gezelschap rond in het Lincoln Center, een cultureel centrum. ‘Als schooljongens verkennen we dan zo’n wijk, met The Power Broker in de hand’, zegt Rutte. ‘Caro vertelde hoe Moses er, ik vrees vanwege zijn racisme, alles aan deed om het plein voor het operagebouw haast onbereikbaar te maken voor de armere, zwarte wijken in Manhattan.’

Banter

De gesprekken tussen Petersen, Caro en Rutte zijn niet altijd hoogdravend, zegt Rutte. ‘Er is ook banter, gezelligheid, we praten over het appartementencomplex waar hij woont. Toen hij en Ina daar in de jaren tachtig naartoe verhuisden, was dat nog betaalbaar, maar nu is er een of andere modekoning komen wonen en willen alle yuppen een gym in de basement en een liftboy die het knopje indrukt. Bob kan dat nog wel betalen – zijn boeken verkopen goed – maar de gepensioneerde huisartsen en advocaten liggen krom.’

Maar meestal hebben de drie het over Robert Moses of hedendaagse politiek. ‘Hij vindt het natuurlijk vreselijk leuk om te horen wat mijn ervaringen met Amerikaanse politici zijn’, zegt Rutte. Caro hoort hem graag uit over Donald Trump. ‘Uiteraard ben ik zeer discreet en complimenteus over al mijn contacten, maar je kunt hier en daar een karaktertrek wat meer benadrukken.’ Lachend: ‘Dat de een nog beter luistert dan de ander, bijvoorbeeld.’

Sinds anderhalve maand is Rutte secretaris-generaal van de Navo, een baan die strengere beveiliging vereist dan het premierschap van Nederland. De tijden dat hij zomaar in een gele New Yorkse taxi kan stappen, zijn voorbij. ‘Hoe onze ontmoetingen vanaf nu precies in zijn werk zullen gaan, zien we dan nog wel’, zegt Rutte. ‘Maar we blijven leuke dingen bekijken en we laten de zorgeloosheid niet los. Ik was niet van plan mijn vriendschap met Robert Caro te beëindigen omdat dingen misschien wat ingewikkelder worden. Ben je gek?’

Bescheiden houding

Caro buigt zich vanaf zijn stoel richting de journalist. ‘Ik wil dat je dit zorgvuldig opschrijft’, zegt hij. ‘Dat Mark nu de baas van Navo is, is een groot verlies voor Nederland, maar een groot geluk voor de Navo.’ Hij leunt weer naar achter. ‘Mark heeft zo’n bescheiden houding. Als iemand goed kan omgaan met Trump, is hij het wel.’

Dan rinkelt zijn huistelefoon en loopt hij even de studeerkamer uit. ‘Je gaat de vrouw ontmoeten over wie ik je heb verteld’, zegt hij als hij weer terug is. ‘Kathy Hourigan komt langs. Zij was managing editor bij Knopf, ik werk al vijftig jaar met haar. Je kunt haar vragen of de verkoopcijfers van The Power Broker echt ieder jaar omhoog zijn gegaan. Of nee, laat mij het maar vragen, ik moet zeker weten dat ik niet overdrijf.’

Het halve uur dat was afgesproken voor het interview is al een poosje verstreken als Hourigan aanbelt. Caro blijft even zitten en geeft vanuit zijn stoel aanwijzingen. ‘Je moet het bovenste slot opendraaien.’ Hij excuseert zich. ‘Normaal ben ik niet zo wankel op mijn benen, maar ik heb net zes uur achter elkaar zitten schrijven.’

Hourigan komt binnen. ‘Ik wil jullie niet storen’, zegt ze verontschuldigend als ze ook op de chesterfield komt zitten. Desgevraagd bevestigt ze dat The Power Broker elk jaar beter is gaan verkopen. ‘En dit is de 74ste druk, toch?’, vraagt Caro. Hourigan knikt.

Dankbaar

‘Stond deze Nederlandse journalist trouwens op mijn schema?’, vraagt Caro haar dan. Hourigan denkt van niet. Caro tegen de journalist: ‘Hoor je dat? Mij was echt niks verteld!’ Als de journalist zegt dat die dankbaar is dat Caro desondanks zijn werkdag heeft onderbroken, zegt hij: ‘Ach, ik was toch een alinea aan het verpesten.’

Zoals Rutte al zei, laat Caro zich niet opjagen bij zijn laatste boek. ‘Omdat ik zo oud ben, zou je kunnen denken dat ik er een haastklus van ga maken’, zegt hij. ‘Niemand zou het doorhebben als ik iets niet tot de bodem uitzoek. Maar het zit niet in me om te haasten. Ik kán het gewoon niet. Ik heb besloten dat ik het schrijf zoals ik mijn andere boeken heb geschreven. Op die manier ga ik het ook afmaken – of niet.’

Hij kijkt naar Hourigan. ‘Maar ik heb toch al een heleboel pagina’s? Iets van 905?’ Het zijn er meer, zegt Hourigan, ongeveer 950. Op de vraag hoeveel het er moeten worden, schudt Caro zijn hoofd. ‘Eerlijk gezegd heb ik daar geen idee van.’ Na een stilte: ‘Heb je verder nog vragen?’

Onderweg naar de uitgang blijft Caro stilstaan in de hal om te wijzen naar de ruimte die voor Caro-fans geldt als heilige grond. ‘Wil je mijn werkkamer anders nog even zien?’

Hij loopt naar binnen. In het midden ervan staat een groot houten bureau dat bedekt is met stapels papieren, ordners, schrijfblokken, en zijn Smith Corona Electra. ‘Moet ik er voor een foto mee poseren?’, vraagt hij. Links van de typemachine staat nog een zwarte mok met inmiddels koude koffie en daarop de tekst: I finished The Power Broker.

Caro houdt een muis in de lucht. ‘De computerman probeerde me gister uit te leggen hoe ik die moest aansluiten op de computer!’ Lachend: ‘Na een tijdje heeft hij het opgegeven.’

Vandaag was hij bezig met het bestuderen van een telefoongesprek dat Johnson heeft gevoerd, zegt hij, wijzend naar een transcript ervan. ‘Ik zou het waarderen als je niet met je lezers deelt welk gesprek dit precies is, ik heb liever niet dat mensen weten hoe ver ik ben.’

Hij gebaart naar een prikbord vol documenten. ‘Dat is de structuur van het laatste deel van The Years of Lyndon Johnson’, zegt hij. ‘Zou je ook daar discreet mee om kunnen gaan?’

Terug in de hal zegt hij: ‘Als je lijkt op mij en je komt er tijdens het schrijven achter dat je vergeten bent bepaalde vragen te stellen, moet je niet aarzelen me te bellen.’ Hij geeft zijn telefoonnummer en vraagt Hourigan dat ook te doen. ‘Kathy weet alles. Bij haar kun je checken of ik nergens overdreven heb. Alle feiten in je stuk moeten kloppen, dat is belangrijk.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next