De Israëlische buitenlandminister Gideon Saar vindt het „volstrekt onaanvaardbaar” dat de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema de onlusten rondom en na de voetbalwedstrijd Ajax-Maccabi Tel Aviv geen ‚pogrom’ meer wil noemen. „Het falen van die nacht mag niet worden verergerd door […] een doofpotaffaire”, schrijft de minister maandagmiddag in een bericht op X.
Halsema gebruikte na de incidenten het woord pogrom om „het verdriet en de angst bij Joodse Amsterdammers” tot uitdrukking te brengen. Maar omdat de Israëlische regering en politiek Den Haag de term als „propaganda” zouden inzetten, zei ze afgelopen weekend liever andere bewoordingen te gebruiken voor de rellen in Amsterdam.
Nederlandse politieke partijen gebruiken pogrom, volgens de burgemeester, om Marokkaanse Amsterdammers en moslims te discrimineren. „Zo heb ik het niet bedoeld en zo heb ik het niet gewild,” zei ze zondag in gesprek met Nieuwsuur.
Het Russische woord ‚pogrom’ betekent zoiets als ‚vernietiging’ en ontstond aan het eind van de negentiende eeuw toen tsaristisch Rusland geteisterd werd door een golf van antisemitische moordpartijen. De Israëlische minister Saar vindt dat er geen ander woord denkbaar is dan pogrom voor het achtervolgen en aanvallen van „honderden Israëlische supporters die naar een voetbalwedstrijd kwamen kijken” en op Israëlische paspoorten werden gecontroleerd. In de betreffende nacht zochten pro-Palestijnse jongeren en de harde kern van Maccabi de confrontatie met elkaar.
Hij benadrukt dat het niet Israël was dat de term als eerste gebruikte voor de onrust in Amsterdam, maar Nederlandse politici als Geert Wilders (PVV), Caroline van der Plas (BBB) en Chris Stoffer (SGP). De drie fractieleiders zouden volgens hem wél de „ernst en antisemitische aard” van de incidenten erkennen. „Wij accepteren nooit meer Jodenvervolging op Europese bodem of waar dan ook!”, zo sluit de minister zijn X-bericht af.
Source: NRC