Ouders die voor het eerst te maken krijgen met uithuisplaatsing van hun kinderen, of beëindiging van hun gezag als ouder, krijgen wettelijk recht op gratis rechtsbijstand. Vanaf 2027 is ook bij de beslissing over verlenging van een maatregel de rechtsbijstand kosteloos.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over justitie.
Dat schrijft staatssecretaris Teun Struycken (Rechtsbescherming) aan de Tweede Kamer. Het bijbehorende wetsvoorstel gaat voor het einde van het jaar in internetconsultatie. Sinds 1 januari 2023 loopt al een pilot met kosteloze rechtsbijstand, waartoe Struyckens voorganger Franc Weerwind (D66) had besloten.
De uitkomst van een evaluatie in september dit jaar, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), was positief. Als ouders verzekerd zijn van rechtsbijstand heeft dit ‘grote meerwaarde’, volgens de evaluatie, omdat hun positie als procespartij jegens de overheid veel gelijkwaardiger is. De pilot wordt daarom verlengd en zo snel mogelijk uitgebreid tot de wet van kracht is. Dit is in lijn met het regeerprogramma.
Desgevraagd zegt Struycken (partijloos, maar aangezocht door NSC): ‘Het uitgangspunt bij het wetsvoorstel is meer rechtsbescherming voor meer betrokkenen op meer momenten. Uithuisplaatsing van kinderen of beëindiging van het gezag als ouder is een zeer ingrijpende maatregel en brengt altijd schade mee. Het moet een uiterste middel zijn. Met meer juridische bijstand komen voor kwetsbare gezinnen betere beslissingen tot stand. Ze krijgen een betere positie om tegenwicht te bieden tegen staatsoptreden.’
De toeslagenaffaire heeft de urgentie van kosteloze rechtsbijstand versterkt. Veel ouders weten de weg naar een advocaat niet te vinden of kunnen die niet betalen. In een Kamerbrief van Weerwind uit juni 2024 over ‘erkend gedupeerden’ van de toeslagenaffaire, staat dat met gedwongen uithuisplaatsing ‘1.878 unieke ouders en 3.104 unieke kinderen’ waren gemoeid.
Pas achteraf is de vraag gerezen of dat altijd proportioneel was. In de volksmond was zelfs enige tijd het woord ‘staatsontvoeringen’ in zwang. In totaal telt Nederland nu 7.160 uithuisgeplaatste jongeren. Hun aantal loopt wel terug in vergelijking tot eerdere jaren, wat tevens een doelstelling van het wetsvoorstel is.
Doordat er altijd rechtsbijstand is, hebben ouders een ‘gelijk speelveld’ ten opzichte van de Raad voor de Kinderbescherming of de voogdij-instelling als hun zaak bij de kinder- of jeugdrechter wordt behandeld. Struycken spreekt van ‘checks en balances’ en noemt dit ‘procedurele rechtvaardigheid’. Ouders worden beter voorgelicht, weten wat hen te wachten staat en krijgen meer gelegenheid hun verhaal te doen, waardoor zij zich gehoord voelen. Als ouders gescheiden zijn, maar wel allebei het ouderlijk gezag hebben, krijgen beiden apart kosteloze rechtsbijstand.
Struycken: ‘We zien schrikbarend meer complexe echtscheidingen, in combinatie met meervoudige problematiek zoals forse schulden. Kinderen kunnen dan in een onveilige situatie belanden, waardoor uithuisplaatsing nodig is. Maar deel van het wetsvoorstel is ook dat er binnen zes weken een omgangsplan komt, met als uitgangspunt ‘werken aan terugplaatsing’ in het gezin, dan wel – in geval van echtscheiding – bij de moeder of de vader. Blijvend contact tussen kind en ouders is hiervoor van groot belang.’
Doelstelling van het wetsvoorstel is bovendien dat broers en zussen zo veel mogelijk bij elkaar blijven, ook als de uithuisplaatsing wordt verlengd. De kinderrechter ziet toe op het zogenoemde ‘opvoedperspectief’ en kijkt steeds of de mogelijkheden voor terugkeer voldoende zorgvuldig zijn onderzocht. Dit om de sociale en emotionele impact van de uithuisplaatsing zo beperkt mogelijk te houden.
‘Maatwerk is hierbij van belang’, zegt Struycken. ‘De zwartwit-situatie van uithuisplaatsing en alle contact tussen ouder en kind verbreken, ingegeven door de veiligheidssituatie, willen we zoveel mogelijk voorkomen. Gezinsgericht werken is overigens een omslag die in het veld al aan de gang is: kijken wat het gezin nodig heeft, zodat het kind weer veilig naar huis kan.’
In het wetsvoorstel gaat ook de leeftijd waarop kinderen zelf worden gehoord omlaag. In de huidige regeling worden minderjarigen vanaf 12 jaar standaard door de rechter uitgenodigd voor een vertrouwelijk kindgesprek. Wel kan de rechter nu al flexibel omgaan met die leeftijdsgrens. Daarom komt in de wet te staan dat het hoorrecht door de kinderrechter naar 8 jaar gaat in alle jeugd- en familiezaken die kinderen aangaan.
Struycken noemt zijn eerste wetsvoorstel een voorbeeld van goed bestuur, waarvoor NSC ‘hard geknokt heeft’. Hoewel hij geen lid is geworden van de partij van Pieter Omtzigt, onderschrijft hij volledig diens doelstelling: ‘Structurele verbetering van de toegang tot het recht, in het bijzonder de rechtsbijstand, speciaal voor kwetsbare mensen.’
Alles over politiek vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant