Al twee jaar rommelt het rond de fossielen van de ‘Javamens’ Homo erectus; Indonesië wil ze terug. Naturalis-directeur Edwin van Huis hoopt dat het besluit is gebaseerd op verstand en niet op emotie. ‘Dit is het allerbelangrijkste natuurobject dat we in Nederland hebben.’
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in o.a. klimaat en microleven.
De echte? Natúúrlijk zijn de fossielen die in het museum te zien zijn de echte, zegt Edwin van Huis, bioloog en algemeen directeur van Nationaal Biodiversiteitscentrum Naturalis. Je dacht toch niet dat het schedelkapje, de kies en het dijbeen van de ‘Javamens’ Homo erectus, waaromheen Naturalis een hele tentoonstellingszaal maakte, nép zijn? ‘Ook al kunnen we het tegenwoordig nog zo goed namaken, we zijn er een museum voor om echte dingen te laten zien’, zegt Van Huis.
Sinds twee jaar rommelt het rond de fossielen. De resten werden in 1891 in Indonesië opgegraven, onder leiding van de Nederlandse arts Eugène Dubois (1858-1940). En nu wil Indonesië ze terug. Omdat de resten in een ‘koloniale context’ werden meegenomen, zoals dat heet. De opgravers waren plaatselijke werklieden, de opzichters twee Nederlandse legerofficieren.
Eerst maar even: ‘Dit speelt zich natuurlijk af in een heel brute, nare tijdsperiode’, zegt Van Huis, die zich voor één keer wil uitlaten over de kwestie. ‘Daar zijn veel mensen terecht boos en verdrietig over. Die betrokkenheid voelen we hier ook.’ Niet wegkijken, ongedaan maken wat in de koloniale tijd is stukgemaakt, dat moet het uitgangspunt zijn, vindt ook Van Huis. Niet voor niets besteedt Naturalis in zijn expositie royaal aandacht aan de omstandigheden waaronder Dubois zijn opgravingen uitvoerde.
Punt, nieuwe regel. Máár.
Daarnaast is er de juridische werkelijkheid. Want wat is eigenlijk de status van een versteend stukje schedel, een kies en een dijbeen, die al een slordige half miljoen jaar onder de grond lagen toen Dubois’ opgravers ze vonden? ‘Mijn pleidooi is niet: het moet in Naturalis blijven, of het moet naar Indonesië. Mijn pleidooi is: laten we dit proberen te ontdoen van de emoties van alles wat afschuwelijk was en is misgegaan in de koloniale tijd – waarover we het honderd procent eens zijn. Laten we zorgvuldig proberen na te gaan: wat is het juridische kader voor teruggave van roofkunst? En is dat ook toepasbaar op de collectie-Dubois?’
Dan zijn we toch snel klaar? Uitgangspunt bij teruggave is: menselijke resten moeten zonder voorbehoud terug. Twee jaar geleden gingen er nog 37 prehistorische skeletten die werden bewaard in het depot van Naturalis terug naar Maleisië.
‘We waren heel gelukkig dat we daaraan konden bijdragen. Er is niemand die twijfelt aan nut en noodzaak van die afspraak.’
Dus zou je zeggen: het schedelkapje, de kies en het dijbeen moeten terug.
‘Niet zonder meer, want ze zijn niet van een mens. Dit is een andere soort, een rechtop lopende aap, geen directe voorouder van de mens.’
Ze zijn van het genus Homo. Het belang van deze drie fossielen is dat ze iets zeggen over de mens.
‘Dan mis je denk ik het belangrijkste. Laten we wel zijn, er zijn inmiddels veel meer Homo-erectus-fossielen gevonden, ook in Indonesië. Wat dit specifieke fossiel zo bijzonder maakt, het allerbelangrijkste natuurobject dat we in Nederland hebben, is de wetenschapshistorische, culturele betekenis. Met dit fossiel toonde Dubois aan dat er ooit een groep dieren is geweest die geen mensapen waren, maar ook geen mensen.
‘Dat was een mijlpaal in de discussie: is de mens door schepping ontstaan, of gewoon een dier dat in de evolutie heeft meegedaan? We hebben het hier over eind 19de eeuw, iedereen geloofde nog, de kerk was buitengewoon machtig. En dit bot kon bewijzen dat Darwin gelijk had en de kerk niet. Dat was nogal wat. Een onwaarschijnlijk belangrijk moment in de wetenschap. Een van de diamanten op de punten van de kroon van de Verlichting.
‘En die strijd werd door een katholieke Nederlander beslecht. Daarmee heeft dit fossiel echt een andere betekenis gekregen dan een stukje schedel van een rechtop lopende aap. Het is een cultureel object geworden.’
De zaak is precair, veel ogen zijn op Naturalis gericht. Dat musea overal ter wereld ‘roofkunst’ teruggeven, weggevoerd in tijden van kolonialisme, oorlog en onderdrukking, is geaccepteerd. Maar hoe zit dat met objecten die zijn samen te vatten als ‘naturalia’? Objecten die je kunt vangen of vinden – van uitgebreide collecties kevers uit alle windstreken, tot fossielen zoals die uit de collectie-Dubois?
De ‘commissie teruggave koloniale collecties’ die er onder voorzitterschap van jurist en mensenrechtenactivist Lilian Gonçalves-Ho Kang You over moet adviseren, studeert nu al dik twee jaar op een antwoord. ‘Veel langer dan ook wij hadden verwacht’, zegt Van Huis. ‘Ik denk dat ze ermee in hun maag zitten. Maar we komen langzamerhand denk ik wel richting het einde van dit traject.’
Ook bij Egyptische kunstschatten is het verweer soms: ze zijn pas echt belangrijk geworden door wat westerse wetenschappers ermee deden. Dat is nogal neokolonialistisch gedacht. Waarom zou dit anders zijn?
‘Het grote verschil is dat dit kunstschatten zijn. Door mensen gemaakte cultuurobjecten, die een betekenis hebben in de gemeenschap waaruit ze zijn verdwenen. Dan heb je het over roofkunst. Bij naturalia is iets wezenlijk anders aan de hand. Dit zijn geen unieke voorwerpen, maar bijvoorbeeld kevers, takjes of steentjes die iedereen kon verzamelen, zeker in de 19de eeuw, de tijd van de verzamelingen. Er was ook niemand die zich ertegen verzette. Want er was geen eigenaar.’
Voor veel gewone Indonesiërs zijn de fossielen van Dubois gevoelsmatig wel degelijk zeer verbonden met het eigen verleden. ‘Merinding, kippenvel!’, hoorde onze Azië-correspondent Noël van Bemmel toen hij in Indonesië ging peilen hoe gewone mensen denken over teruggave.
‘Ik denk dat dit ook precies laat zien hoe ingewikkeld dit is. Ik denk dat er een solide verhaal ligt voor de betekenis van het schedelkapje voor Nederland. Maar hoe Indonesië die betekenis invult, weten we natuurlijk niet.’
‘Naturalis is fossiel in zijn denken’, betoogden kritische historici in de Volkskrant over de eerste reactie van Naturalis, om het schedelkapje te zien als een ‘steentje dat je opraapt op vakantie’.
‘Er zijn meer mensen die zich in die tijd zo hebben geuit. Ik heb daar niets op tegen, dat hoort bij zo’n proces. Maar ik denk dat we nu op het punt zijn gekomen dat we moeten kijken wat we precies met elkaar hebben afgesproken in de teruggaveregeling.’
De voortekenen zijn niet onverdeeld gunstig. Zo moest acteur Nicholas Cage onlangs een dinoschedel teruggeven aan Mongolië die hij had gekocht op de zwarte markt.
‘Dat is geen voorteken, dat is gewoon de wet overtreden. Veel landen hebben inmiddels wetten voor hun naturalia. Je mag geen dinosaurusbotten meenemen uit Mongolië. Op het moment dat zulke wetten bestaan, hebben musea zich eraan te houden. We graven nog steeds in Indonesië, en alles wat daar nu uit de grond komt, blijft in Indonesië. Maar in de tijd van Dubois waren zulke wetten er niet.’
De koloniale achtergrond bestaat natuurlijk wel gewoon. In eerste instantie reageerde uw museum: ‘Het schedelkapje was nooit gevonden als Dubois er niet naar had gezocht.’ Maar omgekeerd had Dubois er vast nooit naar kunnen zoeken als er geen kolonialisme was geweest. Hij liet het fysieke werk over aan ‘inlanders’.
‘Die koloniale context is absoluut beslissend geweest in het succes dat hij had. En het klopt, hij heeft het niet zelf opgegraven. Kijk, als de vraag is: was het koloniale stelsel goed?, dan zijn we er snel uit: nee. Maar zo langzamerhand zijn we ook in de fase gekomen dat de vraag is: wat staat er precies in de teruggaveregeling en zijn die regels toepasbaar op natuurhistorische objecten?’
Het depot en het museum staan vol naturalia uit verre oorden, van de Kaapse leeuw die model stond voor het wapen van Oranje, tot een dodoskelet uit Mauritius. Kan dit een precedent worden voor veel meer aanspraken?
‘Daarom vind ik het ook zo belangrijk dat de commissie inziet dat naturalia iets anders zijn dan roofkunst. En dat ze met deze regeling niet probeert een veel groter vraagstuk op te lossen waarvoor de regeling helemaal niet opgaat. Want dan wordt de schade wel heel groot.
‘En misschien komt de commissie inderdaad tot de conclusie dat de regels niet voldoen en dat er voor naturalia een ander juridisch kader nodig is. Maar dat gesprek is tot de dag van vandaag niet gevoerd.’
Is er geen middenweg? De halve tijd hier, de halve tijd daar of zoiets?
‘Ingrid van Engelshoven, de oud-cultuurminister die in 2021 de spelregels opstelde voor teruggaves, heeft zoiets misschien een beetje voorzien. Als het niet helder ligt, biedt de regeling een derde weg: bij elkaar gaan zitten en bedenken of er iets is wat de zaak kan optillen. We zien allerlei voorbeelden van oplossingen. Zoals het Rijksmuseum met die twee huwelijksportretten.’
Van Huis doelt op de gezamenlijke Nederlands-Franse aankoop, in 2016, van Rembrandts portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit, van een rijke particulier. De landen spraken af dat ze afwisselend in het Louvre en het Rijksmuseum worden getoond.
‘Misschien is er meer dan ja of nee. Daar is het schedelkapje, en overigens de hele collectie-Dubois en al het onderzoek dat erachter zit, erg geschikt voor. Je wilt niet een winnaar en een verliezer, dat laat wonden achter. Maar als je samen iets kunt bouwen dat meer is dan er nu is, zijn er twee winnaars.’
Naturalis zei destijds, via de woordvoerder: mocht het kabinet toch besluiten tot teruggave, ‘dan willen we graag samenwerken om ook daar alles goed te bewaren en te ontsluiten.’ Geldt dat nog steeds?
‘Natuurlijk. Waar ze ook is, de collectie blijft even belangrijk. En waar ze ook is, we willen door met het onderzoek. Dat geldt niet alleen voor het kapje, maar voor de hele collectie.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant