Home

Asielzoeker smacht naar bsn: ‘Ik wil naar school om Nederlands te leren. Ik wil werken en contact met mensen hebben’

Duizenden vluchtelingen worden in het Brabantse dorp Rijen versneld ingeschreven in het bevolkingsregister. De inhaalactie, die samen met Amsterdam wordt uitgevoerd, is bedoeld om de achterstanden weg te werken. ‘Zonder burgerservicenummer kunnen deze mensen niet actief meedoen in de maatschappij.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in Zuid-Nederland.

‘Bent u traditioneel of wettelijk getrouwd?’, vraagt een medewerker van de Brabantse gemeente Gilze en Rijen aan de 43-jarige Syriër Mahran. Het gesprek vindt plaats in een sober ingerichte kantoortje vlak bij het treinstation van het dorp Rijen. Een tolk luistert mee via een internetverbinding; die vertaalt de vraag naar het Arabisch.

‘Eerst traditioneel, daarna is het huwelijk erkend bij een sharia-rechtbank’, luidt het antwoord. Oké, noteert de medewerker. Er volgen meer vragen (‘met wie, waar, wanneer?’) en antwoorden die uiteindelijk moeten leiden tot inschrijving van de Syrische vluchteling in het bevolkingsregister.

BSN voor operatie

‘Het is belangrijk dat ik snel een burgerservicenummer krijg, want ik moet geopereerd worden’, verzucht Mahran na afloop. Twee jaar geleden raakte hij in Syrië ernstig gewond, toen hij met een grote groep mensen in een zaal naar een voetbalwedstrijd op tv keek en slachtoffer werd van een aanslag. ‘Iemand blies zichzelf op. Zes mensen kwamen om, veel anderen raakten gewond’, vertelt hij.

Mahran werd eerst in een ziekenhuis in Damascus geholpen, vluchtte daarna het land uit en kwam in augustus 2023 aan in Nederland. In juli dit jaar kreeg hij een verblijfsvergunning, maar door grote achterstanden bij het inschrijven van statushouders en asielzoekers in het bevolkingsregister had hij nog steeds geen burgerservicenummer.

Tot vandaag. ‘Ik ben heel blij dat ik eindelijk mijn bsn heb’, glundert Mahran, die als statushouder verblijft in de asielopvang op een schip in Rotterdam. Want een bsn is niet alleen nodig voor een zorgverzekering, maar ook voor werk, studie, vervolghuisvesting of het aanvragen van een bankrekening. ‘Ik hoop nu ook zo snel mogelijk een woning te krijgen, zodat ik mijn leven weer kan oppakken’, zegt de Syriër.

BRP-straten

Statushouders en asielzoekers die langer dan zes maanden in Nederland verblijven, zijn verplicht zich in te schrijven in het bevolkingsregister ofwel de basisregistratie personen (BRP). Daarvoor zijn in Nederland vier zogenaamde BRP-straten ingericht. De grootste zit in Ter Apel, uitgevoerd door ambtenaren van de gemeente Westerwolde.

Een tweede BRP-straat zit in Den Bosch (met een kleine dependance in het azc in Gilze), uitgevoerd door de gemeente Gilze en Rijen. En de andere zijn in Zevenaar, uitgevoerd door de gemeente Arnhem, en in Budel, uitgevoerd door de gemeente Cranendonck.

Maar mede door de coronacrisis en personeelstekorten wachten inmiddels vele duizenden nieuwkomers op een inschrijving in het bevolkingsregister. Daarom heeft het ministerie van Asiel en Migratie aan de gemeenten Amsterdam en Gilze en Rijen gevraagd om vanaf begin november met twee extra BRP-straten ‘een inhaalactie’ te organiseren en in een halfjaar 16.500 achterstallige inschrijvingen weg te werken: 11.500 in de hoofdstad, 5.000 in de Brabantse gemeente.

Actief meedoen

‘Zonder burgerservicenummer kunnen deze mensen niet actief meedoen met de maatschappij’, zegt Monique van den Bleek, coördinator BRP-straten in Gilze en Rijen, over het belang van deze inhaalslag. Sinds maandag worden statushouders en asielzoekers (veelal met een medische of andere urgentie) ontvangen in een grotendeels leeg kantoorgebouw in het dorp Rijen, waar ooit een uitzendbureau zetelde en dat volgend jaar wordt verbouwd tot gemeentekantoor.

In enkele kamers nemen medewerkers alle gegevens van de bezoekers door, vooral op basis van documentatie die is aangeleverd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Volgens Van den Bleek gaat het vooral om vluchtelingen uit Syrië, Jemen, Eritrea en Somalië die op verschillende plekken in de asielopvang zitten. Hun vervoer wordt geregeld door opvangorganisatie COA.

‘We zittten nog in de opstartfase en hebben de afgelopen dagen zo’n 20 tot 25 mensen per dag gezien – dat moeten er straks 50 tot 60 worden’, zegt Van den Bleek. ‘Maar je merkt nu al dat iedereen opgelucht en blij weer vertrekt. Eindelijk staan ze ingeschreven en hebben ze een bsn. Daarmee kunnen ze verder in het leven, door bijvoorbeeld te werken of te studeren.’

Het nodige uitzoekwerk

Het lijkt zo simpel: mensen inschrijven in het bevolkingsregister. Maar bij vluchtelingen uit andere landen vergt dat het nodige uitzoekwerk. Wat doe je als ambtenaar wanneer iemand drie keer getrouwd is geweest, kinderen uit verschillende huwelijken heeft, bepaalde documenten niet kan overhandigen of formulieren aanlevert die alleen in het Arabisch zijn opgesteld?

‘Daarom heet het ook een BRP-straat’, legt Van den Bleek uit. ‘Vroeger was het echt een straat: dan ging de asielzoeker van het ene naar het andere loket om zijn inschrijving te voltooien. Tegenwoordig wordt de meeste documentatie vooral digitaal aangeleverd, maar we noemen het nog steeds een BRP-straat.’

Burgemeester Derk Alssema vindt het ‘heel eervol’ dat zijn gemeente, die al veel ervaring heeft met het inschrijven van vluchtelingen, door het Rijk gevraagd is om deze inhaalslag te maken. Het is volgens hem een belangrijke taak, want een burgerservicenummer is de sleutel tot de samenleving: het niet tijdig hebben van een bsn belemmert de integratie.

Een belangrijk moment

‘Ik sport wat en probeer op mijn kamer Nederlands te leren. Voor de rest doe ik niks’, zegt de 60-jarige Fyrial uit Syrië over de dagen die zich aaneenrijgen op de opvanglocatie in het Van der Valk-hotel in Nootdorp. Ze heeft zich net met haar man Fouad (67) ingeschreven in de tijdelijke BRP-straat in Rijen. Via een verhuisbericht zullen hun gegevens en bsn vervolgens worden overgezet naar hun huidige verblijfgemeente Pijnacker-Nootdorp.

‘Eindelijk is het zover, dit is heel belangrijk voor ons’, merkt Fyrial op, die in Syrië in het onderwijs werkte en spreekt in een mix van Engels en voorzichtig Nederlands. ‘Ik wil naar school, om goed Nederlands te leren. Ik wil werken en contact met mensen hebben. We kunnen niet leven zonder taal. Misschien kan ik later wel tolk worden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next