Na een burn-out is regisseur Daria Bukvic weer aan het werk. Bij haar eigen gezelschap Theater Oostpool regisseert ze The Almighty Sometimes, over een tienermeisje met psychische problemen – thematiek die Bukvic inmiddels extra aan het hart gaat. ‘We moeten leren om te praten over mentale kwetsbaarheid.’
schrijft voor de Volkskrant over theater.
Een tijd lang was Daria Bukvic (35) bang dat ze het niet meer kon: regisseren. De gelauwerde Bosnisch-Nederlandse theatermaker werd in 2022 getroffen door een burn-out en zat daardoor maandenlang thuis op de bank. Ze had geen energie of inspiratie, en vroeg zich serieus af of ze ooit nog een voorstelling zou kunnen maken. Maar inmiddels is ze weer aan het werk: eind november gaat haar nieuwste regie, The Almighty Sometimes, in première.
Bukvic voelt zich uitstekend, zegt ze in haar kantoor bij Theater Oostpool, terwijl ze een doos versgebakken chocoladekoekjes openmaakt. Die heeft ze eerder die dag gekregen van actrice Renée Soutendijk: ‘Omdat het vandaag Singles’ Day is en ik de enige ben in ons team zonder relatie. Lief toch?’
Zeer opgetogen is ze zojuist de allerlaatste reguliere repetitie uitgekomen, in de naastgelegen studio in Arnhem. De volgende ochtend wordt alles verplaatst naar de schouwburg in Zutphen. Dan breekt de laatste fase van het repetitieproces aan: de montageperiode, waarin spel, decor en techniek samenkomen en de laatste puntjes op de i worden gezet.
Bukvic is nog nooit met zo veel vertrouwen de montage ingegaan, zegt ze. ‘Ik heb tijdens mijn burn-out fundamenteel getwijfeld aan mezelf als regisseur, maar al op dag één van dit repetitieproces voelde ik dat ik op de toppen van mijn kunnen presteer. Dat was zo’n opluchting.’
Bij het ‘uitchecken’, een dagelijks ritueel waarin het creatieve team en de acteurs gezamenlijk in een kring de dag afsluiten, zei ze dat ze er nu al tegen opziet om na de première, als de acteurs aan de tournee beginnen, afscheid te nemen van dit project. ‘Ik ben heel slecht in eindes. Hashtag verlatingsangst.’
In The Almighty Sometimes, het bekroonde toneelstuk van de Australische auteur Kendall Feaver, volgen we het tienermeisje Anna (gespeeld door Selin Akkulak), die lijdt aan ernstige psychische klachten. Op advies van haar psychiater (Renée Soutendijk) slikt ze daarvoor zware medicatie, waardoor ze het gevoel heeft dat haar creativiteit afvlakt. Het stuk maakt de toeschouwer op invoelende wijze deelgenoot van de dilemma’s van Anna en haar omgeving.
De thematiek gaat Bukvic aan het hart: haar oom kampt met paranoïde psychosen en is pas laat in zijn leven gediagnosticeerd. Vanwege de taboes op mentale gezondheidsklachten in haar cultuur werd zijn gedrag volgens haar lange tijd niet herkend als onderdeel van zijn ziektebeeld.
De laatste jaren werden zijn klachten zo ernstig dat het contact met haar oom inmiddels helemaal is verbroken, deels uit bescherming van haarzelf en haar familie. Heel pijnlijk, vindt ze. ‘Als de diagnose eerder was gesteld, was het misschien niet zo uit de hand gelopen. Alleen daarom al vind ik het belangrijk om deze voorstelling te maken: práát erover met elkaar.’
De relatie van personage Anna met haar creativiteit heeft door Bukvics eigen burn-out ook een diepere laag gekregen. ‘De inspiratiestroom die ik heb in mijn hoofd, ken ik al van kind af aan. Dus toen dat ineens stopte, voelde het alsof er een ledemaat verlamd was.’
Het leidde tot depressieve gevoelens en apathie. ‘Ik had me zo vereenzelvigd met mijn werk als regisseur, dat het voelde alsof mijn bestaansrecht wegviel. Als datgene waarvan je het meest houdt ook datgene is waarvoor je de meeste lof krijgt, haal je daar een belangrijk deel van je zelfwaarde uit. Ik dacht: wie ben ik nog, als ik geen kunstenaar ben?’
Daria Bukvic vluchtte op 3-jarige leeftijd met haar ouders vanuit Bosnië naar Nederland. Ze groeide op in een klein dorp in Limburg en doorliep vervolgens de Toneelacademie Maastricht, waar ze in 2011 afstudeerde als regisseur.
De afgelopen tien jaar groeide ze uit tot een toonaangevende theatermaker, die succes op succes stapelt met uitgesproken, tintelfrisse en betrokken voorstellingen. Ze speelde zichzelf in 2014 in de kijker met het indringende Nobody Home, waarin de persoonlijke vluchtverhalen van haarzelf en drie acteurs de kern vormden van een hartverscheurend theatraal portret. Later boekte ze successen met Othello en de publiekshit Melk & dadels, geëngageerde voorstellingen over afkomst en identiteit.
Sinds 2021 is ze artistiek directeur van Theater Oostpool, een van de grotere theatergezelschappen van Nederland. Ze volgde Marcus Azzini op, die zijn functie neerlegde na onthullingen over grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik. Terwijl het in crisis geraakte gezelschap onder haar aanvoering rigoureus op de schop ging, maakte ze onder meer de met prijzen overladen voorstelling Girls & Boys, een aangrijpende monoloog over vrouwenhaat en huiselijk geweld, gespeeld door Hadewych Minis.
Ondertussen regisseerde ze haar eerste speelfilm Meskina (2021), een vlotte, vrolijke romkom rondom de liefdesperikelen binnen een Marokkaans-Nederlandse familie. Haar recentste wapenfeit is de bejubelde Shakespeare-bewerking Midzomernachtsdroom die ze tweeënhalf jaar geleden maakte, een genereus en zinderend theaterfeest over jeugdige liefde en verlangen.
Maar niet lang daarna, in de zomer van 2022, begonnen haar handen ineens te trillen. Ze keek het een tijdje aan (‘Ik was ook gewoon heel opgewonden in die periode, Girls & Boys had net in een uitverkocht Carré gestaan’), maar het ging niet over. Een paar weken later lukte het haar tijdens een vergadering plots niet meer om rechtop te zitten. ‘Twee collega’s hebben een bank naar binnen gedragen en toen heb ik die vergadering liggend voortgezet. Liggend! What the fuck, zou je tegen jezelf willen roepen: ga naar huis!’
Ze belandde in een burn-out, die volgens haar niet zozeer veroorzaakt werd door werk, maar een direct gevolg was van heftige privéomstandigheden. Want naast haar veeleisende baan als artistiek directeur, zorgde ze in die periode intensief voor haar ernstig zieke moeder, bij wie kanker was gediagnosticeerd. Het was een emotionele tijd, waarin ze voortdurend met haar moeder meeging naar ziekenhuisafspraken.
Toen de chemotherapieën en bestralingen niet aansloegen, en het ziekenhuis in Maastricht haar uitbehandeld verklaarde, heeft haar moeder, mede op aandringen van Bukvic, in Leuven om een second opinion gevraagd. Daar durfden ze nog één riskante operatie aan, een laatste strohalm. ‘En toen is ze gered. Ze heeft geen stembanden meer, maar ze lééft.’
Nog steeds raakt ze zichtbaar geëmotioneerd als ze erop terugblikt. Dat is ook omdat die periode voor haarzelf zo confronterend was, legt ze uit. ‘Ik vind het echt delusional klinken, maar mijn burn-out kwam voor een groot deel door het besef dat ik niet almachtig ben. Niet dat ik grootheidswaanzin heb, maar in mijn jeugd had ik nauwelijks ergens controle over. En de laatste jaren had ik eindelijk het gevoel dat ik mijn leven in de hand had. Het leven heeft altijd geprobeerd ons schaakmat te zetten, maar nu sloeg ik terug.’
Bukvic doelt op het onrecht dat zij en haar familie hebben meegemaakt: van de ontwrichtende oorlog in voormalig Joegoslavië tot het opgroeien in een dorp waar je altijd als buitenbeentje wordt gezien. ‘Dus toen ik op de toneelschool ontdekte dat ik talent had voor verhalen vertellen, voelde dat als een kans om controle terug te winnen. Als regisseur kon ik een universum scheppen waarin alles gaat zoals ik het wil, ik kon de werkelijkheid helemaal naar mijn hand zetten.
‘En toen kreeg ik te horen dat mijn moeder, de allerbelangrijkste persoon in mijn leven, misschien snel zou overlijden. Ik schaam me er nu voor om het te zeggen, maar omgaan met het gevoel dat je jezelf soms moet overgeven aan de onvoorspelbaarheid van het leven is voor mij heel ingewikkeld geweest.’
Ze begrijpt rationeel dat het ook goed en leerzaam is geweest om geconfronteerd te worden met de willekeur van het leven. ‘Maar ik zit nu nog iets te dicht op dat jaar from hell om dat ook echt zo te voelen. Ik denk bovendien dat wij buitenproportioneel veel voor onze kiezen hebben gekregen.’
Ook bij Oostpool blikt ze terug op een paar turbulente jaren, waarin ze met haar collega’s keihard heeft gewerkt om het in opspraak geraakte gezelschap een nieuw elan te geven. Met nieuwe gedragsprotocollen, vertrouwenspersonen, coaches en trainingen proberen ze de sociale veiligheid nu beter te waarborgen. Het dagelijkse gezamenlijk in- en uitchecken met acteurs en andere betrokkenen bij de repetities is daar ook een onderdeel van.
Tegelijkertijd merkt Bukvic dat het tijd kost om los te komen van de erfenis waarmee haar gezelschap is opgezadeld sinds het onder haar voorganger onder vuur kwam te liggen. Ze heeft de indruk dat er voor de vrouwen die in crisis verkerende theatergroepen overnemen, andere morele standaarden lijken te gelden dan voor andere (mannelijke) gezelschapsleiders.
Ze vergelijkt haar situatie met die van regisseur Eline Arbo, die ruim een jaar geleden de artistieke directie van Internationaal Theater Amsterdam heeft overgenomen van Ivo van Hove. Inmiddels is gebleken dat onder Van Hoves directeurschap veel misging op het gebied van sociale veiligheid.
Eline Arbo werd afgelopen zomer bijvoorbeeld openlijk een gebrek aan betrokkenheid verweten omdat ze niet bij een belangrijke bijeenkomst over de tegenvallende subsidie-uitslagen van haar gezelschap was. In werkelijkheid was ze op dat moment bij de uitvaart van haar schoonvader. Uiteindelijk voelde Arbo zich genoodzaakt dat in de Volkskrant uit te leggen. Zoiets maakt Bukvic woedend: ‘Dat je aan de media moet vertellen dat je bij een begrafenis was, is absurd.’
Het zegt iets over het wantrouwen waarmee gezelschappen te kampen hebben. ‘Alles ligt voortdurend onder een vergrootglas. In de drie jaar dat ik nu directeur bij Oostpool ben, heb ik wel zestig interviews gegeven over de sociale veiligheid. Eline leidt een veel groter gezelschap, zij gaat hier nog veel langer mee bezig zijn. We moeten voortdurend vragen beantwoorden, verantwoording afleggen én ook nog het braafste meisje van de klas zijn, vanwege de shit die de mannen vóór ons hebben veroorzaakt.’
Het is dubbel, geeft ze toe, want ze wil juist graag actief bijdragen aan een cultuuromslag in de theaterwereld. ‘Ik ben met liefde een van de gezichten van de verandering, dat is ook eervol. Maar de eisen waaraan we moeten voldoen zijn buitenproportioneel hoog. Van Eline wordt nu verwacht dat ze binnen een jaar een cultuur verandert die 22 jaar heeft bestaan. Toen Ivo van Hove aantrad in Amsterdam duurde het jaren voordat de acteurs tevreden waren en het gezelschap artistieke successen boekte.
‘Ik denk dat Eline en ik alles hebben gegeven om in grote haast een cultuurverandering door te voeren, terwijl we daarnaast ook topvoorstellingen hebben gemaakt. Daarmee zeg ik niet dat het werk op het vlak van sociale veiligheid af is, want dat is het niet, maar we hebben wel in zeer korte tijd onder grote druk heel veel voor elkaar gekregen.’
Theatermakers en regisseurs zouden elkaar wat haar betreft vaker openlijk mogen bijvallen. ‘Ik zou willen dat we vaker laten zien dat we trots op elkaar zijn. Kijk wat we in de theaterwereld allemaal voor elkaar hebben gekregen: Eline Arbo staat op fucking West End. Halina Reijn, geschoold in ons gesubsidieerde theaterbestel, gaat straks misschien een Oscar winnen voor haar zelfgeschreven, zelfgeregisseerde film mét Nicole Kidman. Dat is groots!’
En daarvan profiteert de héle theaterwereld, benadrukt ze. ‘Ik geloof er heilig in dat als iemand wint in onze sector, iedereen wint. Als Nina Spijkers succes heeft, is er meer kans dat die mensen opnieuw naar het theater gaan. Als Alida Dors een vette voorstelling maakt, is dat ook publiek voor mij. Dus wees trots op je hoogvliegers, in plaats van ze meteen te willen neermaaien. Dat is zó Hollands.’ Diepe zucht. ‘Wordt het niet een heel zwaar interview? Er is ook veel leuks te vertellen.’
Vooruit: want dat is er zeker. Over Oostpool bijvoorbeeld, waarmee het inmiddels bijzonder goed gaat. Ze veert op. ‘Sinds 2021 zijn de bezoekerscijfers jaarlijks met 40 duizend gestegen. We krijgen enorm veel erkenning van pers, publiek en vakjury’s. Mensen weten waarvoor we staan: intelligent entertainment dat schuurt en confronteert. We zijn echt een merk geworden.’ Glunderend: ‘Soms kijken we elkaar even aan en zeggen we: ‘Wat is dit toch een fucking geweldige plek geworden.’’
Inmiddels is er ook (iets) meer balans in haar privéleven. Ze werkt bijvoorbeeld geen tachtig uur in de week meer, zoals voorheen, maar vijftig. Ja, nog steeds te veel, dat weet ze. ‘Maar minder kán met mijn baan niet. Een cruciale verandering is dat ik tegenwoordig op zondag niet meer werk. En af toe heb ik een vrije avond, waarop ik naar een sportklasje ga. Of ik probeer wat bij te slapen.’
Dat betekent overigens niet dat ze haar artistieke ambities ook maar een millimeter heeft teruggeschroefd. Zo hoopt ze zichzelf in de toekomst ook meer in het buitenland te profileren. ‘Londen lijkt me geweldig, omdat daar de hele wereld in de zaal zit.’ Wanneer haar eerste regie op West End staat? Ze grijnst. ‘Ik ben wat oriënterende gesprekken aan het voeren, niets concreets nog. Laten we zeggen dat ik mezelf aan het introduceren ben.’ Goed nieuws dus, voor de héle theaterwereld.
The Almighty Sometimes van Theater Oostpool, tournee t/m 24/1 (première 23/11).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant