Home

Is er in dit land een toekomst voor de Joodse gemeenschap, vraagt een overlevende van de Holocaust zich af

Na het recente geweld tegen Israëlische supporters, kwam Arnolds Joodse bridgeclubje bijeen. ‘Waar zullen we het eens over hebben?’, grapte iemand. Arnold Troostwijk, een 83-jarige Holocaustoverlevende, ontmoette ik tijdens een 7 oktober-herdenking in een Amsterdamse synagoge. Op weg daarnaartoe was ik door het centrum gefietst, waar de grond bezaaid lag met pamfletten waarin de daders van 7 oktober werden verheerlijkt.

Arnold is een innemende man, die zich zorgen maakt over de toekomst van het Joodse leven in Nederland. Ook voor zijn drie kinderen en zes kleinkinderen. ‘Mijn kleinzoon durfde met zijn bar mitswa geen klasgenoten uit te nodigen’, vertelde hij me. ‘Een andere kleinzoon zegt: ‘Opa, ik kan niet aan de UvA gaan studeren.’’

Nederland is volledig gepolariseerd. Amerika is er niks bij. In no time is iedereen slachtoffer en iedereen dader, en is het ‘bijna logisch’ wat er gebeurde. Tussen grote groepen mensen is er geen gesprek meer mogelijk, omdat ze het totaal oneens zijn over de basale feiten. Het medialandschap biedt steeds meer plekken waar je alleen feiten en meningen vindt binnen je eigen comfortzone. De extremisten schreeuwen langs elkaar heen, anderen denken: ik zwijg, dan kan ik ook niks verkeerds zeggen.

Lijden alom, in Nederland en de wereld, maar ik zoek Arnold op, om te vragen hoe het gaat. Guya, zijn vrouw, wil iets kwijt over de opening van het Holocaustmuseum afgelopen maart. Het is ze niet in de koude kleren gaan zitten, de spreekkoren en leuzen waarmee dat gepaard ging. ‘De hele weg van de snoge naar het Joods Museum, waar we een lunch kregen, heb ik gehuild’, zegt ze. ‘Ik was zo intens verdrietig. Toen we daarna teruggingen naar het Holocaustmuseum werd daar door demonstranten ‘Judenfrei! Judenfrei!’ geroepen. Had ik het maar opgenomen, dan had ik bewijs, maar ik was te zeer van slag. Arnold was totaal verstijfd.’

Over de auteur
Arnout Brouwers is journalist en columnist voor de Volkskrant, met als specialisatie veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Op de salontafel ligt een kopie van De Goudlijster, waarin Arnold de wederwaardigheden van zijn familie tijdens de Tweede Wereldoorlog te boek heeft gesteld. Ook liggen er kopieën van brieven die hij richtte aan de NOS (‘eenzijdige berichtgeving’) en aan de Erasmus Universiteit, zijn alma mater, die aankondigde ‘samenwerkingsverbanden in Israël-Palestina’ te gaan heroverwegen. ‘Wacht mijn kleinkinderen eenzelfde uitsluiting als door Duitse maatregelen tijdens de bezetting?’, schrijft hij.

‘De afgelopen week heeft een hele grote indruk gemaakt’, zegt Arnold. ‘Wij voelen ons op dit moment uitgesloten. Dat zie je ook met artiesten. En al die plekken waar Joden niet welkom zijn.’ Zijn kleindochter was bang om naar school te gaan. ‘En dan ga ik zeker niet zeggen dat ik Joods ben’, zei ze.

‘Dat bordje ‘Voor Joden verboden’ komt weer boven’, zegt Arnold. Verhuizen naar Israël doe je niet zomaar, ook de kinderen niet, die allemaal hier hun werk en vrienden hebben. ‘Maar waarom vindt de maatschappij het normaal als mijn kleinzoon belt en zegt: ‘Ik heb vandaag geen school want er is niet genoeg marechaussee?’ Arnold steunt de reactie van zijn zoon Ruben. ‘Hij wil dat zijn kinderen in Israël gaan studeren. Dat kan de kinderen een nieuwe basis geven, buiten Nederland.’

Ze hebben ook kritiek op de regering daar, maar voor Arnold en Guya is Israël een mogelijk toevluchtsoord, zoals het dat al was voor het overgrote deel van de Joodse gemeenschappen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten en een deel van de Joodse gemeenschap die in Europa de Holocaust overleefde. Arnold: ‘Als ik zeg ‘er is voor ons hier geen toekomst’, dan is Israël een van de weinige plaatsen waar ze ons wel verdedigen.’

‘Antisemitisme is salonfähig geworden’, zegt Arnold, ‘en de politiek doet er al heel lang niks aan.’ Maar wat moet er dan gebeuren? ‘Dialoog. Hetzelfde geldt een beetje voor Israël, het vechten kan niet eeuwig doorgaan. Je moet op een gegeven moment tot een oplossing komen.’

Afgelopen week legden twee bezoekende Franse imams en twee rabbijnen een witte roos bij het Anne Frankbeeldje op de Westermarkt. ‘Als je zwijgt, ben je medeplichtig aan dit geweld’, zei een van hen. ‘Toon solidariteit met de Joodse gemeenschap.’ Een simpele maar urgente boodschap, als je Arnold hoort zeggen dat ‘we eigenlijk vinden dat er voor ons hier geen plaats meer is’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next