Op het voetbalveldje slalomde een volwassen man, bal aan de voet, met triomfantelijke kreten door een defensie van kleine jochies. Je kon zien en horen dat hij overmand werd door oude instincten, ooit opgedaan op veldjes als deze. Maar ook dat hij een beetje een lul was, een lul die zijn skills moest tonen.
‘Lekker bezig, pap’, probeerde zijn zoontje het nog gezellig te houden na de zoveelste bliksemsnelle schaarbeweging, maar de rest had niet zo’n zin meer om telkens voor paal te worden gezet. Was voetbal niet een spel waarbij je af en toe de bal kreeg?
Toen kwam het ziedende schot.
Het ventje dat de bal keihard in zijn kruis had gekregen, zeeg ter aarde, de lul staarde ernaar als iemand die liever de ‘ontstane ophef’ betreurt dan zijn eigen aandeel daarin. Hij wipte de teruggekaatste bal op (behendig) en schudde zijn hoofd. Waren ze net lekker aan het ballen, ging er eentje liggen janken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns