Home

‘Hij zei huilend: ‘Wat heb jij een klotebaan, zeg’’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Officier van dienst Marina Ravesteijn-Teitsma (61) liet, tegen alle protocollen in, een vader toe op de plaats delict, om afscheid te nemen van zijn zoon.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘‘Het ziet er niet goed uit, ik ga reanimeren’, hoorde ik een collega zeggen over de mobilofoon. Het was half 3 ’s nachts, ik was officier van dienst en reed met spoed naar het ongeval in Aalsmeer.

‘Daar trof ik een enorme chaos aan. Op de grond lagen twee slachtoffers, een jongen en een meisje van rond de 20 jaar, die door collega’s en ambulancemedewerkers werden omringd. Hun kapotte fietsen lagen een eind verderop. En er stond een auto, compleet ingedeukt, met gesprongen koplampen en ruiten. De bestuurder stond er aangeslagen naast. Hij was dronken, dat rook ik meteen. Hij was vol op die fietsers geklapt.

‘De plaats delict was heel ruim afgezet met rood-wit politielint, waarachter steeds meer passanten stonden te kijken – het was feestweek in Aalsmeer. Voor zijn eigen veiligheid liet ik die chauffeur snel wegvoeren. Het team dat verkeersongevallen reconstrueert kwam, het zwaargewonde meisje ging per ambulance naar het ziekenhuis en ik zag hoe de jongen met een wit laken werd toegedekt. We hadden de slachtoffers afgetast, maar ze hadden allebei geen identiteitspapieren bij zich.

Vader ter plaatse

‘Een collega kwam op me af: ‘Marina, ik denk dat ik de vader van die overleden jongen aan het lint heb staan. Hij wil hiernaartoe, hij wil naar z’n zoon. Hij is heel boos. Als je hem niet toelaat, gaat-ie dwars door alles heen.’

‘Op dat moment gaan veel dilemma’s door je hoofd: collega’s moeten ongehinderd het sporenonderzoek uitvoeren, het protocol schrijft voor dat buitenstaanders de plaats delict niet mogen betreden. Maar ik begreep die vader, ik heb zelf ook kinderen. Dus ik liep naar hem toe, gaf hem een hand, stelde mezelf voor en zei: ‘Het is heel vervelend, maar u kunt niet naar uw zoon, wij zijn met een onderzoek bezig. Maar zodra het onderzoek is afgerond, kom ik u halen.’

‘Dat kalmeerde hem. ‘Als dat uw zoon is’, vroeg ik, ‘weet u dan wie de jongedame is in zijn gezelschap?’ Het ging om een nichtje. Ik stuurde twee collega’s naar die man z’n huis, zodat ze met familie naar het ziekenhuis konden, waar ze dat nichtje konden steunen of, in het ergste geval, afscheid konden nemen.

Dodelijk ongeval

‘Ik lichtte de leider van het sporenonderzoek in over mijn afspraak met die vader, belde het team collegiale ondersteuning voor de collega’s die de jongen hadden gereanimeerd en hem onder hun handen hadden zien wegglijden. Ook belde ik hun chef, die hen moest opvangen, zorgde dat de burgemeester over het dodelijk ongeval werd geïnformeerd en liet de CMO komen, het team dat een overledene naar het mortuarium vervoert.

‘Zodra het sporenonderzoek was afgerond, ging ik naar het slachtoffer. Ik maakte zijn gezicht schoon met desinfecterende doekjes die we altijd bij ons hebben. Samen met de onderzoeksleider legden we een arm, die in een rare hoek lag, recht. Ook haalden we het bebloede laken weg en dekten hem met een schoon nieuw laken toe. Daarna liep ik naar zijn vader, die op een stoeprand zat te wachten.

‘‘Bent u zover om met me mee te gaan?’, vroeg ik. Hij knikte. ‘Het ziet er best heftig uit, hij heeft veel verwondingen, houd daar rekening mee’, waarschuwde ik. Hij antwoordde: ‘We gaan het zien.’

‘Toen volgde dat emotionele moment. De collega’s gingen uit respect allemaal op afstand staan. Bij het laken zakten we beiden door onze knieën. ‘Bent u er klaar voor?’ vroeg ik. Hij zei ja, ik sloeg het laken terug. En toen... Hij zag zijn zoon en brak. ‘Mijn jongen! Mijn jongen!’, huilde hij, en hij ging met zijn handen over het gezicht, streelde de haren van zijn zoon, greep zijn handen, pakte heel liefdevol het hoofd vast. Je ziet: het raakt me weer.

Naar het mortuarium

‘Ik denk dat we er ruim vijf minuten hebben gezeten. In zo’n situatie duurt een minuut heel lang. Zodra de man rustiger werd, zei ik: ‘Nu is het mijn taak dat we hem van de koude grond weghalen, ik wil hem graag naar een mortuarium brengen waar hij verder wordt verzorgd.’ Samen hebben we zijn zoon weer met het laken toegedekt.

‘Weer achter het lint vroeg die vader: ‘Mag ik je een knuffel geven?’ Hij omhelsde me en zei huilend: ‘Wat heb jij een klotebaan, zeg.’ Ik wenste hem veel sterkte.

‘Ik heb hiervan geleerd dat je soms van protocollen moet durven afwijken. Je moet naar het mens in jezelf luisteren, en de mens tegenover je blijven zien. Die man heel lang laten wachten om in zo’n koud mortuarium zijn zoon te identificeren – ik kón het gewoon niet.

‘We werden als politie uitgenodigd voor de uitvaart, en gingen er met z’n vieren in uniform naartoe. Tijdens de toespraak bedankte een familielid ons expliciet voor onze steun, die veel voor hen had betekend. Ik kreeg er kippenvel van, en dacht: dat was een dankbare ingreep, wat heb ik toch een geweldige baan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next