Vluchtelingen uit het oorlogsgebied in de Russische provincie Koersk nemen steeds vaker hun toevlucht tot de straat om hun frustratie en onvrede te uiten. Voor het eerst klinkt daarbij ook de roep ‘een einde te maken aan de oorlog’.
is correspondent Rusland van de Moskou. Hij woont sinds 1992 in Moskou.
De afgelopen weken was provinciehoofdstad Koersk tientallen keren het toneel van kleine demonstraties, ondanks waarschuwingen van de autoriteiten dat dit ‘onwettige acties’ zijn. Gevluchte inwoners uit de dorpen langs de grens zijn woedend over de organisatie van hun evacuatie en over het uitblijven van de beloofde compensatie. Ze eisen ontmoetingen met het provinciebestuur en richten zich in videoboodschappen rechtstreeks tot president Vladimir Poetin.
‘Drie maanden leven we als in de hel, tot wie moeten we ons richten, waar kunnen we redding vinden?’ Een oudere inwoner van het dorp Olgovka leest ten overstaan van zijn dorpsgenoten zichtbaar aangedaan hun hulpkreet aan de president voor. Meer dan vijftig bewoners van Olgovka hebben zich verzameld voor een oorlogsmonument in de stad en klagen dat ze alles hebben verloren, dat ze worden gediscrimineerd bij het zoeken van een huurwoning of een baan.
‘Wij vragen u een einde te maken aan deze vervloekte oorlog, die zoveel onschuldige levens heeft geëist’, gaat de man verder. ‘We willen dat onze kinderen een vreedzame hemel boven zich weten, dat ze geen waarschuwingen voor inkomende raketten hoeven te horen.’
Het zijn woorden die in Rusland maar zelden hardop worden uitgesproken, omdat ze gemakkelijk kunnen worden uitgelegd als kritiek op het leger en dus kunnen leiden tot vervolging.
Olgovka ligt een kleine 20 kilometer van de grens met Oekraïne en kwam al meteen na de inval van het Oekraïense leger op 6 augustus in de vuurlinie te liggen. De meeste van de pakweg zeshonderd inwoners sloegen halsoverkop op de vlucht. Enkele achterblijvers kwamen om of verdwenen spoorloos.
Op 9 augustus viel het dorp in handen van de Oekraïners, die volgens het Russische ministerie van Defensie op 10 oktober weer werden verdreven. Meer dan 130 duizend mensen hebben sinds begin augustus hun huizen verlaten. Van een georganiseerde evacuatie was nauwelijks sprake, duizenden mensen verlieten zelfstandig en soms met gevaar voor eigen leven het oorlogsgebied, met medeneming van het allernoodzakelijkste.
De overheid beloofde compensatie voor mensen die door de inval schade hadden geleden of gewond waren geraakt. Het maximale toegekende bedrag voor verlies van eigendommen is 150 duizend roebel, ruwweg 1.500 euro, verre van toereikend om de kosten van levensonderhoud te dekken.
De getroffenen eisen certificaten van de overheid, waarmee ze zelf een nieuw huis kunnen kopen of bouwen. Die zijn toegezegd, maar er wordt geen haast gemaakt met de toekenning ervan. Moskou heeft 1,8 miljard roebel uitgetrokken voor de compensatie, omgerekend iets minder dan 18 miljoen euro.
‘Hoe moeten we verder leven? Onze huizen zijn verwoest, we hebben niets om naar terug te keren. Onze autoriteiten, ons districtshoofd, iedereen zwijgt’, fulmineert een vrouw uit het Bolsjesoldatski-district tegen de lokale televisiezender Takt. ‘Niemand bekommert zich om ons.’
De deelnemers aan het protest op het centraal gelegen Rode Plein laten foto’s zien van hun verwoeste huizen en zeggen, knikkend naar het gebouw van het provinciebestuur, het gevoel te hebben ‘op een dichte deur te kloppen’.
Die verwoesting is niet altijd het gevolg van Oekraïense beschietingen. Bewoners van het stadje Korenevo, dat nooit in handen was van de Oekraïners, melden massale plunderingen van huizen en winkels door Russische militairen. De gouverneur van Koersk deed dit aanvankelijk af als ‘misleidende informatie door vijandelijke geheime diensten’, hoewel er dankzij bewakingscamera’s concrete bewijzen voor bestaan.
De regionale autoriteiten zitten met de groeiende protesten in de maag. Verschillende lokale bestuurders zijn ontslagen en vanuit Moskou zijn hooggeplaatste functionarissen naar Koersk afgereisd om de onrust te sussen, zoals oud-gouverneur en tegenwoordig minister van Transport, Roman Starovojt. Tegelijkertijd kreeg de organisator van een van de protesten op het Rode Plein in Koersk een forse boete.
In de provincie Koersk wordt intussen onverminderd hard gevochten. Het Oekraïense leger heeft de afgelopen weken veel terrein prijsgegeven, maar dat is ten koste gegaan van zware Russische verliezen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant