Home

Joram Lürsen over nieuwe serie ‘De toeslagenaffaire’: ‘Het moet niet te sensationeel worden’

De driedelige dramaserie toont meerdere fictieve perspectieven op de gebeurtenissen. ‘De verhalen van gedupeerden gaven de acteurs een enorme verantwoordelijkheid.’

is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.

Hoe maak je een serie over de toeslagenaffaire spannend zonder te vervallen in sensatiezucht? Voor die uitdaging stonden de makers van De toeslagenaffaire, een driedelige dramaserie van BNNVara waarin een sober beeld wordt geschetst van de systemische fouten en bureaucratische horror die uiteindelijk leidden tot tienduizenden gedupeerden.

Doordat talloze mensen hun zogenaamd onterecht verkregen kinderopvangtoeslag moesten terugbetalen, vielen gezinnen uit elkaar, werden kinderen uit huis geplaatst en raakten veel gedupeerden ernstig ziek.

Compleet mogelijk beeld

In de serie is gekozen voor meerdere perspectieven om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van de situatie. We zien onder meer hoe een ‘toeslagengezin’ (Genelva Mourik-Lo-Kioeng-Shioe en Iliass Ojja) langzaam uit elkaar valt, we volgen een ambtenaar (Chiem Vreeken) bij de Belastingdienst die last krijgt van gewetenswroeging en we zien hoe een advocaat (Alejandra Theus) zich steeds verder vastbijt in de zaak.

Regisseur Joram Lürsen (Bankier van het verzet, Dag en nacht) raakte in een vroeg stadium betrokken bij het project, in eerste instantie samen met schrijver Frank Ketelaar. Toen die laatste afhaakte wegens andere verplichtingen, schreven Alma Popeyus en Hein Schütz (De enclave) het scenario, op basis van uitgebreide research en gesprekken met betrokkenen.

Voor Lürsen (61) was het daarbij vooral zaak om meerdere perspectieven samen te voegen, vertelt de regisseur in een Amsterdams café: ‘Ik weet niet of het goed is als zo’n dramaserie een droge opeenstapeling wordt van de feiten, maar het moet ook weer niet te sensationeel worden. Je zoekt naar een juiste balans tussen filmisch meeslepend en invoelbaar. In dat opzicht helpt het om de boel te fictionaliseren.’

Verhaaltechnische trucjes

Want, zoals het titelkaartje duidelijk benadrukt, De toeslagenaffaire is een ‘gedramatiseerde interpretatie van werkelijke gebeurtenissen’, met personages die gefictionaliseerd zijn. Lürsen: ‘Je probeert een wereld van tienduizenden gedupeerden invoelbaar te maken, maar wilt daarnaast ook de verhalen vertellen van de klokkenluider, de advocaat en de journalisten. Dan is het soms eenvoudiger om wat verhaaltechnische trucjes te gebruiken.

‘In het echte leven zie je bijvoorbeeld waarschijnlijk niet snel dat belastingambtenaren in dezelfde straat wonen als de gedupeerden. Dat is het voordeel van fictie: door een kleiner buurtje te creëren, konden we de diverse leefwerelden van de personages beter met elkaar laten botsen.

‘Door die wereld kleiner te maken, konden we in de serie makkelijker dwarsverbanden laten zien en het grote verhaal compact maken. Juist omdat de aantallen in deze zaak zo astronomisch zijn, met tienduizenden slachtoffers, kozen we voor een contrast met een kleine, compacte wereld die we in het begin schetsen, en hebben we voor het politieke perspectief alleen archiefbeelden gebruikt. Door het verhaal klein te houden, hopen we dat die enorme cijfers over de hoeveelheid slachtoffers nog harder binnenkomen.’

Jacht maken

Om te zien waar het in eerste instantie kon misgaan, moeten we terug naar begin jaren tien. Naar aanleiding van de wat de ‘Bulgarenfraude’ werd genoemd, is heel politiek Den Haag het erover eens dat de Belastingdienst veel meer jacht moet maken op fraudeurs. In het introfilmpje van De toeslagenaffaire zien we – op echte archiefbeelden – hoe politici elkaar voortdurend overtoepen in plannen om fraude aan te pakken.

Die grote woorden leiden uiteindelijk tot de oprichting van een speciaal ‘Combiteam Aanpak Facilitators’ (CAF) binnen de Belastingdienst, dat de opdracht krijgt om georganiseerde grootschalige fraude en misbruik met kinderopvangtoeslag te signaleren en aan te pakken.

In de serie worden de leden van dat team ook wel de ‘cowboys’ genoemd. Ze moeten miljoenen euro’s terughalen bij ‘fraudeurs’. Maar dat gebeurt in het geval van de kinderopvangtoeslagen met een zwaar onderbemand team en zonder oog voor het menselijke aspect. Zoals we horen in de eerste aflevering: ‘We zijn een fabriek. Mensenwerk kunnen we niet betalen.’

De prikkels worden al snel pervers: de ‘cowboys’ moeten targets halen, en in zo’n geval wordt het binnen de kortste keren een kwestie van ‘alles of niets’.

Lürsen: ‘Het beleid was erop gericht om het de mensen zo moeilijk mogelijk te maken. Je hoopt in zo’n geval toch dat er ergens een rem zit in het systeem, maar de menselijke maat was binnen de Belastingdienst volledig verdwenen.’

Moreel controversieel

In de serie zien we dat meerdere medewerkers binnen de Belastingdienst hun zorgen uiten, maar daar werd nooit iets mee gedaan (in het ergste geval worden de medewerkers zelfs overgeplaatst naar een andere afdeling).

Lürsen: ‘Dat is het lastige van zo’n situatie: ambtenaren moeten dingen uitvoeren die de politiek bedenkt, maar als politici beleid gaan maken dat moreel controversieel is, moet er misschien toch iets worden bedacht waardoor ambtenaren wél de kans krijgen om misstanden aan te kaarten, zodat je geen zwijgcultuur of afrekencultuur creëert.

‘Ik denk dat veel mensen proberen het goede te doen, maar dat een fout zo is gemaakt. Als je die fouten vervolgens niet kunt constateren en rechttrekken, kunnen dit soort rampen zich razendsnel voltrekken.’

‘Voor mij is dat ook een belangrijk pleidooi van deze serie: probeer de overheid een zo open mogelijke structuur te geven, om herhalingen van dit soort misstanden voor te zijn. Sommige zaken zijn misschien niet te voorkomen, maar het is wel goed om met deze serie een zekere reflectie aan te reiken, zodat het misschien inspireert om dingen te repareren, of om terug te kijken en te denken: hoe had dit anders gekund?’

Neerwaartse spiraal

Voor de gedupeerden kwam die reflectie sowieso te laat, ook omdat ze door de handelswijze van de Belastingdienst het idee kregen dat ze zélf iets verkeerd hadden gedaan. Lürsen: ‘Daardoor durfden ze het ook niet te vertellen aan ouders en vrienden. Zo belandden ze al snel in een neerwaartse spiraal: de boetes stapelden zich op, ze raakten afgesloten van gas, water en licht, maar raakten ook sociaal steeds meer in een isolement, ook omdat de schaamte heel diep zit. Maar het gaat natuurlijk veel verder dan dat, zoals we zien in de serie, met auto’s die worden afgepakt, kinderen die zich niet meer kunnen wassen en gedupeerden die door alle stress en ellende steeds zieker worden.’

Opvallend is daarbij dat De toeslagenaffaire in slechts drie afleveringen een periode bestrijkt van zo’n zeven jaar. Lürsen: ‘Dat is het fijne voor mij als fictiemaker: ik heb net iets meer vrijheid dan in een documentaire of krantenartikel, waardoor ik bijvoorbeeld kon kiezen voor tijdsprongen. Daarmee konden we het leed nog harder laten binnenkomen, dat je ziet: we zijn twee jaar verder, en het is nog erger geworden.

‘Met die tijdsprongen konden we ook de omslag in het denken van de klokkenluider geloofwaardig maken: in eerste instantie is hij vooral ambitieus, maar gedurende die jaren zien we hoe het beeld langzaam wordt bijgesteld. Dat is ook wat we willen laten zien: ik denk dat we wat meer waardering moeten hebben voor de sociaal advocaten, de kritische onderzoeksjournalisten en ook de ambtenaren die zich tegen de stroom in durven uit te spreken.’

Belangrijkste bron

Hoewel Lürsen zich stevig verdiepte in alle Kamerdebatten over fraudebestrijding en wat er misging bij de Belastingdienst, waren de gesprekken met gedupeerden – die hij voerde samen met zijn acteurs – de ‘belangrijkste bron’ om het leed écht goed onder ogen te zien. ‘Uiteindelijk moesten we van hen leren wat ze in het dagelijks leven hadden meegemaakt, en in welke situaties ze nu echt hebben gezeten. Hoe hebben ze het beleefd? Waar waren ze bang voor? Wat was de schaamte?

‘Dat zijn natuurlijk behoorlijk emotionele verhalen, en dus vloeiden er tijdens die gesprekken flink wat tranen. Logisch, want de verhalen van gedupeerden gaven de acteurs een enorme verantwoordelijkheid: zij moesten maar even gaan spelen wat al die mensen echt hadden meegemaakt.’

Lürsen wilde in de casting daarom wegblijven van acteurs met al te grote namen, omdat dat te veel zou afleiden. ‘Ik was vooral blij met hoe geloofwaardig en geëngageerd de acteurs waren, en dat we ook echt de tijd hadden om die emoties goed te krijgen. Natuurlijk hebben we ze gecast om emoties als bang en verdrietig uit te beelden, maar juist bij deze serie was het ook belangrijk dat bijvoorbeeld de schaamte gelaagd werd uitgespeeld.’’

Première

Naast de ontmoeting en een setbezoek was het voor Lürsen belangrijk om de gedupeerden ook te betrekken bij het latere proces, in aanloop naar de première op het Nederlands Film Festival. Omdat een grote première misschien te overweldigend zou zijn, werd een speciale screening georganiseerd, waar de betrokken gedupeerden samen met de crew naar de serie keken en in rustige kring hun ervaringen konden delen.

Toch kwamen er ook bij de première uiteindelijk flink wat emoties vrij, vertelt Lürsen. ‘Na afloop kwamen er behoorlijk wat gedupeerden naar me toe, en uit die gesprekken bleek opnieuw dat er nog zo veel emotie zit, en er nog zo veel meer tragische verhalen zijn. Daarom was zorgvuldigheid ook zo belangrijk: het laatste wat je wilt, is dat je de indruk geeft dat je iets hebt gemaakt over de ruggen van gedupeerden.’

Aanzetten tot reflectie

Met dat enorme leed was het makkelijk geweest om de staat en Belastingdienst af te schilderen als het grote, onmenselijke kwaad, maar Lürsen wil in de serie niet kijken naar één duidelijke ‘bad guy’. ‘We kijken vooral kritisch naar de fouten in het systeem, en hoe het kon gebeuren dat er niet werd geluisterd naar waarschuwingen.’

Lürsen hoopt dat de serie aanzet tot een zekere reflectie, ook bij de kijker. ‘In de huidige tijd denken we misschien iets te vaak: ‘Het gaat niet over mij, dus het zal allemaal wel meevallen.’ Die neiging is heel menselijk, maar vanuit deze houding ontstaan er ook situaties als die bij de Belastingdienst, waar niet meer werd opgelet, en werd gezwegen bij het zien van systematische misstanden.

‘Daarom vind ik het belangrijk om dit soort verhalen te verfilmen, om mensen ervan bewust te maken dat dit niet uitzonderlijk is. Dit is geen individueel verhaaltje, wij hadden dit allemaal kunnen zijn: het gezin, de klokkenluider, maar ook de belastingambtenaar. Als de overheid faalt in de uitvoering, kan zoiets sneller gebeuren dan je denkt.’

De toeslagenaffaire, vanaf donderdag 21/11 op NPO 1 om 20.35 en op NPO Start.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next