Al zeker een eeuw worstelt de sport met de vraag: wie mag er meedoen bij de vrouwen? En vooral wie niet? Podcastmaker Rose Eveleth dook in de geschiedenis van ‘naaktparades’ en hormoontherapie. En kwam, zegt ze, tot ongemakkelijke conclusies.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Op de Olympische Spelen van Tokio in 2021 pakte Christine Mboma, 18 jaar oud pas, zilver op de 200 meter. Haar razendsnelle opkomst werd niet gevierd als de doorbraak van een groots talent, maar met argwaan bekeken. Was zij wel vrouw genoeg? Volgens de mondiale atletiekbond World Athletics in elk geval niet. De Namibische mocht alleen met medicatie nog proberen zich voor de Spelen van afgelopen zomer te plaatsen. Ze nam de medicijnen, maar haalde Parijs niet.
Het verhaal van Mboma is de rode draad in de podcastserie Tested. Wetenschapsjournalist en oud-800-meterloper Rose Eveleth duikt in de geschiedenis van de seksetests in de atletiek, een minstens honderdjarig verleden waarin sportbestuurders, bijna uitsluitend mannen, probeerden te bepalen wie er vrouw is.
De Amerikaanse stuitte op de thematiek toen er een jaar of tien geleden veel aandacht was voor Caster Semenya, de Zuid-Afrikaanse loopster die tussen 2009 en 2017 meerdere titels op de 800 meter pakte, waaronder tweemaal olympisch goud. Bij haar doorbraak waren er twijfels over haar vrouwelijkheid, zo sterk als ze oogde, zo hard als ze liep. Er kwamen onderzoeken. Er volgde juridisch getouwtrek bij het internationaal sporttribunaal CAS en World Athletics verscherpte de regels.
De podcastmaker, vanuit Californië: ‘Dat maakt het verhaal zo interessant. Als je het nieuws ziet over Christine Mboma of Caster Semenya denk je al gauw dat het iets nieuws is. Ineens is deze persoon er en is er van alles gaande. Maar zodra je je er in verdiept, kom je erachter dat we dit gesprek al zo vaak hebben gevoerd. Elke keer een nieuwe versie met wat nieuwe wetenschap erop gekwakt’
Het klinkt op zich logisch, een categorie voor mannen en een voor vrouwen. Een keurige tweedeling. Maar de werkelijkheid is niet zo zwart-wit. De natuur kent geen perfecte grenzen. Hoewel het grootste deel van de wereldbevolking best op te splitsen is in mannen en vrouwen, is er een niet onaanzienlijk deel dat niet zo duidelijk in een van de twee categorieën valt. En dat gaat verder dan gender, verder dan hoe mensen zich voelen.
Ook de middelbareschoolgenetica van twee geslachten, de dichotomie van XX en XY-chromosomen, voldoet in de praktijk niet. Er zijn mensen die ogenschijnlijk man zijn in alle opzichten en toch XX-chromosomen hebben.
Andersom bestaat ook: vrouwen met XY-chromosomen. De medische term is DSD, afkorting voor differences or disorders of sex development. Daar wringt het in de sport, want is het niet oneerlijk als dergelijke atleten meedoen in de vrouwencategorie?
De angst voor vals spel in de vrouwencategorie gaat ver terug. De vrees is doorgaans niet dat er sprake is van een aangeboren afwijking zoals DSD, maar van moedwillig bedrog: mannen die zich verkleden in de hoop op succes in de vrouwencategorie. Dergelijke gevallen zijn in de sportgeschiedenis nauwelijks te vinden, in elk geval niet op serieus niveau. En toch maken sportbestuurders er al een eeuw lang werk van om ‘valsspelers’ te ontmaskeren.
De geschiedenis van de seksetests in de atletiek die Eveleth schetst, is schokkend. Neem de ‘nude parades’, die in de jaren zestig werden ingezet door de wereldatletiekbond. Vrouwen moesten zich naakt aan een panel van hoofdzakelijk mannelijke bondsartsen tonen. Konden de medici een vulva afvinken, dan mocht de atlete meedoen aan internationale wedstrijden.
Met het voortschrijden van de wetenschap en de kennis over chromosomen kwam een einde aan de naaktparades. De nieuwe methode van testen, op basis van DNA, was minder vernederend. Een beetje wangslijm afgeven en bij een goede uitkomst kreeg je een speciaal pasje als bewijs van vrouw-zijn mee.
Veel ingrijpender was het voor diegenen die het pasje niet kregen; de atleten die niet beter wisten dan dat ze vrouw waren en plompverloren te horen kregen dat ze XY-chromosomen hadden. Dat ze man zouden zijn. Sinds 2000 worden niet meer standaard alle vrouwen getest, maar bepaalt een medisch panel welke vrouwelijke atleten nader onderzocht zouden moeten worden. En bij World Athletics zijn niet langer de chromosomen maatgevend, maar testosteron.
Het afgelopen decennium werd de toegestane hoeveelheid van het hormoon, waarvan mannen doorgaans meer aanmaken dan vrouwen, steeds verder teruggeschroefd. Eveleth laat in de podcast experts aan het woord die betwijfelen of testosteron van doorslaggevend belang is op de atletiekbaan.
Bovendien trekt het onderzoek waar World Athletics de regels op baseert alleen een vergelijking tussen DSD-atleten en mannen. Een vergelijking tussen de hormoonwaarden van vrouwen en DSD-atleten wordt niet gemaakt.
Aan de uitkomst van de medische onderzoeken hebben de nieuwe regels weinig veranderd: het leven van de atleten die het overkomt, gaat volledig op zijn kop. Neem Mboma. Ze moest niet alleen leren leven met een nieuwe realiteit, waarin haar vrouwelijkheid wordt ontkend en ze tegelijkertijd ook geen man is. Ze moest bovendien het besluit nemen of ze door wilde in de atletiek. En dus of ze, ook al was ze kerngezond, medicijnen zou gebruiken.
In Tested vertelt Mboma’s coach Henk Botha hoe ze, met hulp van de huisarts, aan het experimenteren sloeg om onder het niveau van 2,5 nanomol testosteron te komen. De anticonceptiepil alleen deed te weinig, dus combineerde ze het met oestrogeeninjecties.
Haar testosteronniveau daalde vervolgens tot een ongezond niveau. Ze stuurden bij en uiteindelijk ging ze met alleen injecties verder. Haar coach beschrijft hoe ze van een energieke atleet veranderde in iemand die veel meer sliep dan ooit tevoren en bovendien een stuk somberder werd.
‘De gedachte lijkt te zijn: ach, neem gewoon wat anticonceptiemiddelen. Alsof dat niets voorstelt’, zegt Eveleth. ‘Terwijl we uit onderzoeken weten dat er bijwerkingen zijn van de pil. En mijn hart breekt als ik bedenk dat mensen in deze situatie aan hun dokter moeten vragen wat meerdere medische vakverenigingen onethisch noemen.’
Mboma’s doorbraak liep parallel aan die van Beatrice Masilingi. Zij werd, ook pas 18 jaar oud, zesde in de olympische 200-meterfinale in Tokio. En ook bij haar luidde de conclusie: DSD. Er is een patroon. De meeste atleten die hiermee te maken krijgen, komen uit wat Eveleth het ‘mondiale Zuiden’ noemt: Afrika, maar ook bijvoorbeeld India en Zuid-Amerika.
En dat is geen toeval, al komt het door iets anders dan veel mensen denken. ‘Het is niet zo dat ergens in de regels van World Athletics iets over ras staat, maar de reglementen treffen wel voornamelijk zwarte en bruine vrouwen. Dus zelfs al is dat niet de intentie, het leidt wel degelijk tot discriminatie. Op mijn reizen door Afrika hoorde ik ook veel mensen zeggen dat het de witte mensen zijn die komen vaststellen dat de Afrikaanse atleten te goed zijn.’
Dat er bijvoorbeeld meer Afrikaanse DSD-atleten worden gevonden dan Europese heeft niets te maken met genetische verschillen tussen de regio’s, maar met het niveau van de gezondheidszorg.
In Nederland zal meestal in de kindertijd of puberteit, bij het consultatiebureau of bij de huisartsenpraktijk, iemand opmerken dat een meisje zich anders ontwikkelt. Dan wordt het niet door de atletiekbond ontdekt. ‘Maar in grote delen van de wereld ga je echt alleen naar een dokter als je doodziek bent. En we hebben het hier over topatleten, met hen is doorgaans weinig mis.’
Acht jaar leurde Eveleth in de VS met het idee voor Tested, ondertussen steeds contact houdend met vrouwen als Mboma en het concept verder uitwerkend. En ook al kreeg ze steun van bijvoorbeeld de Amerikaanse publieke zender NPR, toch was Eveleth zo goed als blut toen net voor de Olympische Spelen in Parijs Tested online kwam. Het is mogelijk de laatste podcast die Eveleth gemaakt heeft. Financieel levert het maken van zo’n tijdrovende productie te weinig op.
Maar de discussie over geslacht, gender en sport verdwijnt niet. Toen Eveleth deze zomer in Parijs was – met het oog op mogelijke kwalificatie van Mboma waren de tickets en de toegangskaarten al gekocht – barstte de discussie rond de Algerijnse boksster Imane Khelif los. ‘Ik dacht in Parijs een soort vakantie te hebben, maar dat pakte anders uit. Mijn telefoon stond roodgloeiend.’
Het was weer dezelfde carrousel van ophef en desinformatie, zag Eveleth. Khelif zou een man zijn, het was vals spel. Wederom bleken mensen niet te snappen dat het binaire systeem van mannen en vrouwen in de sport botst met de realiteit van mens en biologie. Dat er grijstinten zijn. ‘Maar er was ook iets hartverwarmends aan de kwestie, omdat er ook veel mensen waren die voor haar opkwamen. En die gezien hebben hoeveel haat er vrijkwam.’
Vaak wordt de discussie teruggebracht tot één vraag: wat is eerlijk? Maar wellicht is die vraag de verkeerde. Sport heeft per definitie iets oneerlijks. Topsporters kunnen iets wat anderen niet kunnen, hebben aangeboren kwaliteiten die ze boven anderen laten uittorenen. ‘Je kijkt naar mensen die onwaarschijnlijke dingen kunnen. Daarom kijken we met zijn allen naar sport. Als het een paar doodnormale mensen waren, dan was er geen bal aan.’
Een panklare oplossing heeft Eveleth niet. Het kan per sport verschillen welke regels logisch zijn. Maar in de atletiek? ‘Wat veel mensen niet beseffen is dat we het hier niet hebben over vrouwen die mannentijden lopen. Semenya liep nooit een wereldrecord. DSD-atleten domineren vaak niet eens in de vrouwencategorie. In elk geval is niemand zo dominant als bijvoorbeeld Katie Ledecky in het zwemmen. Als ze gewoon zouden mogen meedoen zouden ze echt nooit alle medailles winnen. Het lijkt mij in elk geval een no-brainer dat je mensen niet vraagt om medicijnen te nemen als ze willen deelnemen in een categorie waarin ze thuishoren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant