De komende maanden zal driftig onderzoek worden gedaan naar de uitkomsten van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Wat gebeurde er precies? In de tussentijd maakt NU.nl de balans op met twee experts. Wat weten we al? En, belangrijker, wat nog niet?
Een uitgebreide analyse van de verkiezingsuitslagen zal nog even op zich laten wachten, zegt Andrew Gawthorpe, VS-historicus aan de Universiteit Leiden en auteur van de nieuwsbrief America Explained. "Pas volgend jaar, wanneer organisaties zoals de denktank Pew Research Center grootschalige en maanden durende onderzoeken hebben gedaan, krijgen we betrouwbare informatie over hoe de verschillende bevolkingsgroepen hebben gestemd."
Binnen de Democratische Partij leidt de overwinning van Trump desondanks al tot veel zelfonderzoek. Sommige van de conclusies komen altijd voorbij als de partij heeft verloren, met name: "We zijn te ver afgeweken van het politieke midden".
Andere stemmen voeren juist aan dat de partij te veel in het midden is blijven hangen en daardoor de aansluiting heeft verloren bij de gewone, werkende Amerikaan, die geen vertrouwen meer heeft in het establishment.
"Voor mij is het startpunt dat zo'n uitleg moet kunnen verklaren waarom de Democraten wél wonnen in 2020", zegt Gawthorpe. "Lukt dat niet, dan kan een theorie nooit helemaal kloppen." Trump was destijds ook de tegenstander en de Democratische Partij was niet wezenlijk anders. Kamala Harris beloofde dit jaar geen ingrijpende breuk met het beleid van de huidige president Joe Biden.
"Beide kanten kunnen wijzen naar bewijs dat ondersteuning biedt voor hun gekozen verhaal over wat er is gebeurd", zegt Jack Thompson, docent American Studies aan de Universiteit van Amsterdam. "De vraag is: hoe kunnen we de volgende verkiezingen winnen? Natuurlijk zijn al die theorieën ook deels ingegeven door eigenbelang: het is niet verrassend dat iemand als senator Bernie Sanders vindt dat de partij links economisch populisme moet omarmen."
Thompson kijkt naar twee dingen: structurele factoren en de kandidaten en hun campagnes. "Die eerste waren waarschijnlijk het belangrijkst. Twee derde van de Amerikanen denkt bijvoorbeeld dat het land op het verkeerde spoor zit. Daarnaast vindt maar 38 procent van de Amerikanen dat Biden zijn werk goed doet. Zittende regeringen met zulke populariteitscijfers winnen doorgaans geen verkiezingen."
Als het gaat over de Republikeinse en Democratische campagnes, wordt het beeld ingewikkelder. "Trump was niet de kandidaat die hij was in 2016 en 2020. Hij is ouder en extremer, en zijn optredens tijdens de campagne waren vaak onsamenhangend en vreemd. Kamala Harris was in vrijwel alle traditionele opzichten de betere kandidaat. Maar als Trump op het stembiljet staat, lijken de oude politieke wetten niet meer op te gaan. Amerikanen vertrouwen politici en het politieke systeem niet meer."
Dat wantrouwen bij de kiezer kreeg een boost door inflatie in de nasleep van de wereldwijde coronacrisis. Gawthorpe: "Het grote probleem voor de Democraten was dat die inflatiegolf, de hevigste die Amerikanen in veertig jaar tijd hebben meegemaakt, veel weerzin tegen de zittende regering oproept. Zo'n beetje elke regering ter wereld die ermee te maken kreeg is weggestemd. Kiezers hebben echt een pesthekel aan inflatie."
Thompson herkent dat beeld. "Tijdens focusgroepen en in peilingen in aanloop naar de verkiezingen zag je kiezers vaak zeggen: 'Ik mag Trump niet, maar als ik mijn eigenbelang volg, ben ik met hem waarschijnlijk financieel beter af'. Inflatie, ontevredenheid over Biden en wantrouwen in het politieke systeem waren genoeg om zorgen over Trump te overstemmen."
Je kunt Trump "een zekere mate van politieke genialiteit" niet ontzeggen, vindt Thompson. "Hij weet zich te presenteren als een succesvolle zakenman, hij is geen doorsnee politicus. Kiezers waarderen het dat hij vreemde dingen zegt en niet spreekt in gepolijste soundbites. Harris was welbespraakt en georganiseerd, maar ze klonk als een gewone politicus."
Er is nog genoeg te ontdekken over de verkiezingsuitkomst, zeggen beide experts. Bijvoorbeeld hoe bestendig de steun is die Trump kreeg van zwarte kiezers, latino's en jonge mannen. En kunnen de Republikeinen nu echt zeggen dat zij de partij van de 'werkende Amerikaan' zijn?
"Het is een beetje te vroeg om vast te stellen dat dit een grote verschuiving binnen het politieke landschap was en dat de Republikeinen nu beschikken over een multi-etnische coalitie uit de arbeidersklasse", zegt Gawthorpe. "We kunnen het niet uitsluiten, maar pas bij de volgende verkiezingen zien we wat de kiezers doen als ze niet onder druk staan door deze unieke hoge inflatie."
Thompson heeft zijn oog ook op een andere mogelijke verschuiving. "Je kunt overtuigend aanvoeren dat in de VS een nieuw tijdperk van nationalisme is aangebroken. Er is meer aarzeling om internationaal een actieve rol te spelen, gekoppeld aan een gevoel dat de regering meer moet doen om Amerikanen te beschermen. Bijvoorbeeld op het vlak van immigratie of handel. De Republikeinen hebben dat sentiment omarmd, maar je ziet het ook doorwerken bij de Democraten."
Source: Nu.nl algemeen