Home

Waarom het typisch Nederlandse sinterklaasgedicht zo vaak een opvoedlesje bevat

Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Waarom heeft het sinterklaasgedicht, dat net als de surprise alleen in Nederland traditie is, zo’n opvoedkundig karakter? Historicus en sinterklaasgedichten-verzamelaar Peter Jan Margry legt uit.

is redacteur voor de Volkskrant.

Dit Laeken gheeft St. Nicolaus [aan] Joest Jacobszoen van Huessen, tot een Mantel ofte Cap, om dat hy cloick [goed] leeren sal, ende niet broetdroncken [baldadig] wesen.’ Ongeveer midden 16de eeuw kreeg Joest van Sinterklaas een lap stof cadeau om een jas of muts van te laten naaien, maar dan moest hij wel braaf zijn op school en geen kattenkwaad uithalen.

Het is – voor zover bekend – het oudste sinterklaasgedicht van Nederland en komt uit de collectie van Peter Jan Margry, etnoloog en historicus bij het Meertens Instituut. Hoewel Sinterklaas tegenwoordig wat strenger op het rijmschema let, had een gedicht met dezelfde strekking tegenwoordig prima in een Ugg of sneaker gepast. Een jaar aan ergernissen en onhebbelijkheden, strak opgerold tot een papieren sigaar met een lintje erom. Waar komt dit typisch Nederlandse gebruik vandaan?

De eerste bronnen van het Sinterklaasfeest gaan volgens Margry terug tot de 14de eeuw. ‘Sint Nicolaas is de patroonheilige van de kinderen. Op zijn speciale dag kregen kinderen snoepgoed of speciale Sint Nicolaaskoeken van speculaas.’ Het begint als een openbaar pleinfeest, vol markten en gezelligheid, tot de protestanten hier in de reformatie een einde aan maken.

Of dat proberen, in elk geval. De populariteit van Sinterklaas is zo groot dat het feest voortaan binnenshuis wordt voortgezet.

‘Hier een handvol chocokikkers in knisperend cellofaan, is het met dat spijbelen dan eindelijk gedaan?’

Ouders verwennen hun kinderen, maar daar willen ze wel iets voor terug. Die wederkerigheid heeft volgens Margry te maken met de traditie van heiligenverering die bij Sint Nicolaas hoort.

‘Bij heiligenverering hoort het principe do ut des, Latijn voor: ik geef met de bedoeling dat jij geeft’, zegt Margry. Katholieken geloofden destijds nog sterk in de wonderen van heiligen en wilden hun kinderen laten zien dat Sint Nicolaas, net als God, goed christelijk gedrag beloont. Maar wie van het rechte pad dwaalt, krijgt met de duivel te maken.

Na de reformatie neemt Sinterklaas in Nederland ook de rol van duivelse boeman aan, die zowel de cadeautjes brengt als kinderen schrik aanjaagt. In de 19de eeuw krijgt hij de knecht Zwarte Piet om voortaan de stoute kinderen te straffen. Pas rond de jaren vijftig verandert deze in de kindervriend die we nu kennen, om nog later (grotendeels) te worden ontdaan van racistische kenmerken.

‘Ik vind jou zelf een toffe peer, maar dat gezwets over Bitcoin trekt de Sint echt niet meer’

‘Van een onpartijdige buitenstaander accepteren we sneller kritiek dan rechtstreeks van verwanten’, zegt Jet Bakels van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland in een interview met het tijdschrift Onze Taal. Het sinterklaasgedicht voorziet in de behoefte om af te rekenen met het oude jaar en gezuiverd het nieuwe in te gaan, en is het fijn om elkaar af en toe spottend de waarheid te kunnen zeggen – maar dan wel graag met de Sint als tussenpersoon.

Zowel het gedicht als de surprise is een typisch Nederlands verschijnsel. Hoewel de traditie van Sinterklaas in de meeste Europese landen bestaat, kennen ze zelfs in België het gebruik van het gedicht niet. Het is niet moeilijk om het verband te zien tussen de oer-Hollandse drang om overal kritiek op te leveren, maar daarbij vooral niet zelf de kop boven het maaiveld uit te steken. Toch is er vaak weinig zinnigs te zeggen over waarom een traditie op de ene plaats wel aanslaat en de andere niet, zegt Margry.

‘Loes snapt dat pubers hun bord leeg moeten eten, maar waarom zegt niemand iets van papa’s borrelende scheten?’

Rond het midden van de 20ste eeuw wordt het steeds gebruikelijker dat tieners die niet meer in Sinterklaas geloven ook hun ouders kunnen bekritiseren in een plaaggedicht. De hiërarchische verhoudingen in het gezin zijn dan wat afgenomen; de tiener die het lootje van een ouder uit de hoed trekt, mag zich dan vrij voelen om die ook de maat te nemen.

Waar het sinterklaasgedicht voorheen eeuwenlang eenrichtingsverkeer van ouder naar kind was, schrijven aan het einde van de 19de eeuw de ouders ook rijmpjes voor elkaar. Het (harmonieuze) gezin neemt vanaf die tijd een steeds belangrijkere rol in de samenleving in. Dat we nu Sinterklaas met vrienden en collega’s vieren laat zien dat we ook deze relaties steeds meer zijn gaan waarderen.

Toch pleit Margry ervoor om het opvoedkundige karakter van het sinterklaasgedicht niet verloren te laten gaan. Margry: ‘Een goed sinterklaasgedicht is niet beschrijvend, maar gaat in op persoonlijke ontwikkeling en karaktereigenschappen. Dit laat zien dat je echt hebt nagedacht over de persoon voor wie je iets schrijft. Dat mag best plagerig zijn, zolang je niet overdrijft.’

Die persoonlijke verdieping in de ander is wat sinterklaasgedichten zo bijzonder maakt, vindt Margry. ‘Het is toch een expressie van de cultuur van ons dagelijks leven.’ Aan het eind van de avond trekt hij dan ook altijd de A4’tjes tussen het pakpapier vandaan, om ze in zijn persoonlijke archief te steken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next