Home

Na vier maanden is Nora Achahbar er dan toch achter gekomen met wie zij regeerde

Misschien vertrouwde de staatssecretaris net iets te veel op die zwaarbevochten ‘rechtsstaatverklaring’ als bezweringsformule waarmee de ware aard van de PVV langdurig kan worden onderdrukt.

Over de opkomst en ondergang van Nieuw Sociaal Contract zullen ooit nog onthullende boeken worden geschreven. En daarin krijgt ‘vrijdag 15 november 2024’ een prominente plek.

De partij die een jaar geleden twintig Kamerzetels in de wacht sleepte met de belofte van transparantie en beter bestuur denkt kennelijk echt dat je een staatssecretaris de beschuldiging kunt laten verspreiden dat in de ministerraad racistische opmerkingen zijn gemaakt, dat je daar aan toe kunt voegen dat andere bewindslieden van de partij daar ook grote moeite mee hadden, dat je daar een dag lang crisisberaad over kunt houden met het dreigement op tafel dat je er misschien uit stapt, om je premier tenslotte doodleuk te laten verklaren dat er helemaal niets aan de hand was: ‘Er was en er is geen racisme in het kabinet.’

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Dat was al onnavolgbaar, maar toen moest NSC-fractieleider Van Vroonhoven nog komen met haar verklaring over alle consternatie. Het was allemaal bedoeld om te laten zien dat NSC ‘één front om de staatssecretaris heen wilde vormen’. Waarop de staatssecretaris in haar eentje het kabinet verliet en ook Van Vroonhoven het land verzekerde dat van racistische bewoordingen in het kabinet nooit sprake is geweest.

Dan zijn er slechts twee mogelijke conclusies. Eén: Achahbar heeft maar wat verzonnen en geeft om niets haar functie op (maar waarom zou ze dat doen?). Twee: Achahbar heeft een andere definitie van racisme dan haar coalitiegenoten.

Het zal conclusie twee zijn, zo valt eenvoudig te reconstrueren. Want zonder een of meer ministers specifiek te beschuldigen: alleen al de opmerkingen die bewindslieden vorige week voor en na de ministerraad gewoon openlijk maakten in de media werden door veel Nederlanders al als buitengewoon stigmatiserend ervaren. Hoe groot is de kans dat ze zich binnenskamers in het Catshuis, zonder microfoon erbij, veel genuanceerder hebben uitgelaten?

We weten immers ook dat de voorzitter van die ministerraad aanvankelijk helemaal mee ging in de stelling dat de oorzaak van het antisemitisch geweld in Amsterdam gezocht moet worden in een omvangrijk integratieprobleem, zonder dat hij daar aanvankelijk veel nuance aan toe voegde. In het Kamerdebat dat daarop volgde mocht de fractievoorzitter van de PVV zonder weerwoord van de premier of van NSC keer op keer verklaren dat sprake is van een ‘probleem met Marokkanen’. Hoe groot is dan de kans dat ministers met soortgelijke opmerkingen binnenskamers wél zijn teruggefloten?

Het is, al met al, geen gewaagde veronderstelling dat Nora Achahbar er vorige week, na vier maanden, achter is gekomen met wie zij regeerde en dat zelfs in de ministerraad de ondergrens voor wat racistisch is een stuk hoger ligt dan zij acceptabel vindt.

Misschien was zij tot vrijdag naïef. Of misschien vertrouwde zij, net als de rest van NSC, net iets te veel op die zwaarbevochten ‘rechtsstaatverklaring’ als bezweringsformule waarmee de ware aard van de PVV langdurig kan worden onderdrukt.

Met dit verschil dat Achahbar wel conclusies trekt nu het tegendeel bewezen is, terwijl voor de rest van haar partij het behoud van het pluche kennelijk net iets zwaarder weegt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next