Home

Tienduizenden vrouwen per jaar bevallen met een ‘knip’, maar is dat nodig?

Journalist Emma Curvers kreeg een episiotomie bij haar bevalling – beter bekend als ‘de knip’. Nederland staat bekend als een knipgraag land. Maar is de ingreep altijd noodzakelijk en wie heeft daarin de regie?

is verslaggever en columnist van de Volkskrant. Ze schrijft veel over popcultuur en emancipatie.

Wie zich voorbereidt op een bevalling, kan voorsorteren op twee bestemmingen: wereld A, die van de thuisbevalling, of wereld B, die van de ziekenhuisbevalling.

Toen ik in 2022 zwanger was, doken in mijn tijdlijn overal gelukzalige thuisbevallingen op. De vrouwen zaten vaak in een bevalbad. Ze trokken hun baby eigenhandig uit hun lijf en drukten het glibberige kind brullend aan de borst. Wereld A staat voor onverschrokken oervrouwen die zonder tussenkomst van tangen, pillen en pompen bevallen. Dat leek mij wel wat.

Er was alleen één probleem: mijn zeer gemiddelde, volgens insiders zelfs lage pijngrens. Een rap naderende pijn werd door de een vergeleken met gevierendeeld worden en door de ander voorgesteld als een psychologische horde, zoiets als een ijsbad nemen.

De knip

Als ik naar wereld B zou gaan, kon ik mijn onderlichaam met een simpele prik afmelden voor het hele voorval. Perfect. Maar ook daar kwam een grote ‘maar’ bij kijken: die knip. Wie eenmaal zo’n ruggenprik krijgt, vergroot namelijk de kans op een episiotomie, beter bekend als ‘de knip’.

Bij een knip wordt met een kromme schaar een opening gemaakt van pakweg 2 tot 7 centimeter, vanuit het perineum (dat stukje huid tussen vulva en anus), schuin richting de bil, zodat er vlotjes een baby doorheen kan.

Er wordt door huidlagen, de vaginawand en bekkenbodemspieren heen geknipt, en door erectiel weefsel, wat er onder meer voor zorgt dat je nat wordt als je geil bent. Na afloop wordt het gehecht. Geen pretje allemaal.

En laat nou uitgerekend Nederland bekendstaan als een land waar snel geknipt wordt. Van de vrouwen (en zo nu en dan een transman) die vaginaal bevallen, werd in 2021 31 procent ingeknipt bij een eerste bevalling, en 19 procent over de hele groep (cijfers Peristat). Dat is minder dan in 2000: toen zaten we nog op 53 procent voor eerst-bevallenden.

Knipcijfers variëren internationaal enorm. Nederland scoort in West-Europa hoog met die 19 procent, in vergelijking met bijvoorbeeld 5 procent voor alle zwangeren in Zweden, en 14 procent in Duitsland.

In onze buurt scoort alleen België hoger, met 50 procent van de eerste (vaginale) bevallingen. Wanneer zorgverleners precies moeten knippen, staat dus bepaald niet in marmer gebeiteld.

Kritiek op de knip

Er is een kleine verzetsbeweging ontstaan van influencers , bevalcoaches en verloskundigen die kritisch zijn op de knip, en, breder, op de medicalisering van bevallingen. Een van hen is Pleunie Teunis: ze deed een opleiding tot doula en noemt zich op haar Instagramkanaal ‘geboortecoach’.

Teunis biedt online een bevalcursus aan: ‘Creëer jouw droombevalling’. Ze geeft voorlichting over bevallen aan haar 24 duizend volgers. Telefonisch zegt ze: ‘Als het in het ziekenhuis even niet vordert, wordt een knip snel als oplossing ingezet, terwijl er ook andere opties zijn om de persfase te bevorderen.

‘Dat vind ik schadelijk. Het is niet ‘even een knip’, want een knip zorgt vaak voor veel pijn en geneest niet makkelijk.’

Ook geboortecoach en influencer Nira van Dijk leert vrouwen in haar online-bevalcursus ‘Bevallen als een baas’ hoe ze de regie kunnen nemen over hun bevalling.

Van Dijk beviel zelf ooit met een knip en verklaart op haar Instagramkanaal (34 duizend volgers) ‘de oorlog aan de episiotomie’. Volgens Van Dijk is er geen reden om zo veel te knippen: ‘We weten niet zeker of het nuttig is, dus we doen het toch’, schrijft ze op Instagram.

Los van de medische verantwoording, leeft de vraag wie nu eigenlijk de baas is in de verloskamer. Zo vertelt Marrit Mulder (40) dat ze nog lang niet aan een knip dacht, toen ze in 2020 beviel.

‘Ik dacht: ik ben hier zo goed in. Ineens zag ik paniek bij de verloskundigen. De gynaecoloog kwam binnen, keek zonder contact met mij te maken even onder het laken, zei tegen de verloskundige ‘knip maar’ en liep weg. Ik zei: ‘Ik heb nog bergen energie.’

Marrits vriend liep achter de gynaecoloog aan, zonder succes. ‘De gynaecoloog zei: ik beslis nu. Ik snap gewoon nog steeds niet: waar was dat nou voor nodig?’

Een illusie armer

Het ging zoals ik vreesde. Net als Marrit maakte ik een bevalplan – een A4’tje met aanwijzingen voor iedereen aan mijn kraambed – waarin ik knippen met klem ontmoedigde, en net als Marrit werd ik toch ingeknipt – zoals jaarlijks tienduizenden anderen. Daar lag ik dan: een liter bloed en vele illusies armer.

De mensen uit het ziekenhuis nam ik niets kwalijk: dat waren zorgzame, capabele mensen. Maar mijn vragen over die knip bleven staan: als het lichaam van de vrouw gemaakt is om te bevallen, waar je als zwangere toch graag van uit zou gaan, waarom zou je het dan zo vaak moeten openknippen?

Weten we eigenlijk precies wanneer de ingreep nodig is, en wanneer het beter is om níét te knippen? En: waarom is die knip zo’n brandbaar onderwerp?

‘Aanvankelijk was knippen vooral een Noord-Amerikaanse praktijk’, zegt verloskundige en onderzoeker Anna Seijmonsbergen, die aan Amsterdam UMC promoveerde op ingrepen tijdens de bevalling.

Knippen werd in de loop van de 20ste eeuw zelfs zozeer routine in Noord-Amerika, dat de Amerikaanse feminist Germaine Greer de episiotomie in 1984 in haar boek Sex and Destiny ‘eerder een rituele verminking dan een noodzakelijke medische ingreep’ noemde.

‘De Nederlandse bevalcultuur was altijd gericht op de natuurlijke thuisbevalling, maar die traditie is aan het verdwijnen: waar in 1953 nog 78 procent van de vrouwen thuis beviel, was dat in 2021 nog maar 14 procent.

Of dat tot vaker inknippen heeft geleid, kan Seijmonsbergen niet zeggen. Wel zegt ze: ‘Voor elke interventie geldt dat je hem te weinig én te vaak kunt toepassen: daar bestaat al vanaf de jaren negentig discussie over.’

De ervaring

Hoe ervaren vrouwen die knip? Ik besluit een oproep te plaatsen. Er komen tientallen reacties, variërend van ‘het was oké’, tot verhalen over soms jarenlang fysiek en psychisch leed.

‘Na zes weken zat ik weer op de racefiets’, schrijft Sophie Phaff- Stufken (35), die vijf jaar geleden beviel. Eefje (52, wil niet met haar achternaam in de krant) zegt dat ze het litteken negentien jaar later nog de hele dag voelt.

‘Je gaat echt anders naar je onderlichaam kijken’, zegt Marieke (34, ook liever geen achternaam). Bij Eva (33, niet haar echte naam) is de knip te schuin gezet, waardoor er te veel spanning op staat.

‘Op een gammele loungebank zitten kan niet. Ik kan alleen op een heel specifiek soort toilet goed zitten. Laatst bij een etentje ben ik maar naar huis gegaan omdat ik daar niet naar de wc kon gaan. En seks: dat heb ik na de knip nog maar één keer geprobeerd. Dat gaat niet.’

De gevolgen

Een knip kan leiden tot ‘verminderd seksueel functioneren’: minder (leuke) seks, kortom. Een heel aantal vrouwen vertelt dat seks pijn doet, en dat hun seksleven traag – of helemaal niet meer – op gang kwam.

Bekkenfysiotherapeut Wilma van Arendonk ziet in haar praktijk regelmatig vrouwen die een knip hebben gehad. ‘Er zijn vrouwen die er geen last van hebben. Maar een ander deel heeft pijn aan het litteken, pijn bij het vrijen, kan het bekken niet goed aanspannen of het verkrampt juist.

‘Het lastige is dat je die klachten ook zónder knip kunt krijgen. En of je die klachten krijgt, hangt van meer factoren af dan van die knip.’

Vrouwen die zijn ingeknipt hebben gemiddeld meer bloedverlies bij het bevallen, langer pijn na hun bevalling, een lagere spierspanning in de bekkenbodem, iets meer kans op incontinentie en een hoger risico op bekkenbodemproblematiek.

Het ingewikkelde is: niet knippen kan ook schade opleveren. Veel van de hierboven genoemde problemen kun je namelijk ook krijgen bij een vaginale geboorte zonder episiotomie.

Welke langetermijngevolgen bevallen met of zonder knip heeft voor de bekkenbodem is onbekend – hiernaar is Amsterdam UMC in 2024 een langlopende studie gestart; de eerste resultaten worden pas in 2028 bekend.

Plaatselijke cultuur

Wat wel bekend is: het moment dat de schaar om de hoek komt kijken, hangt sterk af van waar je kraambed staat. Uit het onderzoek van verloskundige Seijmonsbergen bleek dat het knippercentage per regio sterk uiteenloopt, van 14 tot 67 procent. ‘Knippen hangt dus ook samen met de plaatselijke cultuur’, zegt Seijmonsbergen, ‘zorgverleners gaan elkaar een beetje nadoen.’

Seijmonsbergen wijst vaak naar Scandinavische landen waar weinig wordt geknipt. ‘Daar hebben ze niet meer totaalrupturen, niet meer keizersnedes en niet meer kinderen met een slechte start.’

Ze is enthousiast over de daling van het gemiddelde in Nederland, en kritisch over knippen als het om de verkeerde reden wordt gedaan. Zorgverleners noemen veel redenen: een strak perineum, een groot kind, een baby die klem zit met de schouder achter het bekken. ‘Voor de meeste ervan bestaat geen bewijs dat knippen beter is dan niet knippen’, zegt Seijmonsbergen.

Kiezen tussen twee kwaden

Over één ding zijn de zorgverleners uit het ziekenhuis die ik spreek het eens: een knip heeft nut bij een vacuümverlossing, waarbij je een vacuümcup op het hoofd van het kind zet om het eruit te trekken: bij een eerste kind verlaagt hij de kans op een totaalruptuur (waarbij je uitscheurt van de vagina tot de anus) van 14 naar 2 procent.

‘Maar je kunt niet voorspellen wie die totaalruptuur krijgt’, zegt Seijmonsbergen. Het is dus eigenlijk kiezen tussen twee kwaden: gegarandeerde schade en ongemak door de knip, of het risico nemen op ‘sfincterletsel’ en daarbij horende kans op problemen met het ophouden van ontlasting.

Als vrouwen níét met een vacuüm worden geholpen, is het minder duidelijk. ‘Lang persen bijvoorbeeld, of een grote baby, geeft een grotere kans op een totaalruptuur, maar je weet niet van tevoren wie dat daadwerkelijk krijgt’, zegt Seijmonsbergen.

Totaalruptuur

‘De kans daarop bij zo’n bevalling is ongeveer 3 procent. Als je dus koste wat kost zo’n totaalruptuur wilt voorkomen, moet je veel vrouwen inknippen om één totaalruptuur te voorkomen. Je doet veel vrouwen schade, terwijl de meesten er geen profijt van hebben.’

Dat is ook de kritiek van geboorte-influencer Nira van Dijk: ‘Als je een knip zet, heb je geen volledige garantie dat je een totaalruptuur voorkomt, maar je hebt wel de schade van een knip.’

Ze is ook kritisch op knippen met een vacuümpomp. Net als geboortecoach Teunis: ‘Ook dan zijn er gevallen waarin het niet nodig is. Er zijn zorgverleners die het per geval bekijken, en dat werkt heel goed.’

Volgens Teunis kan een knip de kans op uitscheuren juist verder vergroten. In een YouTubefilmpje vergelijkt ze de huid met een stukje rekbare stof: dat rekt mee, maar als je erin knipt, scheurt het juist verder.

‘Die vergelijking klopt niet’, zegt Seijmonsbergen. ‘Het klopt wel dat inscheuren prettiger is dan ingeknipt worden. Een scheur heeft ‘gerafelde’ wondranden en heeft dus meer oppervlak om te helen: een knip is een rechte wond. Maar je kunt niet tussen die twee kiezen; je knipt om de kans op erger te verkleinen.’

Foetale nood

Een andere reden om te knippen is foetale nood: als de toestand van de baby kritiek wordt. Influencer Nira van Dijk vindt het raar dat er geen bewijs bestaat voor het nut van knippen bij foetale nood: ‘Ik vraag me oprecht af of mannen zouden accepteren dat hun geslachtsdeel opengeknipt wordt zonder voldoende bewijs dat de ingreep nuttig is’, zegt ze.

Maar dat hoef je bij foetale nood niet te bewijzen, zegt Seijmonsbergen: ‘Als tijdens de bevalling de hartslag van de baby langdurig laag is, dan zal de baby daar schade van ondervinden. Het is zo obvious dat er dan actie ondernomen moet worden. Een knip zetten op zich is niet fout, daarmee redden we veel baby’s in Nederland. Er is alleen geen onderzoek gedaan naar wat op dat moment de beste methode is.

‘Je kunt ook kijken naar Zweden: daar laten ze vrouwen dan níét op hun rug liggen en adviseren ze te stoppen met persen, om de hartslag van de baby te laten herstellen.’

Kwestie van visie

Het blijft een kwestie van visie wanneer je knipt en wanneer niet, zegt gynaecoloog Sanne van der Kooij. Ze werkt in de Noordwest Ziekenhuis Groep in Den Helder en heeft zestien jaar ervaring met het uitvoeren van episiotomie.

‘Met een knip heb je de baby er met één wee uit. Is nog drie, vier weeën te lang? Dat weten we niet exact.’ Van der Kooij vindt dat ze ‘best lang’ wacht. ‘Ook om alle overwegingen vooraf goed te kunnen bespreken.’

Vaak schrijven vrouwen die pleiten voor de natuurlijke weg dat in ziekenhuizen snelheid voorop staat – een voorbeeld is het boek De Geboortebundel van de bekende momfluencer Nina Pierson – waarmee ze suggereren dat er dáárom gemakkelijk wordt gekozen voor knippen.

Dat zit de zorgverleners niet lekker. ‘Ik vind dat wij makkelijk worden weggezet als een soort knipgrage cowboys’, zegt Van der Kooij. ‘Een knip scheelt slechts een paar minuten. Er wordt echt niet geknipt vanwege haast of omdat een zorgverlener zelf naar bed wil. Kritisch zijn over de knip is goed, maar de kritiek is vaak veel te kort door de bocht.’

‘Cascade of interventions’

‘Het klopt dat je in het ziekenhuis meer kans hebt om ingeknipt te worden, maar daar is een reden voor. Mensen die in het ziekenhuis bevallen, willen bijvoorbeeld een ruggenprik, of hun uitdrijving vordert niet’, zegt Van der Kooij. ‘Dat geeft een grotere kans op een vacuümpomp en episiotomie.’

‘Tel daarbij op dat er bij een ziekenhuisbevalling altijd een CTG (het monitoren van de hartslag van de baby en de weeën, red.) wordt gemaakt: een CTG alleen al geeft een grotere kans op interventies, waaronder een knip.’

Ook verloskundige Seijmonsbergen erkent dat je in het ziekenhuis meer kans loopt op een serie ingrepen – de zogeheten cascade of interventions. ‘Als je begint met een inleiding (als de bevalling met medicijnen wordt opgewekt, red.), heb je ook meer kans op een ruggenprik, daardoor meer kans op een vacuümbevalling en uiteindelijk ook op een knip. Je moet je dus al bij de inleiding afvragen: wil ik dit echt?’

De verloskundigen uit het ziekenhuis vertellen dat ook zij bezig zijn met manieren om ingrepen te voorkomen. ‘Warme kompressen op het perineum bijvoorbeeld’, zegt Seijmonsbergen. ‘Dat heeft bewezen effect om de kans op een totaalruptuur te verkleinen.’

‘Een andere methode is het hoofd van het kind langzaam geboren laten worden, door te zuchten in plaats van persen. Wisselende baringshoudingen kunnen ook helpen, waardoor de baby makkelijker door het baringskanaal gaat.’

Communicatie bij bevallen

Over de noodzaak van een knip valt dus best te discussiëren. Juist daarom is communicatie bij het bevallen zo belangrijk, zegt verloskundige Marit van der Pijl, die onderzoek doet naar respectvolle geboortezorg aan Amsterdam UMC.

Het gesprek over episiotomie gaat, misschien wel meer dan over medische vragen, over regie. ‘Uit onderzoek blijkt dat het gesprek over ingrepen belangrijker is voor de bevallingservaring dan de ingreep zelf’, zegt Van der Pijl.

Volgens onderzoek van Van der Pijl zegt 42 procent van de vrouwen die zijn ingeknipt geen toestemming te hebben gegeven voor de knip, en 2 procent heeft zelfs expliciet aangegeven geen knip te willen.

En: knippen zonder toestemming komt vaker voor bij niet-hoogopgeleiden en mensen van kleur. Zo’n knip zonder toestemming valt onder ‘obstetrisch (verloskundig) geweld’, vertelt Van der Pijl.

‘Daarmee schend je ethisch en wettelijk de lichamelijke integriteit’, zegt Van der Pijl. ‘Je bent zelf actief aan het bevallen, dus als jouw rol je wordt afgenomen, is dat ingrijpend. Zeker voor vrouwen die seksueel geweld hebben meegemaakt.’

Ook hier spelen uiteenlopende visies een rol: ‘Er is niet vastgelegd of een knip valt onder ‘ingrijpende handelingen’’, zegt Van der Pijl: ‘En als je het als zorgverlener niet ingrijpend vindt, vind je het misschien ook niet nodig het te melden.’

Obstetrisch geweld

Verloskundige en onderzoeker Rodante van der Waal, die aan de Universiteit voor Humanistiek promoveert op obstetrisch geweld, observeerde tijdens haar opleiding veel gesprekken in verloskamers.

‘Wat ik vaak zag, is dat zorgverleners meedelen: ‘Ik zet een knipje, of: ik ga je even helpen.’ Dan kom je er achteraf pas achter wat er eigenlijk is gebeurd.’

Dat ervoer ook Floor (33, niet haar echte naam): ‘Er werd gewoon meegedeeld: we gaan een knip zetten. Maar de gynaecoloog zei niet dat een verloskundige in opleiding het ging doen.’

Haar knip werd verkeerd gezet, met voortdurende pijn, een rampzalige kraamtijd en permanent letsel tot gevolg, vertelt Floor. ‘Ik had gewoon willen horen: sorry. Dit hebben we niet goed gedaan. Ik was niet meer dan een passant.’

Bevallingstrauma

GZ-psycholoog Kirsten Bilderbeek ziet in haar praktijk voor jonge ouders dat een bevallingstrauma vaak te wijten is aan het verlies van regie. ‘Naast de invloed op de seksualiteit en relatie, kan een knip ook psychologische gevolgen hebben.

‘Ouders met een traumatische bevalling hebben een zwaardere kraamtijd’, zegt Bilderbeek. ‘Ze ervaren meer angst en spanning, en hebben een groter risico op depressie. Een bevallingstrauma kan ook invloed hebben op de hechtingsrelatie met je kind. De bevalling heeft impact op moeder én kind.’

Ook als zwangeren wél de keuze krijgen, worden ze niet altijd volledig geïnformeerd, zegt verloskundige Rodante van der Waal. Volgens haar promotieonderzoek wordt het risico op overlijden vaak overdreven of niet goed uitgelegd door zorgverleners, om te zorgen dat wordt ingestemd met een ingreep.

‘Dit heet ‘de dode-baby-kaart’ trekken’, zegt Van der Waal. ‘Je zegt dan bijvoorbeeld: als ik nu niet knip, kan de baby overlijden. Soms is dat zo, maar soms ook niet. Het is niet altijd goed te voorspellen, maar in die nuance worden ouders vaak niet meegenomen.’

Écht in gesprek

Volgens Van der Waal moeten verloskundigen en gynaecologen écht in gesprek gaan: ‘Het gaat erom dat je mét mensen probeert na te denken over wat zíj willen. Als mensen snappen waarvoor die knip dient, dan hebben ze daar meestal weinig moeite mee.’

De communicatieproblemen zijn ook het gevolg van ons geboortesysteem, zegt Van Der Waal vervolgens. ‘Dat zorgverleners en zwangeren niet met elkaar in tune zijn, is niet gek: de zorgverlener kán vaak niet weten wat jij wilt.’

Want waar je bevalt, is geen kwestie van vrije keuze. Veel vrouwen lopen bij een verloskundige die hen uiteindelijk niet bijstaat tijdens de bevalling: omdat ze geen dienst heeft op het moment suprême, of omdat ze uiteindelijk toch medisch bevallen.

Van de vrouwen die voor een thuisbevalling gaan, bevalt alsnog de helft uiteindelijk in het ziekenhuis. En het ziekenhuis waar het gebeurt, is vaak het ziekenhuis waar op dat moment plek is.

Schijnregie

In mijn rondvraag vertellen veel vrouwen dat ze hierdoor op hun hoede waren. Zo vertelt Marrit, die zonder toestemming werd ingeknipt: ‘Ik noemde mijn bevalplan grappend mijn antiknip-affiche. Er stond in Arial lettergrootte 48 op: niet onnodig inknippen! Alleen bij nood en alsjeblieft met toestemming. Praat met ons :). Maar die bevalplannen worden natuurlijk niet gelezen. Dat is echt schijnregie.’

Zorgverleners geven aan de bevalplannen wel degelijk te lezen, maar zien een groeiende argwaan bij aanstaande ouders. Gynaecoloog Van der Kooij: ‘Vrouwen schrijven nu allemaal: niet knippen als het niet hoeft. Dan denk ik: mooi, ik knip óók liever niet.’

Verlanglijstjes

Niet iedereen is blij met de nieuwe beweging. Zo schrijft huisarts en columnist Danka Stuijver in september in de Volkskrant over een vrouw die alle voorstellen van zorgverleners weigert, met gevaar voor haar baby. Ze concludeert: ‘We moeten af van de trend waarin bevalplannen veranderen in steeds langere en onrealistische verlanglijstjes.’

Verloskundige Van der Waal vindt het flauw om uitzonderingen uit te lichten. ‘Dat een moeder het risico neemt dat haar kind overlijdt, komt nauwelijks voor. Elke moeder wil dat haar kind veilig is.’

Van der Waal vindt dat zorgverleners niet zo argwanend moeten zijn naar de kritiek van niet-medisch opgeleide vrouwen. ‘Het is een vorm van seksisme om zo laatdunkend te doen over geboorte-influencers en moeders met eigen ideeën.

In veel gevallen hadden gewone vrouwen gelijk in hun kritiek op bevallingen: de navelstreng laten uitkloppen (pas doorknippen als het bloed is uitgestroomd, red.) bijvoorbeeld: dat zijn we gaan doen omdat vrouwen dat vanuit deze hoek gingen eisen, en nu weten we ook dat het beter is voor de baby.’

Mondiger moeders

Volgens Van der Waal neemt haar beroepsgroep zwangere vrouwen nog niet serieus genoeg: ‘De verloskunde is ontwikkeld in een tijd dat gedacht werd dat vrouwen niet konden nadenken, al helemaal niet als ze zwanger waren.

‘We trekken de foetus en de moeder los van elkaar, en zien de baby als iets dat we uit haar moeten bevrijden. Daardoor wordt te weinig gebruik gemaakt van de kennis van de moeder: hoe denk jij dat het moet?’

Van der Waal ziet de beweging van mondige(r) moeders als een feministische stroming. ‘Als dat uit de hoek van influencers moet komen: prima, want politieke feministen pakken de bevallingszaak heel weinig op.’

Ook verloskundige Anna Seijmonsbergen is positief over de tegenbeweging tegen medicalisering. ‘Er is veel in het nieuws geweest dat thuisbevallen onveilig zou zijn, en dat is niet zo, dus het is goed om die thuisbevalling positief te belichten.

‘Maar ik vind deze beweging ook vaak ongenuanceerd. Als je tegenover de thuisbevalling een grof beeld van het ziekenhuis zet, neemt de keuzevrijheid van vrouwen ook af.’

Twee werelden

Soms voelen vrouwen zich beklemd tussen de twee kampen: ‘natuurlijk’ versus ziekenhuis. Zo vertelt Marieke (34, liever geen achternaam in de krant), die van haar eerste kind beviel in 2022, dat ze bang was geworden voor het ziekenhuis. Onnodig, zegt ze achteraf.

‘Ik las De Geboortebundel van Nina Pierson, ik volgde Nira van Dijk op Instagram, ik ben echt in het idee getuind dat ik met het juiste gedrag een natuurlijke bevalling kon krijgen.

‘Ik dacht dat ik uit het ziekenhuis moest zien te blijven, omdat daar te pas en te onpas wordt geknipt, om het makkelijk te maken voor de persoon die aan je bed zit. Ik ervoer zo’n gat tussen die werelden.’ Na twintig uur weeën belandde Marieke toch in het ziekenhuis. Mét knip.

‘Het kind moest er echt uit, haar hartslag daalde.’ Het herstel viel tegen: Marieke moest na zeven maanden een hersteloperatie ondergaan. ‘Maar ik neem het niemand kwalijk. Het is gedaan om het kind te redden.’

‘We moeten ervoor waken dat ‘natuurlijk bevallen’ geen nieuw dogma wordt’, zegt ook verloskundige Van der Waal. ‘Als je als zorgverlener zegt dat de natuurlijke weg per definitie beter is, dan leg je zwangeren net zo goed iets op. Of je dat vanuit de ene of de andere ideologie doet, maakt niet uit.’

Dat beaamt Van der Kooij: ‘Als vrouwen bang worden voor het ziekenhuis, kan die stress je ervaring ook negatief beïnvloeden.’

Maar geboortecoach Van Dijk vindt het wantrouwen terecht: ‘We zien dat in het ziekenhuis relatief de meeste situaties plaatsvinden waarin grenzen van vrouwen worden overschreden.

‘Misschien moeten we meer energie stoppen in het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag dan ons zorgen maken over wantrouwige zwangeren. Wantrouwen kun je in twee minuten weghalen door te beloven dat je niks gaat doen zonder toestemming.’

De algehele sfeer

Aan die knip zit veel vast, merk ik gaandeweg. De kritiek op het knippen zit eigenlijk dieper. Vrouwen die zich inzetten voor natuurlijke bevallingen zijn kritisch op de héle benadering van ziekenhuisbevallingen, op het kille licht en de witte muren bijvoorbeeld – niet bevorderlijk voor de baarsfeer.

‘In veel ziekenhuizen wordt wel geprobeerd een optimale sfeer te creëren in de kamer’, zegt Pleunie Teunis, ‘maar dat verschilt per regio en ziekenhuis.’

Daarnaast, zegt Teunis, liggen vrouwen nog altijd vaak op hun rug, zeker als ze een ruggenprik krijgen: ‘Maar daarmee heeft de baby minder ruimte om inwendig de draai te kunnen maken om geboren te worden. Een andere baarhouding kan helpen, en ook mét een ruggenprik kan zorgpersoneel een barende nog helpen met van houding wisselen.’

Teunis moedigt vrouwen aan zich voor te bereiden en zelf te zoeken naar de methode die voor ze werkt: ‘Ga niet liggen omdat je denkt dat dat hoort. En wacht op je lichaam tot het gaat persen.’

Blik op bevallen

Het gesprek over de knip is zodoende ook een gesprek over de gewone burger versus de medische wetenschap, over vrouwen die mondiger worden en over lacunes in de wetenschap.

Het gaat ook over onze blik op bevallen: is het een risicovolle hindernisbaan of een vanzelfsprekend natuurwonder? En als er toch moet worden ingegrepen, wie is er dan eigenlijk de baas? Al die gesprekken komen samen in die knip.

Eigenlijk is er niet één bevallingscultuur in Nederland: we zijn het grif oneens en alles is in beweging. ‘Zolang je zulke enorme variaties hebt tussen de knippercentages van ziekenhuizen’, zegt verloskundige en onderzoeker Rodante van der Waal, ‘kun je wel stellen dat er een probleem is.’

Volgens Nira van Dijk van de online cursus ‘Bevallen als een baas’, zitten we in een transitiefase: ‘De macht in de verloskamer verschuift, van de zorgverlener naar de zwangere.’

Verantwoordelijkheid

Maar als die macht in de verloskamers echt verschuift, is er wel nog één cruciaal onderwerp dat besproken moet worden, zeggen verschillende zorgverleners: verantwoordelijkheid.

Gynaecoloog Sanne van der Kooij begrijpt wel dat zorgverleners aarzelen om bevallende vrouwen meer regie te geven: ‘Dat vinden ze ingewikkeld, omdat we worden opgeleid met het idee dat we overal verantwoordelijk voor zijn.’

Maar eigenlijk zit dat anders, zegt ze: ‘We zijn verantwoordelijk voor de communicatie en de uitvoering, maar niet voor de uitkomst als een vrouw heeft aangegeven een ingreep niet te willen.’

Geboortecoach Van Dijk zegt dat haar doel is om vrouwen geïnformeerd de bevalling in te sturen. ‘Om overwogen keuzes te maken heb je kennis en zelfvertrouwen nodig.’

Een goed idee, zegt verloskundige Rodante van der Waal: ‘We zijn als de dood voor risico’s, en we zijn gewend de verantwoordelijkheid ervoor neer te leggen bij instituten.

‘Maar als je iets níét wilt, bijvoorbeeld een knip, moet je ook samen verantwoordelijkheid dragen voor de uitkomst van beslissingen. Dat is iets waar veel zorgverleners en ouders nog niet voor klaar zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next