Was het geweld tegen Israëlische supporters in Amsterdam het directe gevolg van mislukte integratie, zoals de regeringspartijen zeggen? Zulke uitlatingen zijn onjuist en bovendien gevaarlijk, zegt SCP-directeur Karen van Oudenhoven.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jeugdzorg en de toeslagenaffaire.
De gewelddadige hit-en-run-acties tegen Israëlische voetbalsupporters van Maccabi Tel Aviv, vorige week in Amsterdam, komen voort uit de ‘mislukte integratie’ van met name Marokkaanse Nederlanders. Dat betogen althans de coalitiepartijen PVV, BBB en VVD. Daarmee haalden zij deze week een oude discussie uit de kast: de integratie van moslims in de Nederlandse samenleving.
Volgens VVD-staatssecretaris Jurgen Nobel (Participatie en Integratie) is het klip en klaar. ‘Islamitische jongeren onderschrijven voor een heel groot deel niet onze normen en waarden.’ Die conclusie trok hij op basis van de ‘Arabische teksten’ van de daders in filmpjes van de mishandelingen die online rondgingen. Maar is zo’n link wel te leggen?
‘Het klopt niet en zulke uitlatingen zijn contraproductief’, zegt Karen van Oudenhoven. Zij is directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat al vele jaren onderzoek doet naar onder meer integratie van minderheden in Nederland.
Van Oudenhoven beklemtoont dat ze praat op grond van onderzoeksbevindingen. De gedragingen ‘van een kleine groep die de straat op gaat en geweld gebruikt tegen Israëlische supporters’ zijn volgens haar op geen enkele manier te zien als bewijs voor de ‘mislukte integratie’ van een hele bevolkingsgroep. ‘Het is niet zo dat de Marokkaanse gemeenschap één homogene groep is met dezelfde normen en waarden. Onderzoek toont aan dat er bínnen groepen grotere verschillen bestaan dan tússen groepen. Bijvoorbeeld door verschillen in opleidingsniveau.’
SCP-onderzoek legt wel verschillende normen en waarden van bevolkingsgroepen bloot. Over bijvoorbeeld het homohuwelijk zijn Turkse en Marokkaanse Nederlanders aanmerkelijk minder positief dan Nederlanders zonder migratieachtergrond; maar wel positiever dan Polen in Nederland. Dat jongeren met een Turkse of Marokkaanse achtergrond negatiever denken over Joden dan jongeren zonder migratieachtergrond, toont onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut aan. Maar een fractie van de Nederlandse moslimjongeren zegt geweld goed te keuren, volgens dit onderzoek.
‘Niet iedereen denkt hetzelfde’, zegt Van Oudenhoven. Generalisaties op basis van afkomst en geloof zijn volgens haar ‘gevaarlijk’. ‘Het is vreselijk voor de Joodse gemeenschap wat in Amsterdam is gebeurd. Het is crimineel gedrag van een kleine groep. De focus moet liggen op hun strafrechtelijke vervolging en op de aanpak van het antisemitisme. Maar generaliseer niet. Dan voelen heel veel mensen met een migratieachtergrond zich aan de kant gezet, die meedoen in de samenleving en ook verontwaardigd zijn vanwege het geweld in Amsterdam.’
De Marokkaanse en Turkse Nederlanders van wie volgens de politici van de regeringspartijen de integratie is mislukt, zijn bovendien merendeels in Nederland geboren. Zij zijn de kinderen en kleinkinderen van de buitenlandse werknemers die veel Nederlandse bedrijven vanaf de jaren zestig naar Nederland haalden. In de jaren tachtig werd duidelijk dat zij hier zouden blijven. Met hun familie streken zij vooral neer in naoorlogse wijken in grote steden.
Met de opkomst van de politicus Pim Fortuyn begin deze eeuw werd de integratie van minderheden een centraal thema. Het was na de aanslagen van 11 september 2001 in New York, waardoor ook in Nederland de schijnwerpers op de moslimgemeenschappen stonden. Het leidde tot een parlementair onderzoek naar de integratie van minderheden in de samenleving, de afgelopen 30 jaar. ‘De integratie van veel mensen met een migratieachtergrond in Nederland is geheel of gedeeltelijk geslaagd’, luidde de conclusie daarvan in 2004.
Dat parlementaire onderzoek ging uit van de volgende definitie: een persoon of een groep is geïntegreerd in de Nederlandse samenleving als hij werkt, Nederlands spreekt en de geldende waarden en normen en gedragspatronen respecteert. Maar het proces is ook tweezijdig. Als van mensen met een migratieachtergrond wordt verwacht dat zij bereid zijn om te integreren, moet de Nederlandse samenleving hen dat ook mogelijk maken.
In de jaren daarna borrelden regelmatig discussies op over hoofddoeken, jongerenoverlast, radicalisering en de achterstelling van vrouwen in sommige migrantengemeenschappen. Stilletjes aan verdween het thema integratie naar de achtergrond. ‘De laatste jaren had de politiek wel veel aandacht voor samenleven en diversiteit’, zegt Van Oudenhoven. ‘De aandacht verschoof naar de negatieve kanten van asiel en migratie. Nu, met de gebeurtenissen in Amsterdam en de andere accenten die het nieuwe kabinet legt, komt deze discussie versterkt naar boven.’
Daarin zegt VVD-fractievoorzitter Dilan Yesilgöz bijvoorbeeld dat zij in de gebeurtenissen van vorige week vrijdag ‘een patroon van toenemende onverdraagzaamheid’ ontwaart. Wie dit niet ziet, ‘kijkt volgens haar weg’ van de problemen van de minderheden die te veel in hun eigen cultuur zitten ‘aan de zijlijn van de samenleving’.
‘Zulke uitlatingen van politici kunnen negatieve consequenties hebben’, zegt Van Oudenhoven. ‘Als je als groep te horen krijgt dat je niet te vertrouwen bent, kun je je van de samenleving afkeren. En daarmee bereiken politici het tegendeel van wat ze zeggen te willen aanpakken.’
De SCP-directeur ziet andere ontwikkelingen in de onderzoeken. Juist de tweede generatie heeft veel meer contacten buiten de eigen groep. Nederlanders zonder migratieachtergrond verblijven vooral in eigen kring.
Toch voelen veel tweede en volgende generaties migranten zich niet welkom in de Nederlandse samenleving, staat in het SCP-onderzoek Gevestigd maar niet thuis. ‘Juist onder hen is het onbehagen groot, zij ervaren meer uitsluiting en discriminatie’, zegt Van Oudenhoven. ‘Zij zijn hier opgegroeid, doen mee op school of op het werk, in vergelijking met hun ouders hebben ze een forse opleidingssprong gemaakt. Toch ervaren ze dat ze niet door iedereen als Nederlander worden gezien.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant