Zijn vierde album Small Changes gaat over de kleine veranderingen die van Michael Kiwanuka een andere man maakten. De goed in zijn vel zittende dertiger die hij nu is, blijkt een inspirerende Weekendgids – met een voorliefde voor underdogs.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.
Veel artiesten dromen ervan: een hit, een echt dikke hit, die overal gedraaid wordt en door iedereen wordt meegezongen. Maar toen het Michael Kiwanuka overkwam met Cold Little Heart (een lange albumtrack in 2016, een ingekorte hit in 2017) maakte het hem niet gelukkig: ‘Ik zag het succes van dat ene liedje vooral als bewijs dat alle andere niet goed genoeg waren’, zegt hij – en hij demonstreert dat hij daar nu om kan lachen.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Cold Little Heart was uitgekozen als openingslied van de HBO-serie Big Little Lies (2017-2019). Eervol, zou je denken, maar zo zag de Kiwanuka van toen het niet: het was alleen maar een hit dankzij die serie, een soort onnatuurlijke toevalstreffer dus. Toch?
Zulke gedachten typeerden de Michael Kiwanuka uit het eerste deel van zijn carrière als maker van zoetgevooisde, zachte, akoestisch getoonzette soul. De geboren Londenaar, kind van ouders uit Oeganda, was succesvol, vrijwel direct, maar worstelde met een negatief zelfbeeld, een minderwaardigheidscomplex.
De slimme, aardige, vrolijke Michael Kiwanuka die nu, ten kantore van zijn platenmaatschappij in Hilversum, voor de camera van fotograaf Daniel Cohen staat, is een heel andere man: opgeruimder, zelfverzekerder, terecht trots op zijn prachtige vierde album Small Changes, dat op 22 november verschijnt. Zijn albums worden steeds beter en rijker.
De titel verwijst, in elk geval deels, naar de kleine (soms ook best grote) veranderingen die een ander mens van hem maakten: zijn huwelijk met Charlotte in 2016, zijn verhuizing van Londen naar een rustige plek in Southampton twee jaar later, zijn groeiende zelfbewustzijn als muzikant, dat hem in 2019 Kiwanuka opleverde, het album waarop hij naar eigen zeggen ‘eindelijk eens de aandacht voor mijn werk durfde te vragen’ en dat hem het jaar daarop de prestigieuze Britse Mercury Prize opleverde. Hij werd vader, van een dochter en een zoon.
‘Ik mis Londen soms, het is mijn stad, maar Southampton heeft me wel tot rust gebracht. Ik hoor mijn eigen stem er luider, letterlijk en figuurlijk. Het is, vind ik, ook makkelijker om tot iets persoonlijks en unieks te komen op een plek die je minder bestookt met prikkels en invloeden.’
Hij noemde zijn derde album Kiwanuka omdat het beter met hem ging, hij zichzelf eindelijk geaccepteerd had. Hij voelde zelfs enige bewijsdrang, een woord dat hij met verbazing uitspreekt.
‘Dat was een voor mij nieuwe sensatie. Daarvoor was het: u hoeft niet te luisteren hoor, let maar niet op mij. Op Small Changes zet ik weer een volgende stap. Waar Kiwanuka vrij ‘vol’ klonk, is Small Changes juist kaal, opgenomen op intuïtie, zónder bewijsdrang. Op dit album ga ik als het ware in een hoekje zitten spelen: je mág komen luisteren, als je wilt.’
Vier albums telt zijn oeuvre nu. Al vanaf nummer twee werkt hij met hetzelfde, hippe producersteam: de Amerikaan Danger Mouse en de Brit Inflo, mannen die als producers hun sporen verdienden in hiphop en pop. Danger Mouse is bekend van de bands Gnarls Barkley en Broken Bells; Inflo is spil van het ongrijpbaar toonaangevende Sault.
‘Dat twee mannen van dat kaliber, met zulke uitgesproken meningen en zulke geweldige eigen muziek, bereid zijn om met me mee te bewegen, naar me te luisteren en bij me aan boord te blijven, vind ik bijzonder en stemt me dankbaar.’
De albums die ze samen maakten, vertellen het verhaal van de met zijn geestelijke gezondheid worstelende begintwintiger die een goed in zijn vel zittende huisvader van inmiddels 37 jaar werd. Praten met Kiwanuka is nu alsof je met een goede vriend in de pub zit.
Als Weekendgids is hij onvoorbereid. Hij doet zijn aanbevelingen vrolijk associërend uit de losse pols, maar gaandeweg betrapt hij zich op een terugkerend thema: hij houdt van underdogs die – in weerwil van beperkingen of gebrek aan succes – dapper en onverstoorbaar blijven doen wat hun hart ze ingeeft: ‘Ik vind dat cool. En het ontroert me.’
Kiwanuka’s tips zeggen iets over hem. En over de kleine veranderingen die uiteindelijk Small Changes werden.
‘Tijdens het maken van Small Changes wees Brian (Brian Burton, de echte naam van producer Danger Mouse, red.) me op het album No Other van Gene Clark, toen hij hoorde dat ik van The Byrds houd.
Ik ben een muziekgek, een platenkoper. Veel solowerk van Byrds-leden kende ik al wel, maar van dit Clark-album had ik nooit gehoord. Het was een complete flop in 1974 en verdween al heel snel uit de handel, tot het een paar jaar geleden werd heruitgegeven.
Wat een plaat. Het is countryrock, maar dan krankzinnig ambitieus uitgewerkt, met gospel, een koor, keyboards en nog twee dozijn gastmuzikanten. Het flirt met soul en de gelikte yacht rock die toen populair was. Het is psychedelisch. Barok, eigenlijk.
Clark kreeg er nul erkenning voor, werd er zelfs om verketterd. Zijn label zette zich niet voor het album in. Hij was daar behoorlijk kapot van, maar bleef eigenwijs zijn gang gaan tot zijn veel te vroege dood in 1991. Nog los van de muziek sla ik aan op dat verhaal, de tragiek en de eigenzinnigheid.’
‘Een deel van de opnamesessies voor Small Changes was in de studio van Danger Mouse in de staat Connecticut. Die omgeving heeft me gegrepen. De oostkust van de VS moet je bezoeken in de herfst, als het er fris is, maar nog niet koud. Toen ik er was, was het windstil, geen regen, rustig, sereen.
Ik merk dat ik, naarmate ik ouder word, meer ga houden van plekken die voor de gemiddelde toerist misschien te saai zijn, maar waar het gewoon plezierig toeven is.
Ik ben zelden ergens zo tot rust gekomen, ook omdat ik de mensen er open en vriendelijk vond. Connecticut is hoofdzakelijk platteland óf suburbia, echt grote steden heb je er niet, maar New York en Boston zijn vlakbij en uitstekend bereikbaar. Je kunt een verblijf aan Connecticut heel makkelijk combineren met bezoekjes aan die twee. Dan heb je echt het beste van twee werelden.’
‘Als tiener en twintiger was ik fanatiek skateboarder. Nu, als huisvader in Southampton, doe ik het niet meer zo veel en merk ik dat mijn balans heel snel slechter wordt, maar ik heb wel een paar boards en wat spullen bewaard, in het bijzonder van het merk Toy Machine.
Het merk bestaat al meer dan dertig jaar. Het werd opgericht door Ed Templeton, die behalve skateboarder en eigenaar van Toy Machine ook fotograaf en filmmaker is. Hij heeft mooie films en foto’s over de skateboardcultuur gemaakt.
‘Toy Machine is een groot merk geworden, maar het is altijd cool gebleven: spaarzame reclame, koersvast, niet te commercieel. Hun boards zijn simpel, degelijk en rauw vormgegeven, vaak met schetsmatig artwork. Toy Machine heeft zijn doe-het-zelfgevoel, zijn punkhouding, altijd weten te behouden.’
‘West-Afrika kende in de eerste helft van de jaren zeventig een levendige, vrije jongerencultuur. Er waren allerlei verschillende muzikale scenes: afrobeat, Ghanese highlife, maar ook garagebeat, psychedelica, progrock, vroege hardrock, soul en ga zo maar door.
Die jongerencultuur is geweldig vastgelegd door de fotograaf Sanlé Sory uit Burkina Faso. Sory ging op in die jongerencultuur: de straat op, foto’s maken van de jongeren, hun kleding, hun feesten en concerten, vaak in benzinestations of verlaten pakhuizen.
Je ziet dat ze ideeën hebben over hoe ze eruit willen zien, maar omdat Amerikaanse en Europese kleding moeilijk verkrijgbaar was, of te duur, maakten ze hun kleding en extravagante uitdossingen maar zelf. Dat maakt ze nóg cooler. Het levert een fantastisch en ook ontroerend tijdsbeeld op.
De fotografie van Sanlé Sory bracht me op het idee om voor de hoezen van Small Changes en de singles van het album fotografie te gebruiken, een beetje in zijn stijl.’
‘De foto’s van Sanlé Sory brengen me bij mijn favoriete Afrikaanse muziekgenre uit die tijd: Zamrock, oftewel de Zambiaanse rockscene van de jaren zeventig. Er stond daar een lichting artiesten op die geïnspireerd was door heavy rock van die tijd, van Led Zeppelin tot Black Sabbath en Deep Purple, maar ook The Rolling Stones en Cream.
Dat levert een waanzinnig geluid op, omdat de muzikanten moesten improviseren met de apparatuur die voorhanden was en ze bijvoorbeeld veel meer met gitaareffecten werkten dan de bands die ze probeerden na te doen: veel fuzz en wah-wah. Ze kunnen ook niet verhullen dat ze Afrikanen zijn: er zit veel afrobeat en funk in.
Een klassiek album is Africa (1975) van Amanaz, maar zoek vooral verder: een geweldig hedendaags label als Numero Group heeft goede verzamelaars met Zamrock uitgebracht. Je weet soms niet wat je hoort.’
‘Ik heb iets met de jaren zeventig en hoe mensen en dingen er toen uitzagen. Alleen al daarom: Serpico, politiefilm uit 1973.
Frank Serpico bestond echt: een New Yorkse politieagent, die als klokkenluider wees op diepgewortelde corruptie binnen het politieapparaat van de stad. Veel collega’s en superieuren konden zijn bloed wel drinken en vonden hem een verrader.
De film vertelt het verhaal van Serpico’s gevecht: zijn manmoedige pogingen om zelf rechtschapen en integer te zijn, zijn rug recht te houden in een corrupte omgeving. De jonge Al Pacino zet een fantastische Serpico neer en natuurlijk ziet het er allemaal geweldig uit: de kleding, de pakken, de kapsels, de auto’s op straat. Helemaal goed.’
‘Even een snack tussendoor: Leon is naar eigen zeggen de keten die fastfood lekker slow wil maken, met als uitgangspunt dat fastfood ook gezond en echt smaakvol kan zijn.
Het zijn mooi ingerichte zaken, in Londen zitten er veel, waar je lekkere, verse burgers, wraps en snacks eet. Mijn favoriet: hun glutenvrije kipnuggets. Dat ze glutenvrij zijn, doet eigenlijk niet ter zake: ik eet niet per se glutenvrij, maar deze nuggets zijn gewoon goddelijk. Krokant, sappig, perfect.
Alles bij Leon is lekkerder dan bij McDonald’s of Burger King, maar als je de nuggets van Leon hebt geproefd, hoef je die van ‘Mac’ of ‘BK’ nooit meer.’
Goed nieuws voor ons: Leon heeft de oversteek naar Nederland gemaakt. De eerste filialen zijn geopend op de stations van Rotterdam en Utrecht en op Schiphol.
‘De mensen van het label hebben me verteld dat jij Ajaxsupporter bent. Ik ben enorm Spurs-fan. Mijn excuus voor de halve finale van de Champions League in 2019. Dat doelpunt in blessuretijd was wreed, maar bedenk: Ajax heeft zoveel finales gespeeld en prijzen gewonnen. Tottenham Hotspur wint nooit iets.
Wij hebben geen spelers als Cruijff, Van Basten of Bergkamp, voetballers aan wie je meteen ziet dat ze absurd veel beter zijn dan de rest. Ik heb er in mijn leven maar één gezien die in zijn team van een andere orde was: Gareth Bale.
Ik herinner me een wedstrijd tegen Newcastle United waarin hij zó goed was dat alle toeschouwers, inclusief de Newcastle-fans, hem een staande ovatie gaven toen hij een hoekschop ging nemen. Ik kreeg er kippenvel van. We zijn bij Spurs niet erg verwend op dat vlak.’
‘Tot slot: even pochen over een concert dat ik bijwoonde. In 2013 deed ik een Amerikaanse tournee en vierde ik daarna nog even vakantie in Austin, Texas. Een vriend had een kaartje over voor het jaarlijkse Bridge School-benefietconcert van Neil Young in het Shoreline Amphitheatre in Mountain View, Californië.
Van Austin naar Mountain View is een flinke reis, maar ik heb een vlucht geboekt en ben gegaan: een van de betere beslissingen uit mijn leven. Ik zag op één dag Neil Young, Elvis Costello, My Morning Jacket, Queens of the Stone Age, Crosby, Stills, Nash & Young en, als klap op de vuurpijl, het volgens mij laatste optreden van Tom Waits. Hij was net een magiër, ik heb nooit meer zo’n charismatische verschijning op een podium gezien.
Lou Reed was kort daarvoor overleden. Bijna iedereen deed een Velvet Underground- of Reed-cover. Wat een dag. Wat een ongelooflijke muziek. Ik krijg nog altijd kippenvel als ik er opnamen van hoor. Dan ben ik blij dat ik, na een eigen carrière van twaalf jaar, nog altijd muziekgek ben.’
3 mei 1987 Geboren in Londen.
2005 Student University of Westminster.
2011 Debuut-EP Tell Me a Tale.
2012 Winnaar BBC Sound of 2012, debuutalbum Home Again.
2016 Tweede album Love & Hate.
2019 Derde album Kiwanuka.
2019 Acteerdebuut film Yesterday.
2020 Winnaar Mercury Prize.
2024 Vierde album Small Changes.
Michael Kiwanuka woont in Southampton. Hij is getrouwd met Charlotte en heeft een zoon en een dochter.
Op 22 november verschijnt Michael Kiwanuka: Small Changes bij platenlabel Polydor/Universal. Kiwanuka treedt 26 februari op in Afas Live, Amsterdam (uitverkocht).
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant