Net als na de aanslagen in New York op 11 september 2001 worden moslims na het geweld in Amsterdam van vorige week weer collectief als veiligheidsprobleem bestempeld. De Marokkaans-Nederlandse schrijver Abdelkader Benali verzet zich daartegen en blijft strijden voor verbinding.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.
‘We moeten opstaan en onze rug rechten.’ Abdelkader Benali zegt het meermaals tijdens het interview, steeds in iets andere bewoordingen. ‘Haagse politici willen ons klein krijgen en terug ons hok induwen, en juist daarom moeten we terugvechten.’
Met die overtuiging kwam de 48-jarige Marokkaans-Nederlandse schrijver afgelopen zondag terug van een bijeenkomst in Amsterdam Nieuw-West. ‘Ik had wat andere ouders bij elkaar geroepen op de weekendschool van mijn kinderen’, vertelt hij. ‘Om te praten over wat er was gebeurd. Want we wisten: we gaan het weer op ons bordje krijgen.’
Er waren toen enkele dagen verstreken sinds Amsterdammers een gewelddadige klopjacht hielden op Israëliërs, nadat Israëlische voetbalsupporters zich ernstig hadden misdragen in de straten van de hoofdstad. Politici buitelden over elkaar heen om de ‘Jodenjacht’ en ‘pogrom’ door ‘moslims met Palestijnse vlaggen’ te veroordelen.
‘Een van de moeders zei: dit voelt als 9/11’, vertelt Benali. ‘Op het moment dat ze dat zei, voelde ik het ook.’ Veel moslims in Nederland, in ieder geval degenen die ouder zijn dan 30, hebben de aanslagen in New York op 11 september 2001 als een keerpunt ervaren. Ineens werden moslims collectief als veiligheidsprobleem bestempeld, als terroristen. Vanaf dat moment groeide de moslimhaat in Nederland.
Waarom voelt dit moment hetzelfde?
‘We liggen als moslims weer onder een vergrootglas en we krijgen opnieuw als groep de schuld.
‘Maar tegelijkertijd is het anders dan toen. Destijds overviel het ons, nu zijn we niet meer zo naïef. En in 2001 hadden we Wim Kok als premier, een verbinder die opriep tot kalmte. Nu wordt er door politici juist extra gas gegeven. Ze hebben het al over nationaliteiten afpakken en deportaties. Het is doodeng.’
U roept moslims op terug te vechten, wat bedoelt u daarmee?
‘In Nederland kun je inmiddels straffeloos alles over moslims zeggen, en er zullen altijd groepen bereid zijn om die leugens over ons te geloven. Daarom moeten we vechten voor onze plek in ons land. Want als we dat niet doen, gaat dat ten koste van onze kinderen.’
‘We moeten vechten met woorden en ideeën. Veel Marokkanen wantrouwen de media en willen niet met journalisten praten. Dat terwijl ze met hun verhalen en rede een enorme bijdrage zouden kunnen leveren aan het publieke debat. Er haken nu te veel goede stemmen af vanuit de overtuiging dat de media moslims vijandig gezind zijn.
‘Ik zie hoogopgeleide moslims in hun schulp kruipen. Ze trekken zich terug in hun bubbel, nemen emotioneel afstand van de Nederlandse samenleving. En dat baart me grote zorgen. We moeten het podium pakken. Juist nu.’
Benali is in 1975 geboren in Marokko en verhuisde als 4-jarig jongetje met zijn ouders naar Nederland. Naast zijn werk als schrijver en tv-maker werpt hij zich al jaren op als vertegenwoordiger en stem van de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap.
In Amsterdam Nieuw-West, waar Benali met zijn gezin woont, en de aanpalende wijken Baarsjes en Bos en Lommer, wonen veel moslims. Er werd maandag een tram in de fik gestoken toen rellende jongeren de straat opgingen. Een dag later besloot trambedrijf GVB er ’s avonds niet heen te rijden, uit vrees voor nieuwe onrust. Die bleef uit, dankzij de inspanningen van buurtvaders en moskeeën.
Dat neemt niet weg dat woede, angst en verdriet nog steeds om voorrang vechten, zo blijkt uit gesprekken met bewoners in de buurt. Woede over het Israëlische geweld in Gaza, gevoed door Instagram- en TikTokfeeds vol kinderlijkjes, hongersnood en verwoestende bombardementen. Waarom horen we onze regering daar niet over, vraagt men zich hier af.
Er is veel verontwaardiging over de Israëlische bewindslieden die vorige week door de Nederlandse regering als vrienden zijn onthaald, excuses kregen voor het geweld van Nederlanders tegen Israëlische burgers, maar niet zijn aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor oorlogsmisdaden, de onderdrukking van Palestijnen en de dood van 43 duizend Gazanen, van wie zeker 16 duizend kinderen.
Er is boosheid en verdriet over een moslimvrouw die zondag bij een pro-Palestijnse demonstratie door een politieman is geslagen en bloedend op de grond belandde. En over de plannen van het kabinet, dat aankondigde te onderzoeken of antisemitisme reden kan zijn iemand de nationaliteit te ontnemen.
Daarnaast echoën de uitspraken van Jurgen Nobel, staatssecretaris voor Participatie en Integratie, al de hele week door de straten. Nobel sprak maandag van ‘een groot integratieprobleem’, omdat ‘een groot deel van de islamitische jongeren de Nederlandse normen en waarden niet onderschrijft’.
Op pleintjes en in scholen komen Marokkaans-Nederlandse ouders samen en bespreken hun zorgen. Hoe voorkom je dat je puberzoon zich door woede laat meeslepen en deelneemt aan straatrellen? Kun je straks als antisemiet worden bestempeld als je een keffiyeh draagt? En wat zeg je tegen je 8-jarige dochter als ze vraagt of ze het land uit moet?
Ze veroordelen het geweld in de Amsterdamse straten, maar hekelen ook het gemak waarmee media en politici moslims als Jodenhaters afschilderen. Een blonde moeder vraagt zich af of ze de achternaam van haar half-Marokkaanse kinderen moet veranderen. Anderen overwegen emigratie, uit angst voor de donkere tijd die wellicht aanbreekt.
Herkent u de emoties die op straat leven?
‘Zeker. Veel Nederlanders laten zich brainwashen door rechtse politici en denken dat alle Marokkanen agressors zijn. Maar de meesten van ons zijn gewoon doodsbang.
‘Als Marokkanen en moslims leven we al heel lang met angst. Er worden moskeeën beklad, hoofddoeken afgetrokken, mensen geslagen. Zelf ben ik ook bedreigd. Een man in een auto reed me klem en zei dat ik de vijfde colonne ben, dat ik aan omvolking doe.
‘Politici halen hun schouders op over deze moslimhaat, maar noemen wat vorige week gebeurde wel meteen een pogrom. Die dubbele moraal maakt mij ook woedend.’
Hoe kijkt u zelf naar wat er vorige week is gebeurd in Amsterdam?
‘Het is niet vorige week begonnen. Er woedt een oorlog in het Midden-Oosten die hevige emoties oproept. Ik voer daarover sinds oktober vorig jaar verbindende gesprekken op scholen en universiteiten en bij de gemeente. Dat doe ik omdat ik wil dat we elkaar heel houden. En geloof me, Amsterdam loopt al een jaar op eieren.
‘En dan komen er een paar duizend supporters die doen alsof de stad van hen is. Ze zingen dat alle Arabieren dood moeten, scanderen racistische leuzen en trekken Palestijnse vlaggen van de gevels. Ze plegen strafbare feiten en er wordt niet ingegrepen. Dat maakt mensen boos. Mij ook, maar ik heb zelfbeheersing weten op te brengen.’
Anderen konden dat niet.
‘Het is verschrikkelijk wat daarna is gebeurd. Mensen zijn gaan zoeken naar Maccabi-supporters om ze een koekje van eigen deeg te geven. Ze hebben willekeurig mensen met een Israëlisch paspoort aangevallen. Dat is doodeng en de daders moeten worden opgespoord en berecht.
‘Het geweld was gericht tegen Israëliërs. Antisemitisme heeft bij een aantal geweldplegers absoluut een rol gespeeld, maar een pogrom? Alle daders neerzetten als hardcore antisemieten, die niets anders doen dan keppeltjes zoeken? Dat is waanzin.’
‘Het overgrote deel van de Marokkaanse gemeenschap vond het geweld verachtelijk en wil ook niet dat jongeren rellen op straat. Maar het zijn wel onze broers en neven. We kennen ze. Hun gedrag is verachtelijk, maar dat maakt hen niet tot onmensen. Ik weiger hen te laten wegzetten als terroristen.’
Politici van coalitiepartijen doen dat wel. Welk effect heeft dat?
‘Veel jongeren denken: stik er maar in. Jullie laten ons allemaal in de steek. Jullie schelden op ons, jullie demoniseren ons, jullie geven ons van alles de schuld. De rellen in Nieuw-West zijn daar een uiting van.
‘Maar ik hoor het deze dagen ook van mensen die normaal gesproken vol voor de verbinding gaan. Ik sprak met een militair, een journalist, een theatermaker, mensen met een groot netwerk aan beide kanten. Ze zeggen: ik neem de telefoon niet meer op als de gemeente of de politie me belt om te vragen of ik kan helpen een brandje te blussen, ik ben er klaar mee.’
Begrijpt u die reactie?
‘Natuurlijk, maar ik ben het er niet mee eens. Ik denk dat we met elkaar in gesprek moeten blijven en elkaar weer moeten vinden. Niet omdat ik denk dat we de woede van nu kunnen wegnemen, maar om sterker te staan bij de volgende crisis. Ik blijf bruggen bouwen, zodat we ons de volgende keer minder geïsoleerd, ontheemd en kwetsbaar voelen.’
Er wonen ruim 850 duizend moslims in Nederland. In het politieke debat worden ze geregeld als homogene groep neergezet, maar dat doet geen recht aan de werkelijkheid. Ze hebben wortels in uiteenlopende landen als Marokko, Turkije, Indonesië, Suriname en Syrië. Er zijn linkse moslims, rechtse moslims, vrome en seculiere moslims, vrouwen die een hoofddoek dragen en vrouwen die dat niet doen.
Moslims zijn vertegenwoordigd in alle sectoren. Het zijn bouwvakkers, ondernemers, docenten, ambtenaren, artsen, schoonmakers, tandartsassistenten, theatermakers en advocaten. Maar vooral jonge moslims die in achterstandsbuurten trammelant schoppen of in de criminaliteit belanden, genereren aandacht in het politieke debat.
‘Deze week zei Hans Spekman (partijprominent van de PvdA, red.) tegen me dat dé moslimgemeenschap helemaal niet bestaat, en dat voelde als een eyeopener.’ Benali lacht. ‘Ik ben kennelijk zo geïndoctrineerd door 25 jaar hokjesdenken dat ik er zelf in ben gaan geloven.’
Haagse politici hameren al de hele week op wat ze een integratieprobleem noemen. Hoe kijkt u daartegen aan?
‘Premier Dick Schoof zei op de persconferentie dinsdag dat jongeren met een migratieachtergrond niet de Nederlandse normen en waarden hebben, maar mensen als Schoof en Wilders vormen zelf het integratieprobleem. Zij zijn degenen die demoniseren en een onwerkelijk beeld creëren van Nederland. Een beeld van deportaties en haat. Zij zijn fout, niet ik.
‘Antisemitisme is een probleem, maar het is een grove leugen dat alle moslims Joden haten. Bovendien, ook moslims worden bedreigd en aangevallen, moskeeën worden niet beveiligd, islamitische politieagenten worden niet gehoord binnen het korps. Er is kansenongelijkheid in het onderwijs, stagediscriminatie, noem maar op.’
Voor het eerst in het gesprek verheft Benali zijn stem. ‘Degenen die zij aanvallen, de moslims, zijn achtergesteld. Dat is het echte verhaal. Wij worden klein gemaakt en geïntimideerd.
‘Er gebeurt van alles in dit land, maar bij de meeste daders wordt nooit de vraag gesteld of ze wel Nederlandse normen en waarden hebben. Ik denk dat Marokkanen in Nieuw-West beter geïntegreerd zijn dan veel Nederlanders. Maar ik ga geen bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten, ik weiger mee te doen aan dat spelletje.’
Wat doet u wel?
‘Ik probeer nu bijvoorbeeld samen met een Joodse vriend een gesprek te organiseren tussen Marokkaanse taxichauffeurs en Joodse Amsterdammers. Zonder camera’s, want er is veel angst. De chauffeurs zijn bang dat ze zonder iets verkeerd te hebben gedaan op terroristenlijsten belanden, Joden durven geen taxi te bellen uit vrees voor geweld.’
BBB-leider Caroline van der Plas zei deze week juist dat de tijd van theedrinken en gezellig met moslims kletsen voorbij is.
‘Deze regering wil Nederland kapotmaken, maar dat laat ik niet gebeuren. Dus blijf ik zoeken naar manieren om in dit gespleten land in gesprek te blijven over onze kernwaarden. Hoe zorgen we ervoor dat we niet uit elkaar worden gedreven? Ik kom in veel verschillende bubbels en mijn ervaring is dat negen van de tien mensen gewoon in gesprek willen.
‘Ik vind tegelijkertijd ook dat moslims hun rechten moeten opeisen. Daarom heb ik de taxichauffeurs ook op het hart gedrukt dat ze zich niet moeten laten wegzetten. Ze vormen een levensader van de Amsterdamse economie en zouden kunnen staken om hun punt te maken. We moeten niet over ons heen laten lopen, dit is ook ons land.’
En die rellende jongeren?
‘Die moeten we helpen. Sommige hoogopgeleide en succesvolle moslims willen niet geassocieerd worden met het geweld, ze houden zich erbuiten. Ik zou zelf ook het liefst tegen die relschoppers willen zeggen dat ze er gewoon mee moeten kappen.
‘Maar wij zijn nodig om te laten zien dat we ze als mens niet opgeven. Eerst moeten wij dat doen, dan hopelijk de rest van de samenleving. Veel moslims met goede posities hebben zelf ook een achtergrond van armoede en ellende, en hebben die weten te overwinnen.
‘Als wij afhaken, wat blijft er dan over voor de minder goed gepositioneerde moslims? Waar is dan hun culturele elite, hun politieke elite? Wie zijn dan nog de mensen die het voor hen gaan opnemen? Die jongeren hebben ons nodig.’
Waar haalt u eigenlijk al die energie vandaan?
‘Op de eerste plaats heb ik ADHD.’ Benali lacht. ‘En ik geloof in de mens en in het verzet. Klein en simpel verzet. Naast iemand durven staan en zeggen dat je voor hem of haar opkomt.
‘En ik denk echt dat we door microconnecties te maken naar elkaar toe kunnen groeien en elkaar kunnen versterken. Het is een heel traag proces, maar ik geloof in verandering. Ondanks de regering, die alleen maar bezig is om de boel op te fokken.’
Er zijn ook veel moslims die overwegen te vertrekken uit Nederland.
‘Ik heb zelf ook een oog gericht op de nooduitgang. Ik ben waakzaam en neem alles wat er wordt gezegd heel serieus. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa. We leven als minderheden in een gevaarlijke tijd. Als het echt onhoudbaar wordt, neem ik mijn kinderen mee en vertrek.
‘Maar ik wil niet weg en ik wil dat ook de jongere generatie hier blijft. Islamofobie wordt gebruikt als stok om ons stil te krijgen. Veel moslims geloven al niet meer in verzet en durven niet meer in beweging te komen. Dat begrijp ik, ik ben ook moe, maar ik heb ook geleerd van eerdere crises.
‘Na 9/11 won de LPF de verkiezingen en ben ik naar Italië vertrokken. Ik dacht: het waait wel over, de haat. Achteraf heb ik daar spijt van. Ik had toen ook moeten vechten. Ik had een bepalende stem kunnen zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant