Dinsdag deelde de politie in televisieprogramma Opsporing Verzocht beelden van vijf verdachten van het geweld in Amsterdam van vorige week. Inmiddels is één verdachte geïdentificeerd en aangehouden. Wanneer gaat de politie over tot deze aanpak en welke afwegingen worden gemaakt?
Het Openbaar Ministerie (OM) en de politie maken gebruik van opsporingsberichten in de media om de hulp van het publiek in te roepen bij het oplossen van strafzaken, is te lezen op de website van het OM.
Stijn Franken, strafrechtadvocaat en hoogleraar straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht, zegt tegen NU.nl dat beelden van een verdachte alleen via media verspreid worden als dat voor de opsporing echt noodzakelijk is. "Dat betekent dat de politie niet op een andere manier achter de identiteit van de desbetreffende persoon kan komen dan via deze aanpak."
Het staat niet helemaal vast aan welke regels opsporingsberichtgeving moet voldoen. "Er zijn geen wettelijke regels voor", zegt Franken. "Maar er moet een zorgvuldige belangenafweging worden gemaakt."
Die belangenafweging is waar het grotendeels om draait. Zo wordt volgens het OM gekeken naar de mate van rechtmatigheid, proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. Oftewel: gaat alles volgens de wet, is de maatregel niet te zwaar, zijn er geen andere opties en is het doel belangrijk genoeg.
Beelden worden alleen gedeeld als het gaat om een zwaar strafbaar feit. "Vanwege een gestolen zakje drop in de supermarkt mogen niet zomaar beelden in de media getoond worden. Maar wel als gaat het om ernstige zaken, zoals de zware rellen in Amsterdam."
"Het is altijd wegen van het opsporingsbelang, wat ons belang is en daarmee ook dat van de samenleving, en het belang van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte", vertelt Ernst Pols, persofficier van justitie van het OM in Rotterdam. "Ook die laatste is belangrijk, want niemand wil dat privacy door de overheid te grabbel wordt gegooid."
Als de politie besluit over te gaan tot het delen van beelden, wordt in veel gevallen eerst een onherkenbare foto getoond. "Daarmee geeft de politie de verdachte de gelegenheid om zichzelf te melden", zegt Franken. Vaak is dit al genoeg en melden verdachten zichzelf of worden ze herkend.
Doe je dat niet en weten de autoriteiten hierna nog niet wie je bent, dan word je vervolgens herkenbaar in beeld gebracht, zegt Franken.
"Als de identiteit van de desbetreffende persoon al bekend is, dan wordt beeldmateriaal in principe niet getoond", zegt Franken. Maar er zijn uitzonderingen bij heel gevaarlijke personen.
Een bekend voorbeeld is Jos Leijdekkers, bekend als 'Bolle Jos'. "In dit geval heeft de hoofdofficier van justitie de bevoegdheid om met naam en toenaam gegevens te delen en beelden te tonen."
Bij minderjarigen weegt privacy zwaarder. "Zij hebben nog een heel leven voor zich", vertelt Pols. "Maar tegelijkertijd zien we ook dat minderjarigen grotemensendelicten plegen." Vaak wordt dan eerst ervoor gekozen geblurde beelden te delen. "Tegelijkertijd gaan we dan ook heel gericht langs bijvoorbeeld scholen", zegt Pols.
"Dan vragen we een conciërge of hij of zij de verdachte herkent. Het is natuurlijk een groot verschil of je iemand voor miljoenen kijkers gooit, of beelden alleen langs een conciërge zijn gegaan."
Volgens Pols leidt het tonen van beelden in Opsporing Verzocht in ongeveer 47 procent van de gevallen tot aanhoudingen. Deze zelfde cijfers gelden voor regionale opsporingsprogramma's, zoals Bureau Brabant of Bureau 020. De politie deelt beelden naast traditionele media, ook via sociale media, zodat een grotere doelgroep bereikt wordt.
Pols maakt de kanttekening dat het oplossen van een zaak niet altijd een-op-een te herleiden is naar één bepaald onderdeel van een onderzoek. "Ook de telefoontap, observatiewerk en uiteraard klassiek rechercheweek hebben grote impact op een zaak. Acht van de tien keer is het een combinatie van die dingen die tot een oplossing leidt."
Het OM verantwoordt in een verklaring waarom het in de zaak van de Amsterdamse rellen van vorige week dit opsporingsmiddel heeft ingezet. "Het was gerechtvaardigd om sneller dan gebruikelijk beelden te publiceren, gelet op de ernst van de feiten en de context waarin deze zijn gepleegd. Ook de periode waarin de personen zich kunnen melden is daarom korter dan gebruikelijk."
Volgens het OM zijn alle belangen - ook die van de verdachten - zorgvuldig gewogen.
Source: Nu.nl algemeen