Martijn van Haaster is sinds begin dit jaar directeur van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Het bedrijf staat op een kruispunt: de gaskraan in Groningen is dicht, de winning elders loopt terug en leidt tot weerstand. ‘Soms lijkt het alsof de beslissing vooruit wordt geschoven omdat niemand een knoop durft door te hakken.’
schrijven veel over de gaswinning in Groningen en de maatschappelijke gevolgen ervan.
In een gebouw dat van buiten doet denken aan een gedateerd subtropisch zwembad ligt het archief van de Nederlandse ondergrond. De kernenloods van de Nederlandse Aardolie Maatschappij herbergt duizenden gesteentemonsters die de NAM sinds de oprichting in 1947 van kilometers diep naar boven haalde, op zoek naar olie en gas. De afgezaagde steenplakken liggen in groot uitgevallen wijnkisten gekleurd naar tijdvak in het magazijn van fossiele hoogtij.
Het gesteente vertelde onderzoekers of er op kilometers diepte iets te halen viel, van het Noord-Groningse Stedum tot het Limburgse Nederweert. De pronkstukken in de collectie zijn relikwieën uit Schoonebeek en Slochteren, toen olie en gas nog ‘bodemschatten’ genoemd werden. Bewaren is een wettelijke plicht, vertelt geoloog Madelon Nijman. ‘Nieuwe boringen verrichten we nog nauwelijks.’
Het rijke verleden in de kernenloods steekt scherp af tegen het heden. Zie de grafiek die NAM-directeur Martijn van Haaster op tafel legt: drie scherp dalende lijnen. De productie uit kleine velden op land en zee loopt al jaren gestaag terug. De winning in Groningen vertoont sinds 2013 een steile afgrond.
De Groningse gaswinning was sinds 1963 een Nederlands succesverhaal. Het leverde de samenleving ongekende energiezekerheid op – en bijna 400 miljard euro.
Dat is definitief verleden tijd. Sinds 2018 is Nederland afhankelijk van het buitenland voor voldoende gas; vooral uit Noorwegen en Rusland, en sinds Russisch aardgas taboe is, ook in de vorm van vloeibaar gas (LNG) dat met grote tankers uit de VS wordt aangevoerd.
Want: zonder gas kunnen we nog lang niet. Van de ruim 8 miljoen woningen in Nederland is nog zo’n 90 procent ervan afhankelijk voor warmte en koken.
De grafiek van Van Haaster vertelt ook het verhaal van zijn eigen bedrijf. De NAM – een dochteronderneming van de multinationals Shell en Exxonmobil – was een ‘mastodont’. Vijftien jaar geleden produceerde het nog ruim 50 miljard kubieke meter aardgas. Komend jaar is dat nog slechts een fractie daarvan: 3 miljard kuub. Nu de NAM recentelijk een groot deel van haar activiteiten op de Noordzee verkocht heeft aan het Canadese bedrijf Tenaz, gaat daar vanaf volgend jaar nóg circa een kwart van af.
Van Haaster trad aan op 1 januari van dit jaar. Alleen op twee koude januaridagen gingen twee productielocaties in Groningen – op instructie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat – nog even ‘op de waakvlam’, om in geval van aanhoudende vorst de winning te kunnen hervatten. ‘Dat is mijn bescheiden bijdrage aan de productie uit Groningen geweest.’
Afgelopen april werd het Groningse gasveld definitief gesloten. Na een nieuwe reorganisatieronde, de derde in korte tijd, blijft er in Assen slechts een kwart over van de ruim drieduizend medewerkers die het bedrijf ooit had. Een deel van de overbodige gangen in het hoofdkantoor wordt verhuurd.
Doet u hier straks het licht uit?
‘Ik zal zeker niet de laatste NAM-directeur zijn. We produceerden vorig jaar nog een zesde van het gas dat we in Nederland gebruikten. Dat blijven we wat mij betreft doen. Een tweede bedrijfstak wordt: alles netjes opruimen. Niet alleen in Groningen, maar ook elders: 260 locaties, 800 putten en alleen al voor Groningen 920 kilometer ondergrondse leidingen. Dat is een miljardenklus, waarvoor we vorig jaar een contract hebben afgesloten met een grote groep bedrijven uit Noord-Nederland.’
Zoals kinderen liever spelen dan hun kamer opruimen, wil een gasbedrijf toch liever gas winnen?
‘Maar als een kind netjes z’n kamer heeft opgeruimd, kan dat ook een heel goed gevoel geven.’
Toch zegt u: we moeten het hebben over het belang van gaswinning?
‘Het Groningenveld is dicht. Dat is goed. De ellende die de aardbevingen hebben veroorzaakt, willen we niet terug. Wij staan ook achter de transitie naar een duurzame energievoorziening. Maar de realiteit is: we verbruiken in Nederland nog steeds gas en zullen dat de komende twintig jaar blijven doen. De productie loopt veel sneller terug dan de consumptie. De kunst is daarom te zorgen dat we voldoende gas blijven winnen, zodat we niet nóg meer gas moeten importeren.’
Waarom is dat een probleem?
‘Ten eerste is de CO2-footprint van het gas uit Nederland veel kleiner, tot factor tien, dan die van LNG uit Amerika of Qatar. Dat moet worden afgekoeld en in tankers verscheept.
‘Gaswinning in eigen land is ook beter voor Nederland, omdat meer dan 70 procent van de baten naar de staat gaat. Als je gas importeert, dan exporteer je geld en ben je eigenlijk een dief van je eigen portemonnee. Daarbovenop komt de werkgelegenheid. En: gaswinning in eigen land is stabiel en betrouwbaar. Je wil niet afhankelijk zijn van geopolitieke onrust. Dus al met al is elke kuub gas die je in Nederland zelf kunt produceren winst. ’
Waarom verkoopt u dan uw offshore-activiteiten?
‘Mijn aandeelhouders, Shell en Exxon, zijn internationale bedrijven, die keuzes maken waar ze hun geld willen investeren. Het investeringsklimaat in Nederland staat onder druk. Er wordt al een poos gepraat over het versnellen van gaswinning op de Noordzee. Daar komt helaas weinig van terecht. Maar als we onze nieuwe projecten goedgekeurd krijgen, zoals Ternaard, dan kunnen we de komende tien jaar zeker nog voldoen aan 10 procent van de Nederlandse gasvraag.’
‘Als’, zegt u.
‘Een van de knelpunten is vergunningverlening. Voor Ternaard wachten wij nu al sinds 2018 op groen licht. Voor een bedrijf met een investeringshorizon is dat eigenlijk niet te doen. Je wil een overheid die betrouwbaar is, niet eentje die de voorwaarden halverwege gaat veranderen.’
Daar komen we zo op terug. Ruim een halve eeuw was de NAM: gaswinning in Groningen. Op 19 april sloot het Groningse gasveld definitief, met een ceremonie in Kolham, waar het eerste gas in 1959 gevonden werd door uw bedrijf. Hoe heeft u die dag beleefd?
‘Dat was voor ons ook een emotionele dag, al waren wij daar als NAM niet uitgenodigd. We hebben later, in de zomer, met medewerkers en oud-medewerkers stilgestaan bij het historische moment.’
Begrijpt u waarom u niet welkom was?
‘Ik begrijp de gevoeligheid goed. Er is ook wel een zekere mate van nederigheid in het bedrijf geslopen. Jongens: incasseren. Wij zijn onderdeel van de gaswinning. Wij hebben dit veroorzaakt.’
Mist u erkenning?
‘Laat ik het zo zeggen: het is een afscheid met gemengde gevoelens. We hebben Nederland zestig jaar lang onafgebroken van gas voorzien. Ook in lastige tijden, zoals de strenge winter van 1979, toen onze mensen letterlijk door de sneeuw kropen om te zorgen dat iedereen warm kon blijven. Wij stonden aan de basis van de eerste energietransitie van kolen naar gas. We hebben gigantisch veel inkomsten opgebracht voor de Nederlandse staat, waarmee we heel veel hebben kunnen opbouwen. Daarvoor bestaat veel trots onder NAM’ers, dat is een rijke historie.
‘Aan de andere kant ervaren wij ook binnen het bedrijf de ellende sinds 2012, de zware aardbeving bij Huizinge. Veel collega’s wonen in het gebied. Dit speelt ook in hun buurten, met hun vrienden, met hun familie. Nog steeds.’
U wilt nu vanuit Ternaard gas winnen onder de Waddenzee. U ging dit jaar twee keer naar de Raad van State om een besluit af te dwingen. Waarom sleept dit zo lang?
‘Soms lijkt het alsof de beslissing vooruit wordt geschoven omdat niemand een knoop durft door te hakken. Ik begrijp heel goed dat het een lastige discussie is en dat een minister veel complexe overwegingen heeft. Maar het is belangrijk dat er duidelijkheid komt.’
De NAM-reactie op de parlementaire enquête over Groningen luidde: ‘Het is duidelijk dat wij meer oog moeten hebben voor de samenleving waarin wij werken.’ Maar wat betekent zo’n zin nou als bijna iedereen – het dorp, lokale overheden, de Waddenvereniging – tegen gaswinning vanuit Ternaard is en u toch zegt: wij zetten door?
‘We praten al sinds het begin van de plannen met de bestuurders en inwoners in de regio. Terwijl we al vijf jaar weinig te bespreken hebben omdat we afwachten, houden we contact. Maar ‘oog hebben voor de omgeving’ betekent niet noodzakelijkerwijs ook precies doen wat de omgeving wil. Er is ook een nationaal belang, een belang voor alle Nederlanders om betrouwbaar en betaalbaar gas te produceren.
‘Het belang van de omgeving is wat mij betreft dat gaswinning onder de Waddenzee veilig en verantwoord gebeurt. Dat kan, denken wij, want we doen dat al sinds de jaren tachtig. En – dit is ook iets wat we uit Groningen hebben geleerd – dat de omgeving meedeelt in de lusten. Daar hebben we in Ternaard afspraken over gemaakt. Als er eenmaal geproduceerd wordt, zal er tien jaar lang 6 miljoen euro uit de gasopbrengsten lokaal worden afgedragen.’
Deze week gaf het Staatstoezicht nog een negatief advies, vanwege onzekerheid over zeebodemdaling. Rekenen jullie desondanks op een vergunning voor het eind van het jaar?
‘Ik heb eigenlijk geen aanwijzing waarom niet.’
In zijn onlangs verschenen boek beschrijft voormalig staatssecretaris van Mijnbouw Hans Vijlbrief dat op het ministerie gevreesd wordt voor een fikse claim als de NAM geen vergunning krijgt. Overweegt u zo’n claim?
‘Daar ga ik niet op vooruitlopen.’
Ook tegen winning uit kleine velden, zoals bij Warffum, is weerstand. ‘We willen geen tweede Groningen worden’, klinkt het. Heeft u uw krediet niet zelf verspeeld?
‘Gaswinning is onderhevig aan een maatschappelijk debat en daar staan wij middenin. Groningen heeft het vertrouwen in ons een enorme deuk bezorgd. Het gaat om gevoel en beleving. Maar het is ook belangrijk dat we bij de feiten blijven. Voor ons staat voorop: kunnen we veilig en verantwoord werken? Kleine velden zijn honderd keer kleiner dan Groningen, en hebben geologisch gezien niets te maken met de breuklijnen daar. Daar is heel veel onderzoek naar gedaan en daaruit blijkt dat gaswinning veilig kan. Daar hebben we natuurlijk ook de toezichthouders voor.
‘Eén van de dingen die we geleerd hebben van Groningen is dat we continu het gesprek moeten aangaan. Ja, we staan misschien met 10-0 achter. Maar het is toch onze taak het goed uit te leggen en te luisteren.’
Uw bedrijf en de overheid gaan in het Groningendossier niet als vrienden uit elkaar. U weigert rekeningen te betalen en over zo’n beetje alles (schade, versterking, einde gaswinning) lopen arbitrageprocedures. Waarom is het na zo’n vruchtbaar verstandshuwelijk zo moeilijk netjes uit elkaar te gaan?
‘De NAM neemt verantwoordelijkheid voor schade die ze heeft veroorzaakt. Dat is onze aansprakelijkheid. Laten we niet vergeten: namens de Maatschap Groningen is al zo’n 6,5 miljard euro vergoed. In 2018 hebben onze aandeelhouders afspraken gemaakt met de overheid over het afbouwen van de gaswinning. Toen is ook afgesproken dat de overheid verantwoordelijk werd voor de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie, en de kosten doorbelast aan de NAM. Dat is heel goed.
‘Helaas zijn daar nu meningsverschillen over ontstaan. Wij vinden dat er soms politieke keuzes gemaakt worden die losstaan van onze aansprakelijkheid. En soms weten wij niet precies waar dan voor betaald moet worden. Als je er dan samen niet uitkomt, is het goed een derde, onafhankelijke partij daarover te laten oordelen. We zullen ons neerleggen bij de uitkomst.’
De NAM heeft de staat recentelijk ook laten weten niet langer mee te betalen aan ‘perspectief voor Groningen’. Dat gaat over iets teruggeven, investeren in leefbaarheid en de economie. Hoe rijmt dat met ‘meer oog hebben voor de samenleving’?
‘De betalingen voor perspectief voor de regio zijn in 2018 gekoppeld aan de winning uit het Groningenveld. Die zou doorlopen tot 2030. De winning is per 1 oktober 2023 gestopt. De NAM heeft alle bedragen tot dat moment voldaan, in totaal ruim 343 miljoen. We hebben ook eerder meer dan 250 miljoen bijgedragen aan de leefbaarheid en economie in Groningen.’
U stelt: we staan achter de sluiting van het Groningenveld. Maar uw aandeelhouders dienen een claim in voor het gas dat nog in de bodem zit, en u wilt niet langer meebetalen aan economisch herstel. Dit is toch dubbelzinnig?
‘Ik snap dat je dat zo zou kunnen zien. Dit gesprek zouden jullie misschien met mijn aandeelhouders moeten voeren.’
Daar kunt u zich als dochteronderneming en aanspreekpunt toch niet achter verschuilen?
‘We zijn het er allemaal over eens dat het goed is dat de overheid heeft besloten het Groningenveld te sluiten. Daarover zijn in 2018 afspraken gemaakt, met plussen en minnen. En die zijn veranderd door snellere sluiting. Dan is het niet gek om afspraken te herzien. Ik sta altijd open voor een gesprek over verdere bijdragen aan perspectief voor de regio. Maar wat mij betreft is dat dan een breder gesprek over onderwerpen waarover we tot nu toe van mening verschillen. Tegelijkertijd merk ik op andere punten dat we weer dichter bij elkaar komen.’
Waaruit blijkt dat?
‘De nieuwe minister Sophie Hermans van Groene Groei en Klimaat heb ik inmiddels een paar keer gesproken. En ik heb onlangs kennisgemaakt met staatssecretaris Eddie van Marum (Herstel Groningen, red.). Er is bereidheid om naar elkaar te luisteren. Het kabinet onderkent ook dat we gas nog even nodig hebben.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant