De eerste week van de klimaattop in Azerbeidzjan loopt op zijn einde. Na een week onderhandelen zijn de bijna tweehonderd aanwezige landen nog ver van een akkoord. De gesprekken over klimaatsteun aan ontwikkelingslanden verlopen stroef, zeggen betrokkenen.
Wie op een klimaattop wil weten hoe de vork in de steel zit bij de onderhandelingen, kan het best beginnen met een simpele optelsom. Hoeveel pagina's aan voorstellen liggen er, hoeveel onenigheden zijn er over zinnen, woorden, en - ja echt - komma's?
In Bakoe is het antwoord op dit moment: te veel. De onderhandelingstekst over het belangrijkste discussiepunt, klimaatsteun aan ontwikkelingslanden, is er alleen maar langer op geworden (25 kantjes in plaats van de 9 waar men mee begon).
Vanuit de arme landen is de eis al vanaf het begin duidelijk: minstens 1 biljoen (1.000 miljard) dollar aan jaarlijkse steun om te helpen bij het bestrijden van klimaatverandering en de gevolgen daarvan. Maar westerse landen en ook de EU hebben nog altijd geen eigen bedrag op tafel gelegd.
Nederland en de Europese Commissie sloten zich wel aan bij een internationale coalitie die stelt dat er "biljoenen" aan klimaatsteun nodig zijn en dat "ontwikkelde landen de leiding moeten nemen". Die verklaring noemt Hilde Stroot van Oxfam "heel gratuït".
"Tijdens de onderhandelingen laten ze iets heel anders zien", zegt Stroot, die in Bakoe bij de gesprekken zit. Daar noemt de EU vooralsnog helemaal geen bedragen. "Ze leggen de kaarten niet op tafel."
In EU-kringen wordt Saoedi-Arabië aangewezen als boeman die het proces vertraagt, zoals eigenlijk op elke klimaattop gebeurt. Maar door Afrikaanse onderhandelaars wordt vooral gewezen naar "het noorden", dat niet over de brug wil komen.
De Verenigde Staten, EU en andere rijke landen willen dat de klimaatfinanciering grotendeels zal bestaan uit investeringen en ander geld dat niet uit de staatskas hoeft te komen. "In dat soort discussies zijn wij niet zo geïnteresseerd", zegt Yared Deme, een onderhandelaar uit Ethiopië. Het is volgens hem veel te onzeker dat die investeringen er ook echt zullen komen.
De toch al lastige puzzel wordt ook nog eens bemoeilijkt door opstootjes. Er klinkt kritiek op het leiderschap van gastland Azerbeidzjan dat niet het vermogen lijkt te hebben om de discussies in goede banen te leiden.
De president van Azerbeidzjan haalde afgelopen week uit naar Nederland en Frankrijk. Hij noemde de landen "neo-koloniaal" en zouden zich schuldig maken aan "onderdrukking" in overzeese gebieden, zoals Nieuw-Caledonië en het Caribisch gebied. Frankrijk besloot de minister niet meer naar de klimaattop te sturen, Nederland liet de beschuldiging van zich afglijden.
Verder overschaduwt de verkiezing van Donald Trump nog altijd de sfeer op de top. Want wat betekent het als de tweede grootste uitstoter ter wereld besluit het klimaatbeleid in de vriezer te zetten? De Amerikaanse diplomaten, die namens president Joe Biden in Bakoe zijn, blijven benadrukken dat zij zich niet laten beïnvloeden door de klimaatontkennende aanstaande president.
Er zijn ook lichtpuntjes, mogelijk uit China. In de gangen van de klimaattop wordt gespeculeerd dat het land zal gaan bijdragen aan de internationale klimaatsteun. Een hoge vertegenwoordiger van het land had het deze week voor het eerst over de bijdragen die China doet, vooral in de vorm van investeringen in infrastructuur.
"Dat is een hoopvol signaal", zegt Stientje van Veldhoven, Europees directeur van denktank WRI. "Het laat zien dat er ook landen zijn die al bijdragen als ze daar niet toe verplicht zijn." Als meer van dat soort landen zich melden, kan er mogelijk meer geld worden ingezameld om de armste ontwikkelingslanden te helpen.
Met nog een week te gaan, is er nog tijd om tot een compromis te komen, maar ingewijden verwachten dat als er een deal komt, die pas in de blessuretijd valt. Vanaf maandag vliegen de ministers in om de knopen door te hakken, vanuit Nederland is dat klimaatminister Sophie Hermans.
Source: Nu.nl economisch