Bedrijven als Apple weten niet hoe snel ze hun nieuwste AI-snufjes op de markt moeten brengen. Behalve in Europa. Techbedrijven klagen over onze strenge wetten, terwijl Trump de teugels juist laat vieren.
is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
De verwende Europese techconsument moet de laatste maanden lijdzaam toezien hoe allerlei leuk AI-gereedschap van de grote Amerikaanse techbedrijven vertraagd wordt ingevoerd of zelfs hinderlijk uitblijft. De voorbeelden zijn legio.
Meta, het moederbedrijf van Facebook, gaat het radicaalst te werk en ontzegt Europeanen ál zijn AI-tools. Net als Google, OpenAI, Amazon, Microsoft en Apple zet Meta vol in op AI. Alle diensten en hardware van Meta (van Instagram, Facebook en WhatsApp tot de slimme brillen die het samen met Ray-Ban maakt) worden voorzien van Meta AI.
Gebruikers kunnen bijvoorbeeld binnen Instagram een AI-plaatje maken als er even geen echt beeld beschikbaar is, of WhatsApp een samenvatting laten maken van een lange groepsdiscussie.
Overal, behalve in Europa. Misschien nog wel meer in het oog springend is Apple Intelligence, Apples eigen AI-gereedschap voor bijvoorbeeld het opstellen van mailtjes, het samenvatten van teksten of het verbeteren van foto’s. Dit zit vanaf oktober standaard op alle iPhones en iPads. Opnieuw: overal in de wereld, maar niet in Europa. Hier moeten we er nog minimaal een paar maanden op wachten, al dan niet met aanpassingen.
Eurocommissaris Margrethe Vestager noemde de weigering van Apple direct een ‘verbijsterend staaltje anticompetitief gedrag’. Ook Kim van Sparrentak, Europarlementariër voor GroenLinks en een van de drijvende krachten achter de nieuwe Europese techwetten, geeft af op wat ze een ‘problematisch frame’ noemt.
‘Iedere keer hoor je hetzelfde verhaal van de techbedrijven: er zijn te veel regels en daarom mogen we onze producten niet op de markt brengen. En dat slaat blijkbaar aan. Je wil niet weten hoeveel boze mails van Apple-gebruikers ik krijg.’
Wat ze vermoedelijk niet altijd beseffen: achter de afwezigheid van bepaalde apps gaat een hele wereld van belangen schuil. Belangen van de consument, van de politiek, maar ook van de bedrijven zelf.
Van het feit dat Europeanen geen gebruik kunnen maken van Apple Intelligence, ligt de Europarlementariër overigens geen moment wakker. ‘Dan kan ik maar geen emoji van mijn eigen foto maken. Daar vergaat de wereld niet van. Dit zijn geen toepassingen die de wereld beter maken.’
Een veelgemaakte denkfout is dat innovatie gelijk wordt gesteld met ongehinderd spullen op de markt brengen, zegt Van Sparrentak. ‘Niets mis met prachtige innovatie, integendeel. Maar als je je producten op de markt brengt, moet je wel aan regels voldoen.’
Die houding is naïef, zeggen anderen. ‘Vrijheid versus totalitarisme, dát is waar het echt om gaat.’ Europa en de VS moeten gezamenlijk optrekken tegen China, vindt de Amerikaanse techlobbyist Gary Shapiro. Anders verliezen we het. Hoe? Door volop te innoveren, ongehinderd door allerlei lastige regeltjes en luxeproblemen als privacy.
Allemaal leuk en aardig hoor, die Europese aandacht voor privacy, maar voor Shapiro zijn er heel andere, veel grotere belangen in het geding. Namelijk: de strijd met China. ‘China kent geen privacy. Ze kunnen daarom ongehinderd data verzamelen van burgers en vol inzetten op AI. China dreigt het Westen in te halen.’
Het is inmiddels een cliché: in de VS zijn de data van de bedrijven, in China van de overheid en in Europa van de burger. Met de overwinning van Donald Trump zal de door de voorman van de Amerikaanse techbedrijven gesignaleerde kloof alleen maar groter worden. Tussen regels en laisser-faire. Tussen macht bij de overheid of bij het bedrijfsleven.
Daar leek het de afgelopen jaren juist niet op. De rest van de wereld keek bijvoorbeeld met bewondering naar de Europese privacywetgeving. De nieuwe AI Act zou als volgende blauwdruk moeten gaan dienen.
Jarenlang kon Big Tech ongehinderd zijn goddelijke gang gaan met het verzamelen van gebruikersdata, het inrichten van polarisatie versterkende platformen en het op de markt brengen van verslavende technologie. Surveillancetechnologie in optima forma, in de woorden van techcriticus Shoshana Zuboff. De techbaronnen werden er bovendien steenrijk van.
Die fout mocht, met de doorbraak van AI, niet nog een keer worden gemaakt, was de teneur. Strenge regels moesten voorkomen dat de techbedrijven nog machtiger zouden worden, hun aandeelhouders nog rijker, de consument nog weerlozer.
Het leidde tot een groeiend zelfvertrouwen binnen de Europese politiek. Maar het klassieke adagium ‘hoe minder regels, hoe meer innovatie, hoe beter’ is natuurlijk nooit weggeweest. Sterker nog: het beleeft een renaissance.
Veel consumenten lijken zich momenteel ongemakkelijk te voelen bij het strenge Europese regime, waar de laatste jaren aan veel nieuwe (tech)wetten is gewerkt om de macht van steeds machtiger wordende tech- en AI-bedrijven te beteugelen. Zij willen gewoon de laatste apps, die ze nu niet krijgen.
Shapiro is buitengewoon kritisch op het Avondland. Europa is wat hem betreft doorgeslagen op het vlak van regels die de burger moeten beschermen. ‘Hoeveel succesvolle techbedrijven hebben jullie nou eigenlijk?’, vraagt hij retorisch. Het is de bekende vraag die aan Europeanen wordt gesteld.
Met afschuw zag hij dat de laatste jaren onder president Biden veel ‘extreemlinkse’ types een stortvloed aan regeltjes hebben uitgestort over het land. De VS begon zowaar een beetje op Europa te lijken.
En inderdaad: vorig jaar vaardigde president Biden nog een presidentieel bevel rondom AI uit. Onverantwoord gebruik kan volgens hem grote maatschappelijke schade veroorzaken – denk aan chatbots die op grote schaal desinformatie kunnen fabriceren. Vandaar dat AI veilig moet worden ingezet.
Trump beloofde al die maatregel in te trekken, omdat deze AI-innovatie zou belemmeren en ‘radicale linkse ideeën’ zou opleggen aan de ontwikkeling van AI. De belofte is exemplarisch voor het andere, soepelere beleid waarmee de techsector naar verwachting te maken zal krijgen.
Van Sam Altman (OpenAI), Mark Zuckerberg (Meta) tot Tim Cook (Apple); techleiders weten daags na de overwinning dan ook niet hoe snel ze Trump moeten feliciteren met zijn overwinning. Sundar Pichai van Google ziet een ‘gouden tijdperk van Amerikaanse innovatie’.
Een recent rapport van Mario Draghi, de voormalig voorzitter van de Europese Centrale Bank, in opdracht van de Europese Commissie is in lijn met het Amerikaanse mantra dat regeldrift innovatie in de weg zit. In De toekomst van het Europese concurrentievermogen laat hij zijn licht schijnen over de slechte concurrentiepositie van Europa.
Ook Draghi legt de schuld van de achterblijvende innovatie en het gebrek aan succesvolle Europese techbedrijven deels bij de ‘complexe’ Europese regelgeving rondom tech. De EU heeft zo’n honderd verschillende technologiewetten en meer dan 270 toezichthouders, rekent hij voor. En vaak zijn die regels ook nog inconsistent of op zijn minst te streng.
Het rapport krijgt in de publieke opinie veel weerklank. Zo betoogt Arjen Lubach op tv dat Europa oud, lui, traag en streng is. Zijn boodschap is helder: als Europa zich niet aanpast, gaat het ten onder. Een filmpje van Europa als vervallen pretpark onderstreept Lubachs punt.
Daniël Mügge, hoogleraar political arithmetic aan de Universiteit van Amsterdam, heeft het over een digitaal-FOMO (Fear of missing out) waar veel Europeanen – en ook Draghi – aan lijken te lijden, verblind als ze zijn door alle glimmende gadgets en indrukwekkende apps: ‘Het beeld is telkens dat de innovatieve VS het digitale tijdperk binnendendert, terwijl een verstard en onzeker Europa wegkwijnt temidden van de ruïnes van vergane industriële glorie.’
Een aantrekkelijk beeld, maar erg eenzijdig, vindt Mügge. ‘Het is een misvatting innovatie te zien als een vrijbrief om alles te kunnen doen.’ Bovendien, strengere regels staan vernieuwing niet in de weg: ‘Stel dat je Amsterdam klimaatneutraal wil maken. Zo’n harde eis kan innovatie juist aanmoedigen.’
Van Sparrentak noemt het rapport ‘heel teleurstellend’. Draghi heeft volgens haar zijn oren laten hangen naar de grote techlobby. ‘De AI Act zou nu al innovatie blokkeren. Hoe dan? Die hele wet is nog niet eens in werking.’
Het is gissen naar Meta’s beweegredenen om zijn AI-apps niet in Europa op de markt te brengen – het techbedrijf reageert niet op vragen van de Volkskrant. Wat in ieder geval wél duidelijk is, is dat Meta niets moet weten van de Europese regels rondom AI.
Dit najaar ondertekende Meta namelijk, samen met onder andere Spotify, een open brief waarin het bedrijf stelt dat Europa in vergelijking met andere regio’s minder competitief en minder innovatief is als gevolg van inconsistente regels. In het AI-tijdperk dreigt Europa nog verder weg te zakken, aldus Meta en consorten.
In het geval van Apple ligt het iets duidelijker. Apples iPhones en iPads vallen onder de Europese DMA-regels (Digital Market Act). Deze DMA wijst zogenoemde poortwachters aan: bedrijven die in een bepaalde markt zo machtig zijn dat ze aan extra regels moeten voldoen.
Dat betekent dat Brussel kan eisen dat diensten ‘interoperabel’ zijn om zo concurrentie te bevorderen. Dat betekent dat Apple zijn AI-diensten niet alleen beschikbaar mag stellen op iPhones. Google pakt het inderdaad anders aan: AI-dienst Gemini kan niet alleen op Android, maar ook op iOS worden gebruikt.
Het is nog onduidelijk hoe Apple dit probleem gaat oplossen. Deze zomer verklaarde het bedrijf nog dat de Europese dwang om zijn diensten open te stellen voor andere consumenten (lees: Android) nadelige gevolgen zou hebben voor de privacy van de gebruiker. Het is de bekende verdedigingslinie van Apple: zijn gesloten ecosysteem zorgt voor meer veiligheid en privacy.
Marietje Schaake concludeerde in haar onlangs uitgebrachte boek De Tech Coup al dat politici door de jaren heen vatbaar bleken voor het consequent uitgedragen mantra: ‘wetten zijn slecht voor innovatie’. Een valse tegenstelling, beaamt Van Sparrentak. ‘Kijk naar de farmaceutische industrie. Daar zijn superstrenge regels, en terecht. Maar die houden geen innovatie tegen. Kijk maar eens naar de snelle ontwikkeling van het covidvaccin.’
Jazeker, Mügge vindt het indrukwekkend wat er in Silicon Valley op technologisch gebied voor elkaar wordt gebokst, geeft hij toe. ‘Maar ik verzet me tegen het idee dat als je maar een grote techsector hebt, alles dan goed komt. Kijk naar de afgelopen decennia. Heeft alle digitalisering daadwerkelijk tot een betere samenleving geleid? Daar kan je op zijn minst vraagtekens bij zetten.’
Eén ding staat in ieder geval als een paal boven water: minder regels zijn goed voor hogere aandeelkoersen. Alleen al de verwachting dat Trump de teugels laat vieren, zorgde in de dagen na Trumps overwinning voor een koersexplosie bij Tesla. En zo werd Musk in één klap weer ruim tientallen miljarden dollar rijker.
Het is wat Mügge betreft geen reden om Amerika te imiteren. Integendeel, het is een betere optie juist een uitgesprokener Europees beleid na te jagen, zeker met Trump in het zadel. ‘We moeten zorgen dat we meer dan nu het geval is een eigen digitaal ecosysteem krijgen om minder afhankelijk te zijn van Amerikaanse bedrijven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant