Home

Vier, vijf keer optreden op één avond. De volksfeestartiest heeft het druk

Tweehonderd optredens in een jaar: hoe kom je als artiest eigenlijk aan zo’n aantal? Conny Bens van artiestenbureau BENZ Agency, actief in het volksfeestrepertoire, schetst een gemiddeld jaar van een veel optredende artiest. „Het begint met carnaval; dan kun je in een paar dagen tijd tien, vijftien optredens doen. Het is rustig, tót eind april: met Koningsnacht en Koningsdag. En als dan de zon weer opkomt – zoals wij dat altijd zeggen – komen de feestjes, de pleinen, de kermissen, de popfestivals, de zomerweken. Zo kunnen we een mooie route uitstippelen voor onze artiesten met drie, vier, vijf shows op een avond.” Nederland lijkt misschien een klein land, zegt hij, „maar er wordt werkelijk van-al-les georganiseerd.”

Niet alle muziekartiesten houden er zo’n planning op na. Allereerst is daar een praktische component: voor een band met instrumenten die uitgebreid moet opbouwen en soundchecken is het niet mogelijk meerdere shows op een avond te doen. Dat kunnen alleen dj’s of artiesten die optreden met een muziektape.

Bovendien is het artistiek of strategisch niet altijd gewenst om tweehonderd shows per jaar te doen. Zo laat concert- en festivalorganisator Mojo weten dat hun artiesten „om allerlei redenen” niet zo vaak optreden. Manager boekingen Arjo Klingens: „Onze artiesten hoeven niet zo nodig alleen maar te spelen. Zij zitten meer in een ritme van muziek schrijven, een album releasen, een tour. En na zo’n tour moet je bijkomen om weer nieuwe ideeën op te doen voor het volgende schrijfproces.”

Niet in dezelfde regio

Ook zet het fenomeen ‘regio-check’ soms een rem op het aantal optredens. Klingens: „Als een artiest de ene week op een festival in Dordrecht staat, wil de opdrachtgever niet dat hij twee weken later ook de headliner is op een festival in Zwijndrecht. Dus daar moet je soms een show voor laten gaan.”

Een overeenkomst tussen de veel optredende artiesten lijkt dat ze enerzijds naamsbekendheid genoeg hebben om op veel feesten en festival te worden geboekt, maar anderzijds niet à la Guus Meeuwis, Anouk of Armin van Buuren een Ahoy of Ziggo Dome uitverkopen. „Dat klopt, al gaat het niet altijd op”, zegt Conny Bens. „Mart Hoogkamer hoeft geen naam meer te maken, maar treedt toch meer dan tweehonderd keer per jaar op. Het is altijd een combinatie van factoren.”

Ook de fee die je voor een artiest betaalt, is een factor in hoe vaak hij of zij optreedt. Online zijn vooral bedragen te vinden voor Nederlandstalige solo-artiesten. Dat loopt uiteen van rond de 4.000 euro (Thomas Berge, John de Bever) met een tussenstop rond de 10.000 euro (Frans Bauer, Marco Schuitmaker), om op te klimmen tot 18.000 euro voor een half uurtje Jan Smit. Al is dat wel een omzetbedrag. Zoals Yves Berendse uitlegt: „Daar moeten nog de kosten vanaf, de afdracht voor de boeker, mijn management, geluidstechnicus en platenlabel. En dan komt de Belastingdienst natuurlijk ook nog langs.” De grotere artiesten treden op voor een bedrag ‘op aanvraag’.

Vooral mannen

Een laatste opvallende overeenkomst is dat de veeloptreders vooral mannen zijn. Zangeres Monique Smit hoorde altijd dat dit een commerciële wens was van de feestorganisatoren die de tent vol willen krijgen. Smit: „Met een man op het podium, komen er vrouwen binnen en dáár komen weer mannen op af. Terwijl een vrouw op het podium vrouwen juist wegjaagt, omdat ze het niet fijn vinden als een andere vrouw aandacht krijgt. Dat is niet mijn mening, hè? Maar zo werd het mij altijd verteld.”

Ondertussen is Smit goed voor 220 optredens per jaar, al zeventien jaar lang. En ze heeft nog nooit gemerkt dat vrouwen de zaal uitlopen. „Ik heb een publiek van 0 tot 100 zeg ik altijd. Mannen, vrouwen, kinderen, families. En iedereen gaat uit z’n dak.”

Monique Smit (35) ‘Bij de Volendammer medley gaat gegarandeerd het dak eraf’

Optredens: 220 keer per jaar als solo-artiest met Nederlandstalige muziek en met haar KidsPop-show.

Laatste drie shows in oktober: Solo-optreden in partycentrum in Oldenzaal, KidsPop Theatershow in Venray, Hollandse avond in Rijssen.

„Toen ik begon met zingen, zeiden mensen al: pak wat je pakken kan, want volgend jaar kan het weer over zijn. En moet je nou eens kijken: ik ben zeventien jaar bezig, moeder van drie en nog steeds populair in het circuit met tweehonderd-plus shows per jaar. Daar ben ik wel trots op.

„Mijn optredens zijn heel divers. Ik sta in de theaters met mijn KidsPop-show. Daarnaast doe ik in de avonden en weekenden mijn soloshows in feesttenten, op kermissen en festivals. Studentenfeestjes doe ik ook altijd een paar per jaar, of ik ga mee op een artiestenreis in Turkije in een hotel. Er is niet een categorie die ik bij voorbaat af sla. Ja, als mensen rustige luistermuziek verwachten, zijn ze bij mij aan het verkeerde adres. Mensen moeten wel zin hebben in een feestje.

„Mijn set duurt een half uur. Daar zitten altijd mijn hits ‘Blijf je vanavond’ en ‘Een zomeravond met jou’ bij, natúúrlijk. Daar komen de mensen voor. Ook doe ik altijd een Volendammer medley met liedjes van Jan, de 3JS en Nick & Simon. Dan gaat gegarandeerd het dak eraf.

„Ik heb geen speciale trucs om dit leven vol te houden. Sport ik veel? Nee, geen tijd voor. Gezond eten? Als we mazzel hebben, lukt het om tussendoor een restaurantje mee te pakken, anders wordt het een broodje bij de Shell. We zijn veel onderweg en in een weekend doe ik zo drie shows op een avond.

„Op weg naar zo’n derde optreden moet ik oppassen dat ik niet een inkakker krijg. Dan moet ik mezelf echt even oplappen en toespreken: hop-hop, Mo, erbij blijven. Maar uiteindelijk gaat het vanzelf. De dj roept je naam om, de mensen gaan juichen en joelen – dat geeft dan toch weer een kick.”

Job Smeltzer (41) ‘Als ik een weekend geen shows heb, functioneer ik niet’

Optredens: driehonderd keer per jaar als dj La Fuente.

Laatste drie shows in oktober: Festyland in Volkel, Baaspop in Bodegraven, We all sing – ABBA tribute in Ahoy.

„In de zomer doe ik vaak tien shows op een weekend. Vrijdagavond twee, zaterdag vier of vijf en dan zondag nog vier of vijf. Het kan goed dat ik dan maandag naar het buitenland vlieg om daar te draaien – in Portugal, Barcelona, Ibiza. Vrijdag ben ik terug voor het volgende weekend.

„Per jaar zijn het 300 shows. Dat aantal is een heel bewuste keuze. Toen ik begon met draaien, was mijn kracht dat ik breed inzetbaar was. Of ik nou op een hockeyfeest stond, een bruiloft of een bedrijfsfeestje: ik kon zo op het publiek inspelen dat altijd het dak eraf ging. Dat is nog steeds mijn grootste kick. Dus nu draai ik op de Mainstage van Tomorrowland, maar ook op een dorpsfeest in Groesbeek met tweeduizend man. Die feesten zijn misschien wel de meest intense shows. De mensen vinden het heel tof dat je komt, ze staan dichtbij, gaan helemaal los. Die energie zou ik nooit willen verliezen.

„Met La Fuente zijn we een team van 25 man: bookers, tour- en operationsmanagers, contentmakers, mensen van mijn eigen muzieklabel. We nemen de onderneming heel serieus. Ik kom uit een topsportcultuur – ik heb vroeger hoog gehockeyd – dus die mentaliteit neem ik mee. Ik drink niet, ik rook niet en ik doe geen drugs. Nooit gedaan ook. Op tour gaan we nooit op pad zonder zelfgemaakt gezond eten. En we zorgen dat in de bus onderweg de sfeer goed is: lekker chillen en bijkletsen.

„Het helpt wel dat ik geen bioritme heb, althans, dat heb ik mezelf zo aangeleerd. Ook kan ik prima functioneren op weinig slaap. Even een hazenslaapje van twintig minuten en dan ik er weer vol gas tegenaan. Vroeger kon ik een nacht zonder slaap, maar dat voel ik tegenwoordig wel. Je loopt op een gegeven moment toch tegen een grens aan van wat je lijf aankan, aan hoeveel uren er in een dag zitten. Dan weet ik dat ik even moet wandelen, of op adem komen bij papa en mama.

„Ik leef voor het draaien. Als ik een weekend geen shows heb, functioneer ik niet. Het is ergens ook een verkapte verslaving natuurlijk. Het publiek dat reageert op mijn eigen muziek, de euforie, de energie; dat is het fijnste gevoel wat er is. Ik weet dat er artiesten zijn die zeggen: ik gooi mijn gage omhoog en dan doen we de helft minder shows in een jaar. Kan ook, maar voor mij is het draaien mijn leven. Daar word ik nooit moe van.”

Seth Verhaegen (25) ‘Ik word overal ontvangen alsof ik de koning zelf ben. Supergrappig’

Optredens: 200 keer per jaar als John Tana. Een Limburgse feestact waarin hij in Maastrichts dialect eigenzinnige vertalingen van Franse chansons maakt.

Laatste drie shows in oktober: Oktoberfeest in Sittard, Brunsummer Oktoberfeesten, personeelsfeest in Deurne.

„Ik doe zo’n tweehonderd shows per jaar, vooral in Limburg. Festivals, schutterijen, personeelsfeesten, bruiloften, fanfarezalen, een prinsenbal. Er wordt zóveel georganiseerd hier; dat is niet normaal.

„Ondertussen heb ik vijftien eigen nummers. Ik speel altijd een half uurtje en mijn setlist verschilt per feest. Het leukste vind ik als een tent vol-le-dig naar de vernieling gaat – spreekwoordelijk dan hè? Voor minder doe ik het ook niet. Ja, dat kost energie. Maar het gééft ook veel energie; dat is het dubbele eraan.

„Ik doe nu maximaal vier shows op een avond, met carnaval misschien vijf. Er zijn artiesten die er tien of twaalf op een dag doen, maar dan wordt het schnabbelen, vind ik. Dan doe je het echt alleen om geld binnen te harken. Met een vriend met wie ik dit allemaal samen doe, kunnen we leven van mijn optredens. Al zou ik er niet heel veel minder dan tweehonderd kunnen doen; de gages in Limburg zijn relatief laag. In Brabant ligt de fee bijvoorbeeld een stuk hoger.

„Als feestartiest verwachten mensen dat je overal gezellig een biertje meepakt. Maar al snel kwam ik erachter dat dat niet slim is. Vooral mijn stem ging eraan. Dus nu is het doordeweeks goed sporten, tijdens shows water drinken en in de tourbus eten we onze groentjes, komkommertjes en tomaatjes. Je hebt serieus een goede conditie nodig. Mijn show duurt een half uur en daarna ben ik altijd helemaal bezweet van het springen en dansen. Ik heb negen witte pakken waarin ik optreed; dat is genoeg om één weekend door te komen.

„Dit is niet voor eeuwig, dat weet ik ook. Op een gegeven moment zijn de mensen er misschien klaar mee; dan moet je een stapje terug doen. Maar voor nu vind ik het alleen maar mooi. Het voelt als het leven van een rock-’n-roll-ster, maar dan op minuscule schaal in Limburg. We racen de hele provincie door in onze tourbus, ik word overal ontvangen alsof ik de koning zelf ben – terwijl je bij jezelf denkt: zijn we nou in Susteren, Brunssum of was het toch Landgraaf? Dat is toch gewoon supergrappig?”

Yves Berendse (31) ‘Mijn weekenden zitten ram- en ramvol’

Optredens: rond de 250 keer per jaar met zijn Nederlandstalige muziek. Zijn meest recente hits zijn ‘Terug in de tijd’ en ‘Alleen met jou’.

Laatste drie shows in oktober: privé-optreden voor een vijftigste verjaardag in Vught, Monday’s Live in Heerlen, Rossum Live in Feesttent Rossum.

„Ik zing nu acht jaar voor de kost en altijd al was mijn agenda goed gevuld, maar afgelopen jaar is de boel ontploft. Door ‘Terug in de tijd’ kan ik nu veel grotere shows doen, maar ook tv, radio, het Televizier-Gala laatst en volgend jaar twee keer de Ziggo Dome. Dat momentum wil ik pakken. Dus vooral mijn weekenden zitten nu ram- en ramvol, maar goed, ik ben nog jong en van hard werken is nog nooit iemand dood gegaan.

„De afwisseling vind ik het leukste. Dit weekend stond ik een grote zaal met een menigte vol hossende mensen en de volgende avond sta ik in de tuin van een dame die vijftig werd en mij had geboekt. Ze stuurde me om twee uur ’s nachts nog een berichtje op Instagram hoe geweldig ze het vond dat ik er was. Dat vind ik leuk; dat je mensen zo blij kunt maken.

„Mijn gage is door mijn populariteit het afgelopen jaar verdriedubbeld, dat is nu 10.000 euro per show. Ja, het staat toch al overal online, dus daar hoef ik niet geheimzinnig over te doen. Al is die 10.000 euro omzet, hè? Dus daar moeten nog de kosten vanaf, de afdracht voor de boeker, mijn management, geluidstechnicus en platenlabel. En dan komt de Belastingdienst natuurlijk ook nog langs. Laat me meteen erbij zeggen: ik kan er absoluut royaal van leven en het is een droom dat ik nu dit leven kan leiden. Maar het is niet zo dat ik ‘binnen’ ben. Daar moet je toch wel tien, vijftien of twintig jaar dit soort omzetten voor draaien.

„Het is op dit moment wel zoeken naar een balans. Want door de gekte van de afgelopen maanden staat de rest van mijn leven redelijk stil. Mijn vrienden weten dat ik een sociale jongen ben, die blij wordt van samen een hapje eten met een lekker wijntje erbij. Ik heb een lieve oma waar ik eerder twee, drie keer per maand langs ging. Dat zit er nu allemaal effe niet in. Dus met mijn manager heb ik afgesproken: volgend jaar wordt een nieuwe era. Dan kijken we of we toch iets minder shows kunnen gaan doen. Tuurlijk moet er hard gewerkt worden, maar andere aspecten van het leven zijn ook belangrijk.”

Laurens Troost (39) ‘Een espresso-martini voor een optreden vind ik een lekkere start’

Optredens: 110 keer per jaar met coverband The Dirty Daddies.

Laatste drie shows in oktober: show in Bostheater Ommen, Strandfeest IJM Live in Vught, festival Heerenveen Live.

„Voor een band treden wij vaak op, maar niet zo vaak als een artiest die een USB-stickje inplugt en drie shows op een avond kan doen. Wij hebben een achttien meter lange vrachtwagen vol decorstukken, instrumenten, vlammenwerpers, confettimachines. Onze crew van tien man bouwt dat in twee uur op. Heel soms doen we twee shows op een dag, maar dat is echt doorrammen. Het kan net.

„Op twee weken vakantie na zijn al onze vrijdagen en zaterdagen in het jaar gevuld. Met af en toe ook een woensdag of donderdag erbij. We doen de midsize en grote evenementen: zo ergens tussen de 2.000 en 20.000 man publiek. Voor alle bandleden is dit ons hoofdinkomen, maar met corona in het achterhoofd hebben we ook nog allemaal bezigheden ernaast.

„Dat vraagt best wat van je. Zeker na een festivalweekend vol optredens lig je er maandag wel af. We zijn allemaal eind dertig en willen dit nog lang doen, dus daar moet je serieus de boel op inrichten. Ik sport doordeweeks met een personal trainer en slaap veel om mijn stem te sparen. Wel drink ik altijd een espresso-martini voor een optreden, dat vind ik een lekkere start.

„Halverwege onze carrière hebben we een periode gehad dat we wat té vaak en veel dronken. Het is ook makkelijk. Wij zijn een vriendengroep en het optreden voelt ook voor ons als een feestje. Dus dan is het verleidelijk om een drankje te pakken, en nog één. Totdat ik mezelf terug hoorde op een video… nou, het wordt er niet beter op, zeg maar. Mijn zang wordt slechter, mijn praatjes tussendoor vager en langer. Dus nu doen we het wat rustiger aan. Maar goed, we zijn ook een rockband. Er mag best een ruig randje aan zitten. Dus de grens is lastig te definiëren.

„In de zomer van 2019 hebben we een keer 22 shows in één maand gedaan. Dat was een leuke uitdaging, maar je leven bestaat dan wel alleen uit slapen, autorijden en spelen. Dat zou ik op een gegeven moment wel beu worden. Maar dan nog mogen we natuurlijk absoluut niet klagen. Ik denk dat 90 procent van de mensen op de wereld wel zou willen ruilen met wat ik doe.”

Source: NRC

Previous

Next