Home

Na het geweld in Amsterdam is het alsof alle gevoel voor verhoudingen is verdwenen

De antisemitische aanvallen in Amsterdam worden hoog opgenomen en heel even geeft dat Kustaw Bessems voldoening. Nu echter kan hij niet meer geloven wat mensen uit alle denkbare hoeken erover zeggen en hoe zij met de gebeurtenissen aan de haal zijn gegaan.

Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant. Hij werkt ook als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.

Het is laat op de avond van de Kristallnachtherdenking als ik aankom op het Amsterdamse Muiderpoortstation. Bij het bescheiden monument liggen bloemen en er branden nog kaarsen. Het station werd in 1939 opgeleverd en kwam de nazi’s dus vrijwel direct van pas. Ruim elfduizend Joden werden hier vandaan weggevoerd. In mijn eentje sta ik even stil bij de gedenkbank waarin een gedicht van Victor E. van Vriesland is gestanst, met de regels: Zullen wij nog weten/ dat wij ons vergeten/ zijn vergeten?

Thuis maak ik een langverwacht pakje open. Sinds mijn 13de had ik een chai, een zilveren hangertje met de Hebreeuwse letters die samen het woord voor ‘leven’ spellen. Ik was het kwijtgeraakt tijdens een vakantie en mijn geliefde en kind hebben een nieuwe voor me gekocht. De volgende ochtend sta ik op met beelden van mensen die door groepen worden opgejaagd, geslagen, getrapt en vernederd. Een aantal daders scandeert ‘Jood! Jood!’ in het Arabisch, sommigen hebben het over een ‘Jodenjacht’. Het sadisme druipt eraf.

Over dit artikel
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik probeer het van me af te zetten, moet mijn column voor deze krant afmaken, over de herverkiezing van Trump. Ik schrijf dat we een bondgenootschap van democraten nodig hebben, ook als we verder veel van elkaar verschillen. Het gaat moeilijk. Ik ben afgeleid. Zal ik schrijven over de filmpjes? Nee, niet in de eerste emotie.

Een gedachte die zich opdringt: ik moet ook een magen david gaan dragen, juist nu zichtbaar zijn. Dat is een davidster, maar het Nederlandse woord zou ik nooit gebruiken.

De antisemitische aanvallen worden politiek hoog opgenomen en heel even geeft dat voldoening. Dan hoor ik dat het woord ‘pogrom’ wordt gebruikt en vraag ik me af welk woord we nog over hebben, mocht het ooit tot een werkelijke pogrom komen. Israël suggereert dat het vliegtuigen zal sturen om Maccabi-supporters te ontzetten, alsof wíj in oorlogsgebied zitten. Premier Schoof komt vervroegd terug van een EU-top. Von der Leyen reageert. Biden zelfs, die refereert aan ‘de donkere momenten in de geschiedenis toen Joden werden vervolgd’. Er is iets verschrikkelijks gebeurd – natuurlijk, ik ben aangeslagen – maar dit is overtrokken.

Cultuurstrijd

Gretig worden de gebeurtenissen ingezet als munitie in de cultuurstrijd. ‘Onze samenleving is compleet vergiftigd’, schrijft Telegraaf-journalist Wierd Duk. ‘De islamistische vijfde colonne is overal: van taxichauffeurs tot weigerambtenaren op ministeries, van Kamerleden tot columnisten bij landelijke dagbladen, redacteuren bij de NPO en docenten aan universiteiten. Wie dit niet wil zien of dit ontkent, is medeplichtig aan ondermijning.’ In de best bekeken talkshow beschuldigt hij een academicus die niets met de politieke islam te maken heeft. Dit type verdachtmakingen doet in elk geval aan donkere momenten denken.

Met de cultuurstrijd komt de politieke benutting. Volgens de VVD ‘bestaat de Sturmabteilung’ nog steeds, in de gedaante van ‘een groep niet geïntegreerde ‘Nederlanders’’. Wilders roept op tot uitzettingen van ‘het multiculturele tuig’ dat Maccabi-supporters heeft aangevallen. Volgens Van der Plas begon de Holocaust ‘niet in 1940, maar in de jaren dertig met dezelfde dingen die we nu zien’ door jongens ‘veelal van Noord-Afrikaanse komaf’. Niemand vraagt haar wie namens de scooterrijders dan opstoomt naar de macht.

Angst en trauma

Deze teksten zullen een deel van de Joden het gevoel geven dat iemand voor ze opkomt. ‘Mijn ouders zijn doodsbang!’, zie ik een Joodse man tegen een Amsterdamse wethouder schreeuwen, ‘Ík ben doodsbang! Ik heb een dochtertje!’ Het is reële angst. Wie herkenbaar is als Jood kan te maken krijgen met agressie op straat. En er zijn heel wat aanslagen geweest op Joodse doelen.

Het is ook trauma. De meeste mensen kunnen zich moeilijk voorstellen hoe het is om tot een volk te behoren dat bijna is uitgeroeid. Het raakt me als het Joodse raadslid Keren Hirsch tijdens een media-optreden breekt en zegt: ‘Wij voelen ons alleen. Wij zijn heel klein.’ Dat mijn eigen moeder en de weinige andere overlevenden die nog onder ons zijn een ‘Jodenjacht’ moeten meekrijgen: ik kan niet eens onder woorden brengen hoe onverteerbaar ik dat vind. En toch stoort de openlijke paniek van zo’n schreeuwende man me ergens ook. Laat je niet zo kennen.

Ik bel familieleden om te vragen hoe het gaat, al weet ik het antwoord. Met enige moeite worden de ruggen gerecht. Eén ochtend sta ik mezelf toe om te voelen wat de afgelopen dertien maanden hebben losgewrikt. Dan concludeer ik dat ik daar geen recht op heb, omdat hier niet wordt gebombardeerd.

Eigenrichting

Al vroeg ben ik ook filmpjes tegengekomen van misdragingen door Maccabi-supporters. Spreekkoren met ‘Laat het Israelische leger winnen, fuck de Arabieren’. Agressie tegen taxi’s. Op sociale media zie ik mensen zich opwinden omdat het onderbelicht blijft – en dat begrijp ik. Maar dan zwelt ook deze tegenbeweging aan tot een hoge golf die feiten en rede overspoelt. Eerst is het gedrag van de supporters ‘context’. Dan gaat het over ‘oorzaak en gevolg’, alsof het een vanzelf tot het ander leidt. En uiteindelijk is het geweld een kwestie van eigen schuld. Bij nogal wat linkse mensen wordt de veroordeling van het antisemitisme een snel gemompelde disclaimer voordat ze tegen rechts tekeergaan.

Columnist Karin Amatmoekrim schrijft in NRC: ‘Maccabi-supporters kregen geen klappen omdat ze Joods zijn. Ze kregen ze omdat ze zich schaamteloos trots toonden over de haat en de misdaden van hun regering. Of dat pak slaag terecht is, daarover mogen de meningen verschillen. Maar opstaan tegen een geweldenaar die zichzelf op de borst klopt voor het uitmoorden van een ander volk vind ik bepaald niet beschamend.’

Het stuk wordt gedeeld door mensen die zichzelf zien als toonbeelden van nuance en die niet door lijken te hebben dat dit een pleidooi is voor eigenrichting op basis van groepskenmerken. Want er is geen directe confrontatie geweest met een groep supporters die zich misdroegen – wat overigens ook fout was geweest. Er is gejaagd op mensen die in de ogen van zelfbenoemde wrekers het foute paspoort of uiterlijk hadden. Nooit vertoond, volgens de politie. Dít is waarom we opsporing, vervolging en een eerlijk proces hebben uitbesteed aan geëigende instanties.

Maar zo gaat het met polarisatie: in je drift om de tegenpartij te corrigeren kom je al gauw zelf uit het lood te staan. De Amsterdamse burgemeester Halsema lijkt een van de weinigen die in plaats van een politieke opponent de rechtsstaat als ijkpunt neemt.

Zionisme

De Joodse historicus Benjamin Moser grijpt de gebeurtenissen in Amsterdam aan voor zijn pleidooi tegen zionisme, het idee dat Joden een eigen land nodig hebben. Moser vindt zionisme niet alleen een ramp voor de Palestijnen, maar ook voor Joden. Israël kan volgens hem alleen in stand worden gehouden met onderdrukking en oorlog en door angsten van Joden elders op te poken. Die lopen door de vijandigheid tegen Israël ook nog eens daadwerkelijk meer gevaar.

Het is een oud dilemma: moeten Joden opgaan in een andere samenleving om veilig te zijn? Of zich verzamelen in een eigen natiestaat? Laatst las ik iets over de grondlegger van het zionisme, Theodor Herzl, dat ik niet wist. Het staat in de memoires van de Joods-Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig, De wereld van gisteren. Zweig schreef ze tussen 1934 en 1942 in Engeland en Brazilië, waar hij naartoe was gevlucht. Hij herinnert zich hoe Herzl aanvankelijk een heel ander idee had om Joden van vervolging te redden: ze zouden zich massaal moeten laten dopen. Pas later leek een eigen staat hem beter haalbaar. Het radicale karakter van beide plannen zegt hoe hoog de nood was.

Zweig zelf was geen zionist. Maar aan het eind van zijn boek beschrijft hij in shock hoe geassimileerd de Joden in veel landen waren geweest en dat de meesten toch nergens als vluchtelingen terechtkonden. ‘Ze werden uit alle landen verdreven en kregen geen land.’ Nadat hij in 1942 zijn manuscript naar de uitgever had gestuurd, slikte hij samen met zijn vrouw een dodelijk gif. ‘Mijn spiritueel thuis, Europa, heeft zichzelf vernietigd’, schreef hij in zijn afscheidsbrief. Hij was ‘uitgeput van lange jaren zwerven zonder thuis’.

Israël is er

Ik heb heus vaak genoeg het gevoel gehad: waren ze aan dat hele Israël maar nooit begonnen. Ook nu ik in de Israëlische krant Haaretz lees dat het land in Noord-Gaza een etnische zuivering pleegt. En met een steen in mijn maag besef dat de politieke bloedgroep waartoe Haaretz hoort, is gemarginaliseerd. Nu ik beelden geappt krijg uit saferooms waar burgers van Noord-Israël schuilen voor Hezbollah-raketten. Geen uitweg in zicht. Maar Israël is er. Er wonen 7 miljoen Joden die geen ander thuis hebben, de meesten met wortels in het Midden-Oosten. Moser zegt: alle redelijke, vredelievende Israëliërs zullen uitzwerven en Israël zal een Joods Saoedi-Arabië worden. Ik weet niet wat dat vooruitzicht oplevert behalve persoonlijke morele hygiëne en blijf verbeten hopen op een eind aan het geweld, op schikken en plooien totdat Joden en Palestijnen allen ergens passen.

Intussen gaat een oproep van een pro-Palestijnse actiegroep rond om ‘de oorlog thuis te brengen’ en daarmee wordt Nederland bedoeld. Er brandt een tram uit en het ‘kankerjoden’ schalt weer. Toevallig heb ik na jaren afgesproken met een oude vriendin van een joodse jeugdvereniging. Ze vraagt welk cijfer ik mijn leven geef, ‘los van alle ellende in de wereld’. ‘8,5’, zeg ik, en die nacht lig ik wakker.

Minderheden

In het Kamerdebat zeggen regerende partijen dat antisemitisme als terrorisme moet worden aangemerkt. Zodat je paspoorten kunt afpakken van daders met een dubbele nationaliteit. Marokko maakt het voor Marokkaanse Nederlanders onmogelijk om afstand te doen van hun nationaliteit, dus het betreft hier zonder twijfel een onbeschaamd pleidooi voor ongelijke behandeling. Hoe erg het ook is dat Joden niet overal in Nederland veilig zijn, je kunt er niet omheen dat Marokkaanse Nederlanders en moslims – die trouwens óók met agressie van doen hebben – heel wat meer te vrezen hebben van de macht.

In het Holocaustmuseum, waar Nederland het tachtig jaar na dato een keertje tijd voor vond, zijn de wanden bedekt met bekendmakingen van anti-Joodse wetten en regels. Áls we dan lessen willen trekken: het wordt voor een minderheid buitengewoon gevaarlijk wanneer de staat zich op haar stort.

Hanger

Aan het eind van de week kan ik haast niet meer geloven wat mensen uit alle denkbare hoeken op sociale media plempen. Alsof alle remmen los zijn, alle gevoel voor verhoudingen is verdwenen. Ik word er op een vreemde manier rustig van en probeer te denken aan de zwijgende meerderheid. En ik ga naar het Joods Museum om een zilveren magen david te halen. De maat die ik wil, is even niet voorradig. Ik kan kiezen uit een heel kleine – laf – of een joekel waarmee ik mensen op afstand toeschreeuw: ‘HIER KOMT EEN JOOD AAN!’

‘We verkopen ze veel meer dan gewoonlijk’, zegt de winkelier verontschuldigend. ‘Mensen willen er een uit solidariteit of om hun identiteit uit te dragen.’ Ik voel me betrapt, als halfbakken Jood die normaal eigenlijk wars is van groepsdenken. In een impuls koop ik een Ahava-hanger, de Hebreeuwse versie van Love, het beroemde werk door popart-kunstenaar Robert Indiana. ‘Ook mooi’, zegt de verkoper.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next