is onderzoeksjournalist bij de Volkskrant met als specialisatie cybersecurity en inlichtingendiensten.
Binnen het Nederlandse veiligheidsapparaat is ongemak ontstaan over Israëlische pogingen het politieke debat in Nederland te beïnvloeden. Het Israëlische ministerie van Diaspora en Bestrijding Antisemitisme stuurde deze week voorafgaand aan het Kamerdebat over de aanvallen op Maccabi-supporters in Amsterdam een ‘speciaal rapport’ met een eigen analyse naar politici.
Uit dat document van 27 pagina’s, ook in het bezit van de Volkskrant, zou blijken dat Nederlandse organisaties die achter de aanvallen in Amsterdam zaten, nauwe banden onderhouden met de militante Palestijnse organisatie Hamas. Onder anderen BBB-fractievoorzitter Caroline van der Plas had het Israëlische rapport in handen tijdens het Kamerdebat en stelde er vragen over aan minister-president Dick Schoof. ‘Hier staan toch wel behoorlijk harde dingen in over wie er achter de pogrom van 7 november heeft gezeten. Dit gaat rond. Is het officieel?’, vroeg Van der Plas. De premier reageerde in eerste instantie verbaasd. Schoof: ‘Ik word overvraagd, zeg ik u heel eerlijk.’
Minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) bevestigde daarop het bestaan van het rapport. Over de mogelijke link van Nederlandse pro-Palestijnse organisaties en Hamas zei Van Weel verderop in het debat: ‘Ik heb daar tot op heden geen enkele bevestiging van gezien.’ SGP-Kamerlid Chris Stoffer gebruikte het Israëlische rapport om een motie in te dienen om Nederlandse organisaties die door Israël worden aangemerkt als pro-Hamas, op een sanctielijst te zetten en als terroristisch te bestempelen.
Ook De Telegraaf besteedde aandacht aan het rapport onder de kop: ‘Israël ziet Jodenjacht als islamitische terreuraanval: Stichting Palestijnse Gemeenschap zette aan tot pogrom’. De Israëlische minister Amichai Chikli eiste in de krant keiharde maatregelen van Nederland: ‘Dit terreurnetwerk moet worden uitgeroeid. De Nederlandse autoriteiten moeten juridische en economische maatregelen nemen tegen de criminelen en, zoals Geert Wilders suggereerde, de betrokkenen deporteren.’
Meerdere bronnen in en rond ministeries die zich bezighouden met veiligheid vinden dat sprake is van ongewenste Israëlische inmenging in de Nederlandse politiek. Tot op het hoogste ambtelijke niveau bestaan daarover zorgen, zeggen twee bronnen. Vanwege de gevoeligheid van het onderwerp, en de pro-Israëlische houding van het kabinet, willen zij anoniem blijven. Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken wilde niet reageren op vragen over de Israëlische inmenging. De Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) zegt bij monde van een woordvoerder het Israëlische rapport nog te bestuderen. ‘Inhoudelijk kunnen we er nog niets over zeggen.’
In het document worden suggestieve verbanden gelegd tussen de Stichting Palestijnse Gemeenschap Nederland (PGNL), die regelmatig pro-Palestijnse demonstraties organiseert, Hamas en het geweld tegen Maccabi-supporters in Amsterdam. Zo wordt een medewerker van PGNL, de heer Kotesh, genoemd als sleutelfiguur en belangrijke deelnemer aan het geweld. Als bewijs daarvoor dient een Instagrampost waarin Kotesh schrijft: ‘Als je iemand kent die is gearresteerd, laat het ons dan weten zodat we juridische ondersteuning kunnen bieden’ en een interview bij een Libanees nieuwskanaal waarin Kotesh zegt dat Maccabi-supporters begonnen met geweldplegingen. Nergens blijkt dat Kotesh geweld pleegde of aanwezig was in het centrum van Amsterdam waar Israëliërs werden gemolesteerd.
Koen Aartsma, inlichtingen- en veiligheidsexpert van instituut Clingendael, roept daarom op voorzichtig te zijn met dergelijke rapporten. ‘Het lijkt haastig te zijn opgesteld en het is afkomstig van een niet-neutrale bron.’ Dat Israël een dergelijk document deelt met Nederlandse veiligheidsinstanties vindt hij ‘logisch en belangrijk’. Aartsma: ‘Maar dan moeten die instanties vervolgens wel de tijd krijgen om er onderzoek naar te kunnen doen en met een eigen analyse te komen.’ Dat is nu bemoeilijkt door de verspreiding ervan door Israël, zegt hij. ‘Het politieke debat is niet gebaat bij dergelijke beïnvloeding. Vanwege de timing en doordat Nederland de bevindingen niet zelf kan bevestigen, is dat onwenselijk.’
De Israëlische ambassadeur in Nederland, Modi Ephraim, zegt desgevraagd tegen de Volkskrant dat hij niet vindt dat Israël zich met dit rapport bemoeit met het onderzoek van justitie in Nederland. ‘Het is de rol van het ministerie om antisemitisme op te sporen en te bestrijden. Met dit document doen ze dit. We werken volledig mee aan het onderzoek in Nederland.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant