Home

Marcellus Emants is bepaald geen lachebekje; het is allemaal noodlot, teleurstelling, gefnuikte passie en ondergang

De e-reader heeft, behalve veel voordelen, ook een nadeel: je kunt niet zien hoe dik het boek is dat je van plan bent te gaan lezen. Zo belandde ik in een enorme pil van Emants, Inwijding (1900) geheten, twee delen, samen zo’n 900 pagina’s.

Marcellus Emants is bepaald geen lachebekje, dat weet iedereen die Een nagelaten bekentenis kent; integendeel, het is allemaal noodlot, teleurstelling, gefnuikte passie en ondergang; als je dan even glazig opkijkt uit zo’n vuistdikke homp radicaal pessimisme lijkt je eigen leven opeens best vrolijk en gezellig. Zo ontzettend ánders ook, dan een flinke eeuw geleden.

Over de auteur
Schrijfster Sylvia Witteman bespreekt elke twee weken een boek dat haar is opgevallen.

Hoofdpersoon in Inwijding is de jonge, zojuist beëdigde advocaat Theodoor; een groentje, ook in de liefde. Naar aanleiding van Dumas’ Dame aux camelia’s (over de onmogelijke verhouding tussen een jongeman en een courtisane) beweert hij op hoge toon tegen zijn keurige moeder en zusjes dat hij nooit zou kunnen houden van een vrouw die ervoor betaald krijgt.

U raadt het al: voor je het weet, wordt hij hevig verliefd op de ‘demi-mondaine’ (eufemisme voor luxehoer) Tonia. Dat kost hem 3.000 gulden per jaar, omgerekend ongeveer een halve ton in euro’s nu; hij kan het nét betalen. Tonia is mooi en lief, maar wel nukkig en ziekelijk jaloers. Ze beëindigt de verhouding herhaaldelijk uit (onterechte) vrees dat Theodoor haar bedriegt; hij is immers van veel hogere stand dan zij, dus hij kan niet van haar houden.

‘Eerst docht ik: had ik ’m maar nooit ontmoet … vroeger was ik tevreje … onbezorgd … vrolik … (…) maar toen docht ik weer: ’k zou niet wille da’k hem nooit had gekend; maar waarom is-t-ie nou niet van m’n eigen stand …’n behanger of zo ies. Dan zou-d-ie veel echter van me houwe.’

De geliefden leggen het telkens weer bij, maar vermoeiend is het wel. Intussen wordt het onder Theodoors kennissen en familie zo langzamerhand duidelijk dat hij er een maîtresse van laag allooi op nahoudt. Zijn moeder is in alle staten. ‘Theo … als je me dát aandoet … als je zo’n schepsel… zo’n…’ ‘Zoek niet naar andere scheldwoorde, moeder; die verkies ik niet te hore. ’k heb u al gezegd dat Tonia ze niet verdient en ’k laat haar door niemand beschimpe … ook door u niet!’

Emants spelling is wat wonderlijk (hij hing de beginselen van de ‘Vereniging tot vereenvoudiging van de schrijftaal’ aan), maar je went er snel aan. Op andere gebieden raak je maar niet uitverwonderd. De ongelooflijke hypocrisie van onze samenleving, nog maar zo kort geleden, de ijskoude berekening waarmee Theo’s moeder de huwelijkspartners uitzoekt voor haar dochters zonder rekening te houden met (het ontbreken van) liefde.

En die arme, domme Tonia, speelbal van het noodlot. Ze maakt telkens schulden, ondanks dat royale inkomen, raakt zwanger, laat het kind ‘wegmaken’, sterft vervolgens bijna aan de gevolgen van die ingreep, waarna ze chronisch blijft kwakkelen, opeens een stuk ouder en niet meer mooi. En dan begint Theodoor toch te twijfelen aan zijn liefde …

U moet zelf maar lezen hoe het afloopt. Mij liet het boek vooral achter met grote dankbaarheid jegens de verworvenheden van het feminisme. Heden ten dage kan een meisje uit elke ‘stand’ een opleiding krijgen, een baan zoeken, haar eigen inkomen verdienen, een ongewenste zwangerschap afbreken zonder risico’s, en een lang, gelukkig leven leiden met een of meer mannen van haar keuze; mannen die niet door hun collega’s, moeder en zusjes op het matje geroepen worden, mannen die hun sinaasappel zélf pellen, ja, dat doet Tonia ook nog voor hem, arm schaap.

(Oké, ik pel ook wel eens een sinaasappel voor huisgenoot P, maar u begrijpt wat ik bedoel.)

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next