Home

Waarom kennen we wel de mannen van Maria van Aelst, maar haarzelf niet?

De makers van de voorstelling De mannen van Maria filosoferen over hun hoofdpersonage, Maria van Aelst, die in 1625 als ‘baarmoeder’ naar Batavia werd verscheept, maar als diamanthandelaar carrière zou maken. Wie was deze onbekende maar invloedrijke Nederlandse vrouw?

schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.

Herfst, vijf jaar geleden. Kort na de geboorte van haar tweede kind kan actrice Anna Drijver (41) een net verschenen historische roman niet wegleggen. Tijdens doorwaakte nachten leest ze koortsachtig door in De mannen van Maria (2019) van Anneloes Timmerije, over het onvoorstelbare leven van Maria van Aelst (1607-1674).

Het blijft Drijver bezighouden, dit verhaal over een in Steenbergen geboren Brabantse, die in 1625 op haar 18de door haar ouders als ‘baarmoeder’ naar Batavia wordt verscheept om in de Oost (het latere Nederlands-Indië) als een van de zogenoemde volksplantingmeisjes witte Hollandse kinderen te baren.

Drijver ziet voor zich hoe een amper volwassen vrouw, onwetend over wat haar te wachten staat, negen helse maanden doorbrengt op een overbevolkt VOC-schip, de Mauritius, om daarna vijf mannen te trouwen en vier keer weduwe te worden. Haar derde echtgenoot is de machtige Antonio van Diemen, negende gouverneur-generaal van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC).

Ondanks haar huwelijken blijft Maria kinderloos en groeit ze uit tot de eerste vrouwelijke diamanthandelaar van Nederland. Ze behoort in die vroege 17de eeuw tot de honderd rijkste mensen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Ze houdt ervan haar rijkdom te etaleren, zo blijkt uit Timmerijes boek, als ‘koningin van Batavia’. De Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman vernoemt een kaap naar haar: Kaap Maria van Diemen, het meest noordwestelijke puntje van Nieuw-Zeeland.

Wie is deze Maria van Aelst? Hoe vergaart ze haar rijkdom in een koloniale omgeving waarin getrouwde vrouwen geen zakelijke beslissingen mogen nemen? En waarom kennen we wel haar mannen, maar háár niet?

Drijver wil deze bijzondere vrouw zelf aan het woord laten op het theaterpodium, en vraagt Maxine Palit de Jongh (31), toneelschrijver met Indonesisch-Europese wortels, het boek te bewerken. Palit de Jongh voegt in haar bewerking een hedendaags dekoloniaal perspectief toe, door Maria’s keuzen te bevragen en het oogpunt van haar tot slaaf gemaakte bedienden extra aandacht te geven.

Palit de Jongh bewerkte de historische roman van bijna 350 pagina’s tot een anderhalf uur durende solo, die dit weekend in première gaat. En zo zitten Drijver, Palit de Jongh en Timmerije (69) vijf jaar na het verschijnen van de roman en een dag na de eerste try-out van de voorstelling te filosoferen over de onbekende levenswandel van deze invloedrijke Nederlandse vrouw. Hoe groeide zij begin 17de eeuw uit tot succesvolle diamanthandelaar?

Timmerije stuit in 2011 per toeval op Maria’s bestaan door een proefschrift over Antonio van Diemen (1593-1645). ‘Daarin las ik over Van Diemens echtgenote, Maria van Aelst. Na een paar alinea’s was ik totaal door haar gegrepen. Ik ben alle snippers informatie die over haar te vinden zijn bij elkaar gaan leggen.’

Een handvol notities

Er zijn weinig feiten over Maria bekend, maar alle drie vermoeden ze dat de vrouw uit verveling is gaan handelen in edelstenen. Een zwangerschap blijft uit, ze wordt steeds opnieuw weduwe, en om de tijd te doden organiseert ze theekransjes met sieraden als middelpunt. Veel blijft speculatie: over vrouwen in de 17de eeuw weten we weinig meer dan een handvol notities in de kantlijn van door mannen geschreven en gearchiveerde documenten. Vrouwenlevens, als ze al worden gememoreerd, zijn ingekleurd door de mannelijke blik.

Zo vond Timmerije tijdens haar archiefonderzoek slechts één handgeschreven brief van Maria, naast feitjes over haar als passagier in scheepsjournalen en ‘vrouw van’ in huwelijksakten. Over tot slaaf gemaakten is in de geschiedboeken nog minder vastgelegd. Maar uit scheepsjournalen blijkt wel dat Maria slaafgemaakten mee terug neemt naar Nederland – zij zouden dus een belangrijke rol kunnen hebben gespeeld in haar leven.

Daarom schiep Timmerije in haar boek de fictieve personages Zus, Zusje en Meisje, twee bedienden en één buitenechtelijk kind, door Maria’s tweede man verwekt bij een tot slaaf gemaakte. Timmerije schrijft dat Maria wel het bastaardmeisje meeneemt naar Nederland, maar haar moeder doorverkoopt. Háár interpretatie – maar ze acht het meer dan aannemelijk dat Maria haar aangeschafte personeel als bezit behandelt, zoals gebruikelijk in die tijd.

In haar onderzoek stuitte Timmerije op het immigratieplan van Jan Pieterszoon Coen, een van de wreedste gouverneur-generaals van de VOC. Om zijn lucratieve handelsmonopolie op specerijen veilig te stellen en als bezettingsmacht een volledig Nederlandse kolonie te realiseren, wil deze koopman en boekhouder grote gezinnen uit Holland naar Batavia laten immigreren. Er verhuizen echter te weinig ‘witte gegoede burgers’ naar Azië. Daarom rekruteert hij in Nederland weesmeisjes, opdat zij in de Oost veel nakomelingen zullen baren.

Anders dan de meeste volksplantingmeisjes is Maria geen weesmeisje. De oudste dochter van een hoge legerofficier in Steenbergen is een haantje-de-voorste, en volgens haar moeder ‘te wijs voor haar achttien jaren’, zo schrijft Timmerije.

‘Waarom zij, afkomstig uit de geletterde middenklasse, in 1625 wordt weggestuurd, is onbekend’, zegt de auteur. ‘Ik vermoed dat ze iets heeft met een jongen, mogelijk een bastaardkind van haar vader. Maria’s verliefdheid stuit op weerstand. En dus stuurt haar vader haar naar de Oost.’

‘Stoofpeertjes’

De meisjes van de volksplanting worden in Batavia ‘stoofpeertjes’ genoemd, ‘sappig fruit’ in een stinkende modderpoel – kolonisten vernietigen bestaande dorpen, natuur en bedrijvigheid ten faveure van een handelspost voor eigen gewin. Op de ‘meisjesmarkt’ wordt Maria gespot door Johan Libener.

‘Die term meisjesmarkt komt van mij’, vertelt Timmerije. ‘Maar ik vermoed dat het met potentiële bruiden in dit wingewest ongeveer net zo ging als bij een paardenmarkt. Archieven reppen over ene juffrouw Qual, die deze volksplantingmeisjes klaarstoomt voor een huwelijk. Ze moeten hun brede heupen tonen als teken van vruchtbaarheid. Mannen kunnen hun voorkeur aan Qual kenbaar maken, mits ze, volgens de regels van de Compagnie, kunnen aantonen hoe ze hun aanstaande vrouw zullen onderhouden.’

In maart 1626, vijf maanden na haar aankomst in Batavia, trouwt Maria de twintig jaar oudere Johan. Anderhalf jaar later is ze weduwe, nog voor haar 20ste verjaardag. Haar eerste echtgenoot, gestorven aan een zwak hart, laat Maria veel geld na. Dat wordt beheerd door een zaakwaarnemer die, zo schrijft Timmerije, ook haar geliefde wordt.

Maria durft haar geheime minnaar te vragen waar ze parels kan kopen, ‘niet om te dragen’. Hij weet een ‘koopman die in stenen doet’. Zo begint Maria met haar erfenis te handelen in sieraden, edelstenen en diamanten.

Handelingsbekwaam

In 1628 vraagt de voormalige peperkoopman Bartholomeus Havickszoon Kunst haar ten huwelijk. Haar ‘ja’ verbaast Timmerije. ‘Als ongetrouwde weduwe met geld is ze handelingsbekwaam. Dat recht verliest ze door te hertrouwen. Misschien vindt ze status belangrijk, wil ze toch graag een kind of heeft ze praktische overwegingen. Dat blijft gissen. Ze geniet wel van de aandacht die hoort bij de Bataafse gegoede stand.’

Weer verliest Maria snel haar echtgenoot, en weer hertrouwt ze, nu met een man met veel aanzien: gouverneur-generaal Antonio van Diemen. Met hem keert ze terug naar Holland. Samen staan ze waarschijnlijk afgebeeld op een dubbelportret van Rembrandt van Rijn (zie kader onderaan deze tekst). In de twee decennia na Van Diemens dood huwt ze nog tweemaal in Nederland. Ze sterft op haar 67ste.

In de voorstelling blijven Maria’s echtgenoten naamloos. Ze bestaan in de vorm van ringen om Drijvers vingers. ‘Die mannen sieren genoeg straatnaamborden’, zegt de actrice.

Ze wil zowel Maria’s pijn en eenzaamheid voelbaar maken, als haar emotionele armoede, zegt Drijver. Want die maken Timmerije en Palit de Jongh goed invoelbaar: terwijl Maria een miskraam heeft, raakt een slaafgemaakte zwanger van haar tweede echtgenoot. Terug in Nederland onthoudt ze dit buitenechtelijk kind, meegenomen als bediende, haar vrijheid. Drijver: ‘Ze lapt het voorschrift ‘Hollandse bodem maakt vrij’ aan haar laars.’

Geharnast door teleurstelling

Timmerije vermoedt dat haar kinderloosheid een rol speelt bij Maria’s verharding. ‘Geharnast door die teleurstelling en de sterfgevallen besluit Maria tegen geldende wetten in te gaan handelen. Ze gebruikt de positie van haar echtgenoten om zaakjes met klanten te beklinken. In die smerige eeuw showt ze volop haar invloed en rijkdom. Ze geniet van haar machtspositie.’

Hoewel vrouwen in die tijd waarschijnlijk weinig keus hadden, denkt Drijver dat Maria had kunnen weigeren mee te werken aan een mensonwaardig systeem van uitbuiting en slavernij. ‘Ik begrijp niet waarom ze anderen onderdrukt, terwijl ze dit zelf als vrouw ook ervaart. Maar haar overlevingsdrang in dit patriarchaat is ook fascinerend.’

Maria is dan ook meer dan louter hard en geslepen, zeggen ze alle drie. Ze is óók een speelbal van de omstandigheden. En daadkrachtig. Drijver: ‘Bij mannen heet dat algauw heldenmoed, bij vrouwen discutabel gedrag. Die stereotypering vermijden wij.’

Geen heldin dus, maar zeker ook geen schurk, benadrukt toneelschrijver Palit de Jongh. ‘Ik waak ervoor haar alleen als doortrapt te portretteren. Ze is verwend door haar rijkdom, meent mensen te kunnen kopen en uit te buiten, maar is op haar beurt slachtoffer van mannelijke uitbuiting. Ze zit eenzaam tussen dwang en keuze in.’

Taal geven aan ongemak

Een meerwaarde van haar theaterbewerking, vindt Palit de Jongh, is dat zij dit verhaal van de onderdrukker nu kan aanvullen met het perspectief van de onderdrukten. ‘Ik geef taal aan dat ongemak.’

Ze laat de personages Zus, Zusje en Meisje in de voorstelling onverbloemd zeggen wat ze vinden van Maria’s soms immorele keuzen. Daarnaast voegt ze magisch-realistische scènes toe, zoals het perspectief van een olifant en een tijger, die illustreren hoe de kolonisatie land en bevolking geweld aandoet. Drijver kruipt op het toneel in de huid van een opgejaagde tijger, die van roofdier slachtoffer wordt, zoals Maria omgekeerd van slachtoffer roofdier wordt.

De olifant wordt door Maria gekocht als geschenk voor een sultan. Dat beeld gebruikt Palit de Jongh om te illustreren hoe er wordt omgegaan met slaafgemaakten. Palit de Jongh laat het bastaardkind Meisje zeggen: ‘De olifant is van zichzelf.’ Door een meisje dat in gevangenschap is geboren zo’n activistische uitspraak te laten doen, hoopt zij de geschiedenis enigszins te herschrijven.

Geen man nodig

Hoe zelfstandig kon Maria als vrouw opereren, gezien de conventies van haar tijd? Alle drie: ‘Ze wil duidelijk laten zien dat ze geen man nodig heeft.’

Zoals het klinkt in de openings- en slotzin van de voorstelling: ‘Mijn schoot is leeg, mijn vermogen groots, mijn naam is Maria van Aelst, ik ben van niemand.’

De mannen van Maria, door Anna Drijver. Tekst Maxine Palit de Jongh, regie Olivier Diepenhorst.
15/11 t/m 27/3 (première 17/11), Bellevue, Amsterdam.

De man en vrouw in het zwart

Kunsthistorici hebben meerdere namen geopperd voor het echtpaar dat te zien is op het dubbelportret Een dame en heer in het zwart van Rembrandt van Rijn uit 1633. Op verzoek van Anneloes Timmerije speurde kunsthistorisch onderzoeker Rudolf Smeets naar een schilderij van Maria van Aelst.

Smeets herkent aan oogopslag en wenkbrauwen de man op Rembrandts doek als gouverneur-generaal Antonio van Diemen. Hij ziet voldoende aanwijzingen dat het een getrouwd paar betreft. De vrouw zit bijvoorbeeld links, lager dan de echtgenoot, als teken van onderdanigheid. Bovendien toont de achtergrondversiering een wandkaart van Oost-Indië. Genoeg redenen om aan te nemen dat Maria van Aelst op dit schilderij staat, een ontdekking dankzij Timmerijes roman.

Een dame en heer in het zwart is spoorloos, sinds het in 1990 werd geroofd uit het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next