Home

In deze Schiedamse garages sleutelen oud-scheepsbouwers al sinds 1968 ongestoord aan hun auto’s

De Wilton-Fijenoord Automobiel Club heeft zich vanaf 1968 weten te onttrekken aan de vooruitgang. De leden brengen er graag de dagen door met hun auto’s. Fotograaf Ingmar Timmer ontmoette ze in een ogenschijnlijk vergeten stukje haven.

is eindredacteur van Volkskrant Magazine en schrijft over auto's.

Toen in een bepaalde periode, ruim vier jaar geleden, in Nederland en de rest van de wereld sommige banen en een flink deel van het openbare leven grotendeels stillagen, reizigers niet meer reisden en kinderen niet meer op het schoolplein speelden, fietste fotograaf Ingmar Timmer steeds grotere rondjes om zijn woonplaats.

Misschien was hij op zoek naar nieuwe locaties om later te kunnen gebruiken voor zijn opdrachtgevers in de auto-industrie, misschien trapte hij alleen rond om eens wat andere lucht op te snuiven.

In elk geval reed hij langs allerlei weggetjes die doodliepen op de havens in Schiedam, toen hij een verzameling oude loodsen ontdekte met zowaar een klein pompstationnetje.

Het bleek het onderkomen van de W.A.C., de Wilton-Fijenoord Automobiel Club. De club bestaat sinds 1968 en sedert 1986 zijn ook niet-werknemers van de toenmalige scheepswerf en naamgever van de club welkom als lid.

In de hoogtijdagen van de hobbyclub betaalden 1.200 leden hun contributie. Nu zijn dat er ruim 500. Het terrein heeft overdekte stallingplaatsen, wasboxen, een inmiddels ingeslapen benzinepomp en garagewerkplaatsen, compleet met smeerputten en bruggen om onder de auto’s te kunnen sleutelen. Want dat is vanaf het begin van de club het doel: een plek om overdekt en veilig te sleutelen aan auto’s.

Vrij werk

Timmer (60) werkt ruim 25 jaar als fotograaf. Zijn opdrachtgevers vragen hem naar beelden van glimmendnieuwe auto’s en stemmige personeelsportretten voor in het jaarverslag.

Diverse reisbladen namen zijn documentairefoto’s van verre bestemmingen af. In zijn vrije werk, en daar is de reeks over de Schiedamse automannen onder te vangen, komen al die disciplines samen.

‘Ik heb het idee dat het terrein daar zo’n beetje vanaf het begin hetzelfde is gebleven. Er kan daar veel, maar er zijn wel regels over sleutelen, olie verversen en het lenen (en weer terugbrengen!) van het gereedschap van de club.

‘Er is een huiskat en een terreinbeheerder die de boel in de gaten houdt. Sommige oudere leden komen daar misschien wel dagelijks, anderen heb ik maar een paar keer gezien. Ik ontmoette een jonger stel met een campertje en wat jongere mannen. Na verloop van tijd begonnen ze me te herkennen.’

Oprechte interesse

In totaal is Timmer een jaar of twee bezig geweest met de reeks. Af en aan, als de tijd het toeliet, als het weer goed was – bewolkt weer, prima licht zonder harde schaduwen.

‘Ik wist al gelijk dat ik portretten wilde maken van de mannen die daar bezig waren. De omgeving en de auto’s, soms moderne, maar vaker oldtimers die daar worden opgeknapt, spelen een bijrol in mijn reeks.

‘De mensen die daar rondlopen vind ik toch het boeiendst. Ik maakte een praatje, toonde mijn interesse, want ik weet wel iets van auto’s, en kon dan soms vragen om net even iets anders te gaan staan of zitten. Tijdens zo’n gesprek kijk ik hoe ze reageren, hoe ze bewegen en kijken. Een goed portret is toch een kwestie van oprechte interesse tonen in de mens.’

De serie, die bestaat uit ongeveer twintig portretten in zwart-wit en een aantal stillevens in kleur – ‘een soort polaroid-achtige kleuren’ – is nu afgerond. Klaar om eens te exposeren.

‘Ik ben vooral erg tevreden dat je door zomaar wat lukraak rond te rijden, in wat bij wijze van spreken mijn achtertuin is, op plekken komt waarvan je het bestaan niet kent. En dan is het mooi om daar mensen te treffen die met hart en ziel met hun hobby bezig zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next