Omdat ik een paar dagen naar Berlijn ging, appte een ingewijde mij wat fijne plekken die ik zeker moest bezoeken. Al googelend zag ik grote betonnen ruimten met oude, versleten leunstoelen erin die een café, een technoclub, een vintagewinkel of een koffietent waren, of gewoon een expositieruimte voor conceptuele kunst, en meestal alles tegelijk.
Heel Berlijns, dacht ik, al is Berlijn, herinnerde ik me van de vorige keer, ook een heel grote verzameling dönerwinkels.
Het meest sloeg ik aan op de omschrijving van een winkel waar ze pennen, notitieblokjes en aanverwante zaken verkochten. ‘Hemel op aarde’, had de Berlijningewijde erbij gezet.
Ik bezit thuis grofweg zeventigduizend pennen en notitieblokjes van divers allooi, en ook nog van die boekjes met plakblaadjes, vele rollen washitape, stiften, kleurpotloden, krijt uit allerlei grondstoffen en tubes verf. Maar ik wist, voelde, nu al dat ik de papierhemel op aarde in Berlijn zou gaan opzoeken, hoewel mijn schema daar amper ruimte voor bood.
Volgens mij is er niemand op aarde die niet van de geur van papier en papierachtige winkeltjes houdt, en van het uitproberen van diverse pennetjes in een rek. Misschien zijn er twee mensen op aarde die niks met papier hebben – ik denk Alexander Klöpping en Elon Musk; niet dat die verder hetzelfde zijn, maar zij geloven in de digitale wereld, dus waarschijnlijk in zo’n notitieblok met een scherm waar je alles kunt afvegen en dat het dan voor eeuwig in de cloud komt.
Ik niet. Ik geloof in papier. Mijn allereerste, felbegeerde baan was in een kantoorboekhandel en daar heb ik alle basics over het leven en papier geleerd. De ene papiersoort is de andere niet, en de ene pen de andere ook niet.
Het luistert allemaal ontzettend nauw. Ik vond het helemaal niet erg om als jongste bediende de hele zaterdag de trap naar de kelder, waar het magazijn was, op en af te rennen. Ik mocht cadeautjes inpakken, dus dingen doen met de grote plakbandhouder. Ik mocht officiële btw-bonnen maken, dus stempelen en nieten. Bedragen op de toen nog rinkelende en openspringende kassa aanslaan. En bovendien mocht ik de hele dag in de bedwelmend heerlijke geur van papier staan.
Wat ik er over het leven leerde, was dat je mensen in twee categorieën kunt verdelen: mensen die aardig doen tegen winkelbedienden en mensen die niet aardig tegen ze doen. Tegen de mensen die aardig doen, zeg je dat het kopieerapparaat voor in de winkel het wel doet, en je maakt geduldig kopietjes voor ze. Aan de mensen die niet aardig doen, moet je helaas mededelen dat het kopieerapparaat kapot is.
Daarmee deed je jezelf wel een beetje tekort, want niets is heerlijker dan de geur van warm papier met nog warme inkt erop.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant