Het Amsterdamse theatergezelschap ITA ontslaat 10 procent van het personeel als gevolg van een korting van 1,8 miljoen euro op de rijkssubsidie. Daarnaast bezuinigt de internationaal vermaarde instelling op het maken en programmeren van voorstellingen in de Stadsschouwburg aan het Leidseplein.
is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek en subsidiebeleid.
De reorganisatie van ITA komt twee dagen na het debat in de Tweede Kamer over de besluiten van de vierjaarlijkse verdeling van de rijkscultuursubsidies. Minister Eppo Bruins (Cultuur, NSC) volgde daarin het advies van de Raad voor Cultuur om ITA vanaf 2025 tot middelgroot gezelschap te degraderen. Geen Kamerlid maakte daar bezwaar tegen. Wel kijkt Bruins nog of ITA een toelage kan behouden voor optredens buiten Nederland.
Het advies van Raad voor Cultuur viel het grootste theatergezelschap van Nederland rauw op het dak in een jaar waarin het onder leiding van de pas aangetreden artistiek directeur Eline Arbo dacht te kunnen beginnen aan een nieuw tijdperk. Maar de raad vond de plannen in de subsidieaanvraag van ITA slecht uitgewerkt, en het gezelschap had niet genoeg duidelijk gemaakt wat het wil doen aan het vergroten van de sociale veiligheid en het verminderen van werkdruk.
Het ontslag betreft ‘17 collega’s van verschillende afdelingen’, schrijft ITA in een verklaring die het woensdag naar buiten bracht, nadat het personeel was ingelicht. Tweederde van hen krijgt ontslag met een sociaal plan. De rest van de inkrimping wordt opgevangen ‘op natuurlijke wijze, bijvoorbeeld door het niet invullen van vacatures die vrijkomen omdat collega’s met pensioen gaan’.
De directie van ITA zag zich vorig jaar al genoodzaakt 2,3 miljoen euro te bezuinigen op de kosten van de eigen producties en het naar Amsterdam halen van internationale voorstellingen. Bij de nieuwe ingreep kon het personeel niet langer buiten schot blijven, aldus algemeen directeur Clyde Menso in de verklaring. ‘Hoezeer we ook de intentie hebben de formatie ongewijzigd te laten, met minder producties, minder programma en het verlagen van de overheadkosten, zijn we er niet.’
Waar in de organisatie de ontslagen vallen en of er ook acteurs uit het vaste ensemble moeten vertrekken, wil ITA niet zeggen. ‘Vanwege het persoonlijke karakter en de privacy van onze medewerkers, beantwoorden wij geen inhoudelijke vragen over de reorganisatie.’
De reorganisatie treft het Amsterdamse theater op een moment dat het probeert te herstellen van de verziekte werkcultuur die was ontstaan onder de internationaal gevierde artistiek leider Ivo van Hove.
In juli bleek uit onafhankelijk onderzoek dat Van Hove in zijn ambitie om grensverleggend theater te maken jarenlang grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik van acteurs toeliet. Zowel fysiek geweld tijdens repetities, als het uitschelden en uitkafferen van jongere acteurs of theatermedewerkers bleven onbesproken en onbestraft. ITA en Van Hove braken in augustus de banden – hij stond nog als gastregisseur op de loonlijst – waarna de raad van toezicht in zijn geheel terugtrad.
Hoe ITA de toekomst in afgeslankte vorm voor zich ziet, beschrijft het in ‘Een artistiek huis dat samen ademt als één’, een plan dat het gezelschap binnenkort zegt te openbaren. Op basis van de verklaring over de reorganisatie lijkt ITA de bezuinigingen aangrijpt om de fusie van Stadsschouwburg en Toneelgroep Amsterdam een stap verder te brengen.
Het gezelschap en het theater gingen in 2018 op in één organisatie, een weerbarstig proces waarin de voltallige directie al is gewisseld. Artistiek directeur Arbo gaat werken aan ‘één huis waar de producerende en programmerende activiteiten sterk met elkaar verbonden zijn’. ITA zal daarvoor vier nieuwe producties per jaar maken, waarvan Arbo er twee zelf regisseert.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant