In The Substance en A Different Man worstelen de hoofdpersonages met hun zelfbeeld. Hopend op een beter leven ondergaan ze ingrijpende medische experimenten. Maar de films tonen dat het afkopen van tekortkomingen ook een dieperliggende zelfhaat aan de oppervlakte kan brengen.
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over series en film.
Een van de grootste nadelen van aandacht is dat je altijd een onbedwingbare behoefte gaat voelen om op zoek te gaan naar nóg meer aandacht (en vooral: erkenning). Zelf had ik zo’n neiging in de zomer van 2022, toen ik mijn televisiedebuut maakte in RTL Boulevard om, jawel, de breuk tussen Nick en Simon te voorzien van enige duiding.
Aan zelfvertrouwen geen gebrek op die zomerdag, tot ik de klassieke fout maakte die iedereen met een opdringerig ego vroeg of laat maakt. Dat ego wil dan namelijk óók altijd weten wat ‘de ander’ nu precies vond van je optreden, en dan is de verleiding groot om op internet te struinen op zoek naar allerlei meningen.
En toen stonden ze daar ineens als meestgezochte zoekopdracht op Google, voor de interneteeuwigheid verbonden aan mijn naam. Drie woorden die iets benoemden dat ik daarvoor altijd het liefst poogde te verbergen:
‘Alex Mazereeuw tanden’.
Tot dat moment was die kwestie toch vooral iets ‘interns’ geweest. Natuurlijk wist ik dat het opviel. De scheefgroei was duidelijk zichtbaar, en dus ging er in vrijwel elk gesprek altijd wel een stiekeme blik naar dat gebit. Vind je het gek, in een wereld waarin we razendsnel worden afgerekend op ons voorkomen?
Heel af en toe was er iemand die het op de man af vroeg: hoe komt het eigenlijk dat jij zo’n scheef gebit hebt? Oftewel: imperfecte jongen, waarom ‘los’ jij die imperfecties niet gewoon even op?
Voor mijn zelfbeeld was dat onvolmaakte gebit al langer een uitdaging, al was ik inmiddels zeer bedreven geworden in het handig verbergen van het euvel. Altijd een hand voor je mond houden in gesprekken of bij een ontsnapte lach, altijd zorgen dat de imperfectie zo onzichtbaar mogelijk blijft.
Het is een fenomeen dat we kunnen aanduiden als de horror van het zelfbeeld: de fundamentele angst dat je niet meer meetelt wanneer iemand je gebrek ziet. Het eigen ‘gemankeerde’ uiterlijk wordt in zo’n geval het kwaad dat onderdrukt dient te worden om een beter leven te kunnen leiden.
En ja, als dat kwaad kan worden afgekocht, is dat natuurlijk de snelste weg naar een ‘perfect leven’. Kortom: dan trek je toch gewoon een paar duizend euro uit voor een beugel?
Hoewel deze anekdote betrekkelijk particulier is, staat die niet op zichzelf, zeker niet in een tijd waarin ons meer dan ooit wordt opgelegd om te streven naar fysieke perfectie. Uiterlijke ‘tekortkomingen’ kunnen we om die reden steeds eenvoudiger afkopen (van plastische chirurgie tot cosmetische tandheelkunde); maar dat werpt ook de vraag op waar zo’n proces precies stopt, en in hoeverre de nadruk op die kleine gebreken een fundamentelere angst verhult. De angst dat wat er onder die onvolmaaktheden schuilt al helemáál niet goed genoeg is.
Dat laatste brengt ons bij twee van de opzienbarendste films van dit jaar, The Substance en het deze week verdwenen A Different Man. In die eerste film speelt Demi Moore een presentator, Elisabeth, die vanwege haar leeftijd moet plaatsmaken voor een jonger iemand. Voor mensen ‘van haar leeftijd’ (50) is in de entertainmentindustrie immers geen plek meer, aldus haar proleterige baas.
En dan dient zich ineens een perfecte oplossing aan, in de vorm van een substantie die het mogelijk maakt een jongere, ‘betere’ versie van zichzelf op de wereld te zetten. Dankzij een bijzondere medische behandeling kan de oudere Elisabeth om de week veranderen in de jongere Sue (gespeeld door Margaret Qualley).
Nu haar leeftijd, haar lichamelijke veroudering, plots één grote ‘imperfectie’ is geworden, is het afkopen daarvan heel verleidelijk. Maar hoe meer succes de jongere Sue heeft, hoe meer de oudere Elisabeth zichzelf gaat haten.
The Substance gaat over veel, maar toch zeker ook over hoezeer het afkopen van imperfecties een dieperliggende zelfhaat aan de oppervlakte kan brengen. Wat de film tussen de regels door goed laat zien, is hoe leeg Elisabeths leven is, ook al voordat ze aan de kant wordt geschoven. Haar appartement is groot, leeg en kil, een vriendenkring heeft ze niet en romantische relaties evenmin.
Het gebruik van het wondermiddel wordt zo een makkelijke vluchtheuvel voor oudere Elisabeth om niet te hoeven omgaan met thema’s als eenzaamheid en leegte. Zelf lijkt ze ook in toenemende mate te denken dat ze er alleen mag zijn als de jongere, ‘betere’ versie van zichzelf.
De belofte van verbetering heeft uiteindelijk steeds tragischere gevolgen, zeker wanneer de zelfacceptatie steeds verder uit beeld verdwijnt. De zelfbeeldhorror wordt alleen maar versterkt door de substantie: voor Elisabeth voelt het alsof ze er zonder ingreep niet meer mag zijn.
De nieuwe horrortragikomedie A Different Man gaat over aspirant-acteur Edward, die neurofibromatose heeft, een zeldzame aandoening waardoor er goedaardige tumoren groeien op zijn zenuwen. Hoewel Edward ervan droomt door te breken en gezien te worden, doet hij in het dagelijks leven juist zo veel mogelijk zijn best om te verdwijnen: de zelfhaat heeft het bij hem allang gewonnen van het zelfvertrouwen.
Maar dan is er plots een handreiking: een experimentele behandeling waarmee de tumoren definitief kunnen worden verwijderd, en waarmee hij zijn leven dus ogenschijnlijk flink kan verbeteren. Edward besluit de behandeling te ondergaan, en zegt zijn schijnbaar uitzichtloze bestaan definitief vaarwel.
Vervolgens wordt hij opnieuw aan ons voorgesteld, nu als Guy (gespeeld door Sebastian Stan), een knappe vastgoedjongen die ineens alles heeft: een groot huis, een dikgevulde portemonnee en mooie vrouwen. Maar belangrijker nog: hij wordt eindelijk gezien door de wereld. Het afkopen van die imperfecties loont dus blijkbaar toch!
Zonder al te veel weg te geven: A Different Man kent gaandeweg steeds meer verrassende wendingen, die voortdurend morrelen aan het idee van ‘perfectie’ en van datgene waar je ‘recht’ op zou hebben als je je uiterlijk perfectioneert. Dat komt vooral naar voren wanneer Edwards buurvrouw (Renate Reinsve) uit zijn ‘vorige leven’ een toneelstuk over hem heeft gemaakt. En ja, dan moet en zal Guy zelf de hoofdrol spelen, ook al is hij inmiddels dus een knappe man zonder neurofibromatose.
Alles verandert als er concurrentie opduikt uit onverwachte hoek, in de persoon van theateracteur Oswald (Adam Pearson). Deze Oswald heeft ook neurofibromatose, maar heeft ogenschijnlijk geen last van zijn aandoening: hij is grappig, charmant en levenslustig. En dat steekt Guy, die steeds gefrustreerder raakt: als hij geen leuk, rijk leven verdiende toen hij de aandoening nog had, waarom heeft Oswald dat dan wel?
De dieperliggende vraag onder dit alles: waarom lukt het Oswald wél om zijn imperfecties te omarmen, en af te rekenen met het idee dat je uiterlijk sturend is voor je lot?
Ook in The Substance zien we dat laatste terug, wanneer Elisabeth het wondermiddel steeds vaker gebruikt, omdat ze denkt dat ze haast niet meer zonder kan leven. Zoals hoofdrolspeler Sebastian Stan uit A Different Man het onlangs samenvatte in een interview met het Britse magazine Radio Times: ‘Ik denk niet dat het toevallig is dat deze twee films vrijwel tegelijkertijd uitkomen, omdat ze een reflectie zijn op de tijd waarin we leven. Iedereen zoekt voortdurend naar sluipweggetjes, zoals plastische chirurgie, of het medicijn Ozempic om af te vallen.
‘Ze willen het wondermiddel, de kortste weg, omdat ze een snelle verandering willen en vooral geaccepteerd willen worden. Dit drijft volledig op een zoektocht naar acceptatie door anderen, zonder dat er wordt geïnvesteerd in het begrijpen van jezelf, en wat er vanbinnen precies gaande is.’
Zonder ingreep is zelfacceptatie voor deze personages – en voor mijzelf, blijkbaar – niet écht mogelijk.
In deze films, en in onze eigen realiteit, is imperfectie nog altijd iets wat vooral ‘extern’ moet worden aangepakt, omdat we dan pas het écht goede leven kunnen leiden. Na de verwijdering van die beugel zou ook ik geen angst meer hebben om een gesprek aan te knopen, om breed lachend op een foto te staan, om mee te lachen om een grap. Nog meer contacten, nog meer carrière, nog meer aandacht, wat zou mij straks nog in de weg staan? Afrekenen met de imperfectie is beginnen met leven, toch?
Maar het vervelende aan het wegnemen van uiterlijke onvolkomenheden is dat je er niet per se een ander mens van wordt. Zelfbeeldhorrorfilms als The Substance en A Different Man laten zien hoe heilloos de weg van het afkopen van imperfecties in werkelijkheid vaak is.
En wanneer kom je op een punt dat je uiterlijk belangrijker wordt dan je identiteit? Is Edward zonder zijn aandoening inderdaad gewoon een ‘guy’ die alles kan krijgen wat hij wil? Heeft Elisabeth alleen bestaansrecht als ‘jong ding’? Ben ik alleen iemand als mijn tanden wél recht staan?
In The Substance en A Different Man escaleert die zelfhaat op een extreme manier, maar gelukkig zijn dergelijke gedachten in het echte leven misschien makkelijker te beteugelen. Alhoewel: recent kreeg ik toevallig weer een nieuwe offerte binnen van de tandarts, die me aanraadde om toch nog maar wat kronen te nemen, zodat mijn gebit nog wat witter, strakker en gladder zou worden. Het visitekaartje kan altijd nog een beetje perfecter.
‘Alex Mazereeuw tanden’ is nog altijd een veelvoorkomend zoekresultaat op Google. Het maakt me inmiddels bijna nostalgisch, zeker nu ik eventuele nieuwe mislukkingen, teleurstellingen en onzekerheden niet meer zomaar kan afschuiven op dat gebit. Nee, dan ligt het – hoe vervelend ook – toch echt aan mijn karakter.
Misschien maar goed ook. Als zelfbeeldhorrorfilms als A Different Man en The Substance ons íéts leren, is het wel dat perfectie zelden haalbaar en nimmer zaligmakend is.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant