Demonstratie Tijdens de protesten in Amsterdam zondag zijn ook twee journalisten aangehouden. Zij droegen een perskaart. „Kwalijk”, noemt vakbond NVJ de arrestaties. Volgens de politie was niet duidelijk dat het om journalisten ging.
Een journaliste is, ondanks haar geldige perskaart, zondagmiddag bij het protest op de Dam in Amsterdam door de politie aangehouden en urenlang vastgezet. Dat bevestigen de journaliste in kwestie, de secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) Thomas Bruning en de Politie Amsterdam aan NRC. Haar identiteit is bij NRC bekend.
Het protest volgde op de ongeregeldheden in Amsterdam rondom de voetbalwedstrijd Ajax-Maccabi Tel Aviv, waarbij Israëlische supporters slaags raakten met pro-Palestijnse Amsterdammers. De journaliste ging naar het protest om te filmen en hield zich naar eigen zeggen afzijdig van de demonstranten. Toch werd ze aangehouden, waarbij ze tegen een busje werd gewerkt terwijl ze riep een perskaart te hebben, zoals te zien is op een filmpje dat rondgaat op sociale media.
De politie toonde geen interesse in haar perskaart. Dat is kwalijk, zegt Thomas Bruning van de NVJ. „Mijn verwijt is niet: ze had niet even aangehouden mogen worden. Maar op het moment dat ze riep een perskaart te hebben, hadden ze daarnaar moeten kijken.” De journaliste heeft een perskaart van de NVJ, „een geldig reglementair middel om op de openbare weg verslag te doen”, zegt Bruning. Er bestaan ook speciale politieperskaarten, maar die zijn alleen nodig om gebieden afgezet door politielint te betreden. „Zo’n kaart is praktischer omdat het groter en zichtbaarder is – maar het is niet noodzakelijk.” De NVJ gaat een formele klacht indienen.
Voor zover bekend werd één andere journalist aangehouden die zondag, de Palestijns-Nederlandse Taghreed El-Khodary. Zij was eerder Gaza-correspondent voor The New York Times en werkt nu als freelance journalist in Nederland, onder meer voor Al Jazeera English. Zondag was zij op de Dam om videomateriaal te verzamelen en actievoerders te interviewen toen de demonstranten ingesloten werden door de politie – zij stond daartussenin en bleef filmen.
Toen demonstranten werden aangehouden en in bussen gezet, liet ze een agent haar perskaart zien. Hij geloofde dat ze journalist is, vertelt ze, maar zei ook dat het er niet toe deed omdat ze een speldje van een vredesduif met de tekst ‘Free Palestine’ droeg. En toen een geïnterviewde ‘Free Palestine’ tegen haar zei, zei ze het terug – dat had een andere agent gehoord. Daarom was voor de politie niet duidelijk of ze daar als journalist of demonstrant was. Het maakt haar aanhouding als journalist inderdaad „complexer”, zegt Bruning. „Het kan misverstanden oproepen om tekenen te dragen die kunnen betekenen dat je onderdeel bent van een demonstratie.”
„Ik heb me als journalist nooit uitgesproken, maar draag dat speldje sinds vorige maand elke dag, omdat ik na een jaar lang toekijken voor mijn gevoel niet anders kan”, zegt El-Khodary er zelf over. „Eigenlijk moeten we ons als journalisten júíst uitspreken tegen onrecht, helemaal als dat onrecht ook door internationale organen als zodanig bestempeld wordt.”
El-Khodary werd met andere arrestanten in een busje gezet en afgevoerd naar Amsterdam Nieuw-West, waar ze werden vrijgelaten. De andere journaliste werd naar het politiebureau gebracht en vastgezet.
Voordat ze de cel inging moest ze tekenen voor haar bezittingen, die waren afgenomen. Haar perskaart zat er niet meer tussen. „Pas na aandringen bleken ze te weten waar ie was.” Ze kreeg haar kaart uiteindelijk terug. Na negen uur in de cel – van 14.30 tot 23.30 uur – werd ze vrijgelaten.
In een schriftelijke reactie op het incident met de journaliste schrijft de politie dat er zondag „op de Dam bij de groepsaanhoudingen van personen die deelnamen aan een verboden demonstratie ook – zo bleek achteraf – een journaliste aangehouden” is. „Deze had geen Politieperskaart of een andere perskaart (van de NVJ) bij zich waaruit direct kon worden vastgesteld dat zij journaliste was. Pas aan het bureau kwam die perskaart tevoorschijn.” Op vervolgvragen van NRC waarom niet naar haar kaart gekeken werd tijdens de aanhouding zegt een woordvoerder dat het „blijkbaar niet duidelijk genoeg was voor de collega’s”. „Gezien de omstandigheden snap ik dat de collega’s dan doorpakken.”
Op de vraag waarom zij negen uur lang vastzat, zegt de woordvoerder dat haar identiteit vastgesteld moest worden en er onderzoek gedaan moest worden. „Gezien de drukte op zo’n dag en de hoeveelheid arrestanten kan dat lang duren.”
Over het incident met El-Khodary schrijft de politie dat de vrouw deelnam aan de demonstratie en leuzen scandeerde. „Wij herkennen ons niet in het beeld dat we een journalist hebben aangehouden.”
De politie wijst erop die middag 50 tot 60 journalisten „zoveel als mogelijk gefaciliteerd en beschermd in hun werk” te hebben.
Source: NRC