Onno Blom schreef eerder de biografie van Jan Wolkers, Het litteken van de dood, waarop hij in 2017 promoveerde in Leiden. Hij neemt de opdracht over van Robbert Ammerlaan, die zich om ‘persoonlijke redenen’ uit het project moet terugtrekken.
is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series en fotografie.
Onno Blom, schrijver, biograaf van Jan Wolkers en medewerker van deze krant, gaat de langverwachte biografie van Harry Mulisch (1927-2010) schrijven. Blom neemt de opdracht over van de eerder beoogde biograaf Robbert Ammerlaan (80), de vroegere uitgever van Mulisch bij De Bezige Bij. Het boek zal naar verwachting in het najaar van 2029 verschijnen met als werktitel De magiër. Ammerlaan heeft zich volgens de uitgever ‘om persoonlijke redenen uit het project moeten terugtrekken’.
Het is niet het eerste biografische werk dat Blom schrijft over Harry Mulisch, de auteur van klassiekers als Het stenen bruidsbed (1959), De aanslag (1982) en De ontdekking van de hemel (1992). Hij werkte eerder samen met de schrijver aan het biografische fotoboek Mijn getijdenboek 1927-1951; Zijn getijdenboek 1952-2002, dat in 2002 verscheen. ‘Het kwam in die periode ook wel ter sprake dat ik een biografie zou schrijven’, zegt Blom. ‘Mulisch zei daar twee dingen over: ‘Ik vind het een prima idee.’ En: ‘We gaan het niet doen.’’ Volgens Blom vond Mulisch dat een schrijver pas na zijn dood een biografie verdiende, waar hij dan aan toevoegde ‘dat hij niet van plan was dood te gaan’.
In 2010 overleed Mulisch toch, negen jaar na het verschijnen van zijn laatste roman Siegfried –met de slotzin, die ook een immens oeuvre afsloot: ‘Daarna niets meer.’ Op dat moment lag de opdracht om een biografie te schrijven bij vriend en uitgever Ammerlaan, die volgens de eerste aankondiging in 2018 zou verschijnen. In 2016 verscheen wel een kloek boek van Ammerlaan met de titel Zijn eigen land, dat door de uitgever werd omschreven als een ‘biografisch reisverhaal’, waarbij de reis voert door de werkkamer van de auteur, een soort tempel voor zijn eigen schrijverschap.
In 2020 verscheen het door Ammerlaan bezorgde Zo’n genie ben je nu ook weer niet in de Privé-domeinreeks van de Arbeiderspers, met brieven van de ouders van Mulisch. En in datzelfde jaar schreef Blom de biografische schets De wondergrijsaard – Portret van Harry Mulisch. Voeg dit bij de postume en de bibliografische uitgaven en het is duidelijk dat het gemis van een echte biografie in de veertien jaar sinds het overlijden van de schrijver – de ‘meest on-Nederlandse van de Nederlandse auteurs’, volgens Blom – steeds meer werd gevoeld. ‘De bronnen van zijn leven en schrijverschap staan in duister Midden-Europa. Thomas Mann was zijn literaire vader, Goethe zijn grootvader. Harry’s ouders spraken Duits met elkaar, zijn vader vloekte in het Tsjechisch en Pools.’
Het was Harry Mulisch die met zijn Oostenrijks-Hongaarse, met de Duitsers collaborerende vader en zijn Joodse moeder de uitspraak deed: ‘Ik bén de Tweede Wereldoorlog.’ Een oorlog die nooit ver weg was in zijn werk, en ook centraal stond in De aanslag, zijn succesvolste roman, waarvan in Nederland en internationaal ongeveer twee miljoen exemplaren zijn verkocht. Mulisch was 65 toen hij zijn grote roman De ontdekking van de hemel publiceerde, later door lezers gekozen tot de ‘Beste Nederlandse roman aller tijden’.
Blom (1969) schreef eerder de biografie van Jan Wolkers, Het litteken van de dood, waarop hij in 2017 promoveerde in Leiden. Dit jaar verscheen zijn kroniek Oorlogsduif, een onderzoek binnen zijn eigen familie. Het heeft een paar voordelen dat de biografie van Mulisch nu pas op zijn pad komt, zegt Blom. Na het schrijven van de 1.100 pagina’s (inclusief voetnoten en register) van het Wolkersboek, durft hij nu wel te stellen dat hij weet hoe hij een biografie moet schrijven. Over zijn Wolkersboek deed hij tien jaar, maar hij is vast van plan dit in het geval van Mulisch te halveren – en ook wat beknopter te zijn.
‘Ik ben nu verder met Mulisch dan toen ik aan het boek over Wolkers begon. Ik kende de schrijver goed in zijn laatste jaren. En het archief van Mulisch is veel overzichtelijker en georganiseerder dan wat Wolkers bij zijn overlijden achterliet. Ik verheug me op het avontuur van het schrijven.’
Zijn er nog overlappingen tussen deze twee Nederlandse literaire reuzen, van wie Mulisch, met Hermans en Reve, tot de zogenoemde Grote Drie behoorde, en Wolkers nadrukkelijk niet? Al zaten ze bij dezelfde uitgever en waren ze twee van de bestverkochte Nederlandse auteurs, ze waren ook ‘elkaars tegenpolen, twee planeten die langs elkaar heen schoten in de onmetelijke ruimte’.
En het kan zijn dat Mulisch misschien al even niet meer het middelpunt van het Nederlandse literaire universum is, Blom wijst erop dat De aanslag ‘onverminderd populair’ is. ‘Het werk is er toch nog wel. En bij de laatste Museumnacht in Amsterdam stond er toch een enorme rij om zijn oude werkkamer te bezoeken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant