Voor het eerst in de geschiedenis telde de shortlist voor de Booker Prize dit jaar vijf boeken die door een vrouw werden geschreven, tegen slechts één door een man. Daar was de Booker-jury zelf best trost op. ‘Het is nu tijd voor de Paulettes en de Paulina’s’, zei jurylid Sara Collins tegen de pers, in een verwijzing naar het feit dat vorig jaar maar liefst drie auteurs met de voornaam Paul (namelijk Murray, Harding en winnaar Lynch) op de lijst stonden.
Wekenlang leek het er overigens op dat toch die ene man, Percival Everett, met de eer zou gaan strijken. Zijn roman James, een herverdeling van Mark Twains Huckleberry Finn, verteld van uit het perspectief van de slaafgemaakte ‘Nigger Jim’, was de favoriet van veel commentatoren en ook van de bookmakers, die vorig jaar nog heel keurig de winst van Paul Lynch’ Prophet Song voorspelden. Maar de prijs gaat dit jaar naar Samantha Harvey, voor haar nog niet in het Nederlands vertaalde roman Orbital.
Het boek telt (afhankelijk van de uitgave) niet meer dan 144 pagina’s, maar het zou een vergissing zijn het als ‘dun’ te omschrijven. Daarvoor is de thematiek veel te rijk. De roman is gesitueerd aan boord van het International Space Station, waarin zes astronauten gedurende 24 uur zestien maal om de aarde draaien. Juryvoorzitter Edmund de Waal prees Harveys ‘taal, lyriek en scherpzinnigheid, waarin ze onze wereld zowel vreemd als nieuw voor ons maakt.’
Orbital maakt de kwetsbaarheid van onze planeet voelbaar, en nodigt de lezer impliciet uit verbanden te leggen tussen het gesloten systeem aan boord van het ruimteschip, waarin alles wordt gedeeld en hergebruikt, en de situatie op de blauwe planeet daar beneden. Astronaut Tom Peake, die Orbital met bewondering had gelezen, vroeg Harvey verbijsterd waar ze in vredesnaam haar informatie vandaan had. Van alle lovende reacties die Harvey op haar boek heeft gekregen, was dat misschien de meest veelzeggende.
Van de overige vier vrouwelijke auteurs ging in Nederland de belangstelling natuurlijk vooral uit naar Yael van der Wouden, al was het maar omdat zij de eerste Nederlandse auteur is die sinds de instelling van de Booker Prize in 1979 werd genomineerd. Alleen oorspronkelijk in het Engels geschreven boeken komen immers voor de prijs in aanmerking, en Nederlandse auteurs hebben nu eenmaal de neiging in het Nederlands te schrijven.
Met haar internationale achtergrond ligt dat bij Van der Wouden anders: zij schreef The Safekeep in het Engels en besloot niet zelf de Nederlandse vertaling, De bewaring, op zich te nemen, maar dat over te laten aan Fannah Palmer en Roos van de Wardt. Het boek werd vorige maand uitvoerig besproken in de Volkskrant Leesclub.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns