In Zuid-Limburg, even buiten Born, hebben archeologen de resten gevonden van een raadselachtig, prehistorisch bouwsel: een diepe greppel náást een nederzetting, in plaats van eromheen. ‘Ze beschermden niet hun huizen, maar iets anders. En we weten niet wat.’
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in o.a. klimaat en microleven.
De vondst is toch een beetje ‘alsof je een kasteel vindt maar de slotgracht ligt ergens anders’, zegt archeoloog Ivo van Wijk van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden, die de geheimzinnige ontdekking deed.
En wát voor slotgracht. De prehistorische greppel moet een omtrek hebben gehad van zo’n driehonderd meter, en was tot drie meter diep. ‘Een enorme klus om dat allemaal met de hand te graven. Er was blijkbaar een belangrijke reden om dit te doen’, zegt Van Wijk.
Misschien wilde men een voedselvoorraad beschermen, of was er een of andere nog onbegrepen rituele reden in het spel, speculeert hij. Nog geheimzinniger: ‘Kennelijk ging die reden ook weer weg. De greppel is later weer dichtgegooid’, zegt Van Wijk. ‘Ontzettend vreemd.’
Het verdedigingswerk stamt uit de late ‘bandkeramiek’, de cultuur van de allereerste Nederlandse boeren, die zich rond 5.300 voor Christus vestigden op de vruchtbare lössgrond in het huidige Zuid-Limburg. Een vredelievende maatschappij, dacht men lang.
Totdat duidelijk werd dat hun wereld na zo’n drie- tot vierhonderd jaar ‘helemaal instortte’, zegt conservator prehistorie Luc Amkreutz van het RMO. Er brak grof geweld uit, blijkt uit vondsten in onder meer Duitsland.
Zo vonden archeologen bij het dorp Schöneck-Kilianstädten een massagraf met naar het zich laat aanzien een compleet uitgemoord boerendorp, met gruwelijkheden zoals gebroken schenen, ingeslagen gezichten en een dode van wie de arm met meerdere bijlslagen was afgehakt. Bij het Duitse Herxheim werden rond die tijd zo’n duizend mensen afgeslacht, en waarschijnlijk zelfs deels opgegeten.
Bij Born is dat allemaal nog raadselachtig. De resten kwamen aan het licht bij voorbereidend werk voor het leggen van een ondergrondse hoogspanningskabel. De bodemafdrukken van drie boerderijen vond men, met daarnaast wat archeologen een ‘Erdwerk’ noemen: een brede greppel met daarbij een aarden wal waarop misschien een afscheiding van palen stond.
Maar, ook al vreemd: de greppel had op het oog een brede doorgang. ‘Het is de vraag in hoeverre je dan nog te maken hebt met een verdedigingswerk’, constateert Amkreutz. Aan de binnenkant van de naar verwachting rondlopende greppel liggen naar het zich laat aanzien werkplaatsen en vuilstortkuilen.
‘Dat is een heel aparte verdeling’, zegt Amkreutz. ‘Typerend voor deze periode is dat afvalkuilen doorgaans naast de boerderijen liggen.’ Gevonden aardewerk zorgt voor de datering: ergens rond 5.000 voor Christus.
Komende jaren hopen de opgravers meer te ontdekken, onder meer door te speuren naar restjes ‘omgevings-dna’, spoortjes menselijk erfelijk materiaal die misschien zijn achtergebleven. Oude botresten zijn in het plaatselijke bodemtype eigenlijk niet meer te verwachten.
Van Wijk en opgravers van archeologiebureau Transect kwamen de resten op het spoor in een zogeheten proefsleuf van 40 meter breed en een paar honderd meter lang. ‘Ik ben meteen gaan kijken toen ik dit hoorde’, zegt Amkreutz. De rest van de greppel moet zich in de omgeving uitstrekken.
Wat de vrede in de eerste boerensamenleving precies verstoorde, is nogal raadselachtig. Mogelijk, denken kenners, raakte de samenleving overbevolkt, waardoor er onderlinge spanningen ontstonden die hier en daar overkookten.
‘In de landen om ons heen was er daarna een soort klik: nu gaan we het anders doen. De bandkeramiekers werden opgevolgd, er was een bepaalde mate van continuïteit’, duidt Amkreutz. ‘Maar bij ons was het even gedaan met de bewoning.’ Zo’n twee, drie eeuwen lang waren er nagenoeg geen nederzettingen meer in Limburg.
‘Misschien was er een dorp in de buurt waarmee ze oorlog voerden, en dat op een gegeven moment was overwonnen waardoor de greppel weer dicht kon. Of misschien wilde men na misoogsten een of ander monument oprichten’, zegt Van Wijk. ‘Je kunt als archeoloog reconstrueren wat er is gebeurd. Maar de gedachte erachter is volledig onbekend.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant