Er schijnt een geloof te bestaan, het Bahai-geloof, waarin wordt voorspeld dat de drie grote abrahamitische religies zich eens zullen herenigen. De stichter van het Bahai-geloof is Bahá’u’lláh – spreek uit baha’oellah, wat de Glorie van God betekent. We zullen dus uit respect geen naamgrapjes maken. Bahá’u’lláh werd in 1817 in Teheran geboren en in 1892 in Haifa begraven. Hij is zo heilig dat zijn volgelingen hebben gevraagd om de twee foto’s die van hem bestaan vooral niet te publiceren. Wereldwijd heeft Bahá’u’lláh enkele miljoenen aanhangers, want een diersoort kan uitsterven, bij een geloof gebeurt dat zelden.
Hereniging lijkt verder weg dan ooit. Vorige week kwamen aanhangers van twee van de drie abrahamitische religies met elkaar in Amsterdam in botsing. Ooit hadden zij een en dezelfde God, maar dat is lang geleden. Namens het jodendom verschenen de voetbalsupporters van Maccabi Tel Aviv op het strijdtoneel, terwijl namens de islam scooterjochies op jacht gingen naar hun tegenstanders. Zelf zat ik thuis heerlijk bij de elektrieke open haard Ik was getrouwd met een communist van Philip Roth te lezen.
In mijn leven heb ik heel wat Joden over de vloer gehad, breek me de bek niet open, maar voetbalsupporters heb ik altijd gemeden als de pest. De laatste keer dat ik een wedstrijd van Ajax bezocht, hoorde ik in een vak verderop zingen: ‘Wie niet springt die is geen Jood.’ Ik vroeg nog aan mijn buurman of ik het goed had verstaan en die beaamde dat. Verder leek niemand er aanstoot aan te nemen. Dat de aanhangers van Maccabi vijandelijke vlaggen naar beneden haalden en zingend een bevolkingsgroep begonnen te sarren, verbaasde me daarom niet. Dat is gewoon de corebusiness van de gemiddelde voetbalfan.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Aan de andere kant ben ik tot ervaringsdeskundige opgegroeid in Amsterdam-West. Op weg naar school ben ik vaak langs het huis gelopen waar Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, kwam te wonen. De eerste brommertjes op het August Allebéplein heb ik nog net meegemaakt en ik heb ook gezien hoe op 4 mei werd gevoetbald met de krans die ter herdenking was neergelegd. Dus als de burgemeester en de driehoek mij nou even hadden gebeld aan de vooravond van Ajax - Maccabi, had ik zo kunnen vertellen wat er zou gebeuren.
Intussen staat Amsterdam er internationaal gekleurd op en dat is niet vanwege de fiere regenboogvlag. Ik moest denken aan Ayaan Hirsi Ali, die tegenwoordig in de VS woont en die bij de laatste verkiezingen op Trump heeft gestemd. Net als de meeste Amerikanen, die kennelijk te dom zijn om de stukjes van Thomas von der Dunk te lezen of naar Eva Jinek te kijken.
Ayaan is begonnen als belijdend moslim, maar eenmaal in Nederland is zij door het zegenend werk van de filosoof Herman Philipse atheïst geworden. Begin dit jaar baarde zij opzien met de mededeling dat ze zich had bekeerd tot het christendom. Over die opmerkelijke stap hield zij vijf maanden geleden in New York een debat met de beroemde atheïst Richard Dawkins – zie YouTube.
Na een psychische crisis, zo vertelde Ayaan, is ze tot de conclusie gekomen dat het vrije Westen voor ‘een spirituele leegte’ staat. Voor het wegvallen van het geloof hebben ‘wij’ niets teruggekregen en daarom is er geen antwoord meer op de bedreigingen van buitenaf. Om het tij te keren pleit ze voor een herinvoering van het christendom, al kan die nooit in het persoonlijke leven worden opgelegd. Wat ik ervan begreep is dat het christendom een wal moet vormen om het vrije Westen te beschermen. Dat kan niets anders betekenen dan dat het christendom als een soort politieke agenda moet worden uitgerold. Als ‘we’ daarentegen passief blijven, krijgen we overal zulke taferelen, zoals die van vorige week in Amsterdam.
Het was een heel beleefde conversatie tussen Ayaan en Dawkins, waarbij de laatstgenoemde zei dat hij naar de waarheid zocht in al die religieuze claims en dat hij minder geïnteresseerd is in hoe een religie gebruikt kan worden als politiek wapen. Als dat wel gebeurt, loopt het meestal uit op een catastrofe. Dawkins hield zich duidelijk in en mij leek Ayaan eerder rijp voor een gesprek met Tijs van den Brink dan voor een filosofisch debat met Dawkins.
Grappig is dat Stine Jensen onlangs in NRC ongeveer langs dezelfde route redeneerde, al ziet zij het gevaar elders. Volgens Stine, wel goddeloos gebleven, is het tijdperk van de vier grote atheïsten – Dawkins, Hitchens, Dennett en Harris – voorbij en is het tijdperk-Stine Jensen aangebroken. Dat betekent dat atheïsten en seculiere gelovigen verbinding met elkaar moeten zoeken om juist een dam op te werpen tegen radicaal-rechts, dat onze vrijheden bedreigt.
Lucas van der Land, mijn docent politicologie, zei het al: ‘Uiteindelijk wordt alles politiek.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns