Vijftig jaar geleden richtten Kees van Kooten en Wim de Bie hun Simplisties Verbond op. Drie naaste medewerkers blikken terug op legendarische types als De Vieze Man, Jacobse & Van Es en Walter de Rochebrune. ‘Wij zijn enorme bofkonten dat we met zulke iconen hebben mogen werken.’
is journalist en programmamaker. Hij schrijft interviews voor de Volkskrant.
Cameraman Paul van den Bos (84), grimeur Arjen van der Grijn (74) en editor Martin de Vries (68) hebben elkaar lang niet gezien. Ze begroeten elkaar hartstochtelijk, als broers die jarenlang naar elkaar op zoek zijn geweest. ‘Kom jij ’ns even hier’, zegt Van den Bos, terwijl hij Van der Grijn stevig omhelst. ‘Moet je nagaan. Daar zijn we weer. En ook nog allemaal zonder rollator.’
Van den Bos en Van der Grijn waren dik vijfentwintig jaar de vaste crew van Kees van Kooten en Wim de Bie, van 1972 tot en met de laatste uitzending in 1998. De Vries kwam er in 1988 bij, toen Keek op de week begon. Dat verleden ligt alweer lang achter hen. ‘Maar dat voelt helemaal niet zo’, zegt Van den Bos. ‘Ik heb juist het idee dat we nu eerst even koffiedrinken en daarna de spullen uit gaan pakken en gaan filmen.’
Het plan was om voor dit verhaal gedetailleerd beroemde scènes van het legendarische duo terug te kijken, maar dat voornemen sneuvelt al direct. ‘We hoeven die scènes niet terug te zien. We kunnen ze dromen.’
Van den Bos werkte voor het eerst met Van Kooten en De Bie in 1972, in de tijd van Het gat van Nederland. Het duo had voordien vooral voor de radio gewerkt –onder meer als De Klisjeemannetjes – maar wilde nu ook scènes voor de televisie maken. Het viel Van den Bos toen al op hoe nauwgezet de mannen werkten. Improviseren was er niet bij; elke scène werd vooraf zorgvuldig uitgeschreven. ‘Ze deden al die jaren heel weinig uit de losse pols. Zij schreven alles uit en leerden de teksten uit hun hoofd. Daardoor had het zo’n kwaliteit.’
De Vries: ‘Terwijl het er zo geïmproviseerd uitzag. Dat kon natuurlijk alleen omdat het fantastische acteurs waren. Ze hadden het talent om het te laten overkomen alsof ze het allemaal ter plekke verzonnen.’
Waren ze vanaf het begin aan elkaar gewaagd?
Van den Bos: ‘Helemaal. Het waren gewoon vrienden. Ze gunden elkaar de bal. Dat maakte het zo bijzonder, die enorme gunfactor jegens elkaar.’
Van der Grijn werkte begin jaren zeventig eveneens voor de VPRO-televisie. Toen hij nog niet hun grimeur was, kwamen Van Kooten en De Bie weleens bij hem binnenwandelen met de vraag of ze misschien een snorretje konden lenen. ‘Ik vond het fantastisch wat die mannen deden. Dus ik heb direct een snorretje bij ze geplakt. Ik zei: ‘Gaan jullie maar op stap. En als het los is, dan komen jullie maar weer terug.’’
Hoeveel types Van Kooten en De Bie in hun loopbaan speelden, is moeilijk precies te zeggen. ‘Ik denk dat het er rond de vierhonderd zijn’, zegt De Vries. Voor al die types hanteerden ze een vaste regel, zegt Van der Grijn. ‘Je moest ze op de hoek van de straat kunnen tegenkomen. Dus er moest een naturel in zitten. Als er niet geschminkt hoefde te worden, dan deed ik het absoluut niet.’
Ze gingen bijna altijd met z’n zessen op pad: Koot en Bie, Van den Bos, Van der Grijn, geluidsman Roel Bazen en producer Maud Keus. ‘Dan waren wij hun eerste publiek.’ Van der Grijn stond meestal vlak achter Van den Bos. ‘Ik moest sowieso mee, want een pruik kan altijd losschieten.’ En toch werd een opname bijna nooit stilgelegd. Zelfs niet als er per ongeluk een snor losliet. ‘Want dan was het spel zo goed, dat niemand het in de gaten had. Ze speelden die losse snor gewoon weg.’
Het gebeurde regelmatig dat de camera van Van den Bos begon te schudden omdat hij zijn lachen niet kon houden. Zeker wanneer wethouder Hekking (Van Kooten) langzaamaan voor de druk orerende burgemeester Van der Vaart schoof en priemend de camera inkeek. ‘Dat was echt niet te doen. En de vraag is: wat is dat nou? Het geheim is toch hun krankzinnige gevoel voor timing.’
De rol van De Vries was anders. Hij begon bij Van Kooten en De Bie toen zij eind jaren tachtig overstapten van film op video, in de tijd van Keek op de week. Het duo wilde dichter op de actualiteit werken, en daarvoor bleek film een minder geschikt medium te zijn. Uiteindelijk zou De Vries alle 250 afleveringen van Keek op de week monteren.
Keek op de week was niet alleen inhoudelijk sterk. Van Kooten en De Bie maakten ook gebruik van een techniek die daarvoor nauwelijks werd toegepast. Ze zaten zelf in de studio aan hun desk, terwijl achter hen types verschenen – gespeeld door henzelf – met wie ze in gesprek gingen. ‘Wim ging bijvoorbeeld in discussie met de leraar Duits die hij op die eerdere opname zelf had gespeeld. Dat ging vanaf het begin af aan zo naturel.’
Van den Bos: ‘Niemand begreep echt goed hoe ze dat deden.’
De Vries: ‘Ze werden er steeds genialer in. Er is een scène waarin Kees en Wim in de studio in discussie gaan met een man op het scherm, gespeeld door Wim. Die discussie loopt zo hoog op, dat Van Kooten uiteindelijk over de achterwand springt en die man met sneeuwballen begint te bekogelen. Zo knap gedaan.’
Het valt me op dat jullie alle drie voortdurend met een grote glimlach op jullie gezicht zitten te praten.
Van den Bos: ‘Dat kan ook niet anders. Het was natuurlijk één groot jongensboek.’
Van der Grijn: ‘Wij zijn enorme bofkonten dat we met zulke iconen hebben mogen werken.
Wat beschouwen jullie als de allerbeste scènes uit die bijna dertig jaar?
Van den Bos veert op. ‘Die allereerste Vieze Man. Die vind ik zo onwaarschijnlijk goed.’ De scène ontstond nadat Van Kooten op een ochtend in het Spanderswoud in Hilversum een man was tegengekomen die hem aangesproken had: ‘Loop maar niet verder, want daar liggen er twee …’
Nog diezelfde week namen ze de scène op, waarin De Vieze Man (Van Kooten) De Bie waarschuwt om vooral niet verder het bos in te gaan. Van den Bos begint te stralen wanneer hij erover vertelt. ‘Je gelooft bijna echt dat er twee liggen. Terwijl iedereen weet dat het niet zo is. En toch maak je die hele beleving in dat hoofd van die Vieze Man mee.
‘Wim is daar ook zo ongelooflijk goed. Aan alles voel je bij hem de huiver van de burgerman: ‘wat een griezelige kerel, ik moet hier zo snel mogelijk weg’. Dat is van een niveau: niet normaal meer… Ook omdat hij Kees alle ruimte geeft om de figuur van die Vieze Man uit te bouwen. Het tempo is ook fantastisch. Die hele scène is in één take gedraaid. Ze wisten op de een of andere manier precies hoe ze in beeld waren.’
Van der Grijn: 'Kees moest zo’n lange regenjas aan, bedachten we. Hij moest ook ongeschoren zijn. En ik maakte nog een klein zweertje onderaan z’n lip. Zo werd het automatisch een Vieze Man. Dat maakte het net even af.’
‘De Vieze Man die bonbons proeft in de bonbonwinkel. Die was ook fantastisch’, zegt Martin de Vries. ‘Dat vind ik een van de absolute hoogtepunten.’
In feite was de scène atypisch qua cameravoering, want zowel De Vieze Man als bonbonverkoopster Thea Ternauw zijn los van elkaar gedraaid, elk close in tegenshot. Van den Bos: ‘Kees en Wim wilden dat eigenlijk nooit. Die wilden samen in beeld. Maar in die bonbonscène werkte dat niet. Je moest ze echt in hun gezicht kunnen kijken. Dus ik nam eerst de ene kant op en daarna de andere kant. Dat werd later tegen elkaar aan gemonteerd. De een gaf de ander ondertussen tegenspel. Dat werkte ongelooflijk goed.’
De Vries: ‘Een van mijn favorieten is die scène waarin Wim als een angsthaas de voordeur opent en er een oplichter voor de deur staat die hem een ‘jubileumpenning’ probeert aan te smeren. Dat vind ik een heerlijke scène. Die angsthaas Wim, die overdonderd wordt door dat glibberige van Kees.’
En dan hebben we het nog niet eens over Jacobse en Van Es gehad, twee mannen uit de Haagse penoze; Jacobse – gespeeld door Van Kooten – sluw en doortrapt, Van Es groot en onnozel. Een van de eerste keren dat ze als dat duo door Den Haag scheurden, in een akelig poenerige Amerikaan, werden ze opeens zelf klemgereden door echte boeven, die weleens wilden weten waarom Jacobse en Van Es zomaar in hun wijk klusten.
Bijna alle scènes van Jacobse en Van Es werden klassiek. Al werd één scene echt iconisch. Daarin komt het duo bij een oude dame aan de deur: ‘Wij komen vragen of de tuin al winterklaar is …’, duidelijk met de bedoeling om haar op te lichten. De scène werd gedraaid in het huis van oud-voetballer en columnist Jan Mulder in Bussum, de oude dame werd gespeeld door actrice Joeki Broedelet, de moeder van schrijver Remco Campert.
Alleen al bij de herinnering beginnen de drie mannen aan tafel onbedaarlijk te lachen. ‘Wat die scène zo goed maakt is dat Kees zo verschrikkelijk ordinair is’, zegt Van den Bos. ‘We voelden allemaal tijdens het draaien hoe goed het was.’ De Vries: ‘En ook die hondsbrutale vraag van Jacobse aan die vrouw: ‘Had u al koffie gehad?’ Legendarisch. Ik gebruik ’m nog steeds.’
Jacobse en Van Es richtten begin jaren tachtig De Tegenpartij op, ‘voor alle Nederlanders die niet meer tegen Nederland kennen’. Met als credo: ‘Geen gezeik, iedereen rijk.’ Wie de scènes van De Tegenpartij nu terugziet, wordt verpletterd door de profetische kracht die ervan uitgaat. De Vries: ‘Er is een scène waarin Jacobse en Van Es ‘een Nederland voor de Nederlanders’ bepleiten, terwijl ze voor de kaart van Nederland staan.
Buitenlanders kunnen gestald worden op Texel en de andere Waddeneilanden. ‘Dat noemen we dan Grieksel.’ En Noord- en Zuid-Holland worden ‘Blankstad’. ‘Daar kun je alleen met een pasje in.’ Meer dan veertig jaar oud, maar het lijkt bijna alsof het over vandaag gaat. En ze spelen het natuurlijk ook perfect. Laatst zei iemand: ‘zonder die Tegenpartij van Jacobse en Van Es hadden we nu al die ellende niet gehad’. Die draaide het gewoon om.’
Van den Bos: ‘Maar met hetzelfde gemak speelden ze de zusjes Veenendaal.’
De Vries: ‘O, dat was ook zó goed.’
Van den Bos: ‘Als acteur konden ze vrijwel alles. Wim kon ook heel goed vrouwen spelen. Kees eigenlijk niet. Dat wisten ze, en daar maakten ze handig gebruik van. Echt, ik ken geen enkele acteur die dat allemaal kan. En zeker niet op dat niveau. Hun niveau is nooit meer geëvenaard. Ook omdat het ze allemaal op het lijf geschreven was. Want ze schreven en bedachten het zelf.’
Van der Grijn: ‘Wat dacht je van moeder en zoon Carla en Frank van Putten? Dat Kees dan zegt: ‘Gek mens ben ik, hè’. We draaiden dat in de winkelstraat van Bussum. Daar kwamen we Renée Soutendijk en haar moeder tegen. Die liepen precies hetzelfde. Weet je nog?’
Van den Bos: ‘Wim als Walter de Rochebrune, de mensenschuwe kluizenaar, was ook steengoed. Omdat het zo echt was. We draaiden het in het huisje achter in de tuin van Wim. De Rochebrune was eigenlijk een alter ego van Wim. Daarom kon hij hem ook zo goed spelen.’
Van der Grijn: ‘Dirk, de zwerver, was ook een fenomeen. Dat type heeft echt moeten groeien. Ik dacht: hij moet een mummelende mond hebben. Wim had een bovengebit. Ik vroeg: ‘Vind je het erg om dat uit te doen?’ Dus tijdens de opnamen liep ik met Wims gebit in mijn zak. Daardoor kreeg je dat slissende: ‘Pilssie, Van Kooten?’.’
Wat heeft het betekend in jullie eigen leven, het werken met deze mannen?
Van den Bos: ‘Zo onnoemelijk veel plezier in het werk. En dat je te maken krijgt met twee unieke mannen die op niemand leken, behalve op zichzelf. Mannen die het talent hadden om jaren achtereen die fabelachtige scènes te schrijven en te spelen.’
Van der Grijn kan het alleen maar beamen. ‘Het heeft waanzinnig veel voor me betekend. Ik ben geen domme jongen, maar ik heb echt een soort opvoeding van ze gehad. Ik leerde van ze hoe rijk taal kan zijn door met woorden te spelen. En er is in al die jaren ook nooit een onvertogen woord gevallen. ‘Ruzie is voor de dommen.’ Wie ruzie maakt, dondert maar op.’
Werden jullie ook vrienden van elkaar?
Van den Bos aarzelt. ‘Het werk stond wel altijd centraal. Maar we mochten elkaar ontzettend graag. Je maakte samen iets dat houtsneed, dat kwaliteit had en in de hoogtijdagen miljoenen mensen trok.’
Van den Bos, met z’n ogen dicht: ‘Ik zie Kees nu weer helemaal voor me. Hoe hij voor je ogen met zijn vulpen een scène schreef. In piepkleine lettertjes, zonder doorhaling, in onberispelijk Nederlands. Hij schreef ’m in één keer helemaal uit. Ondertussen kon hij ook nog meedoen aan een gesprek. Zoiets heb ik nog nooit iemand anders zien doen.
De Vries: ‘Zo zaten ze ook in de montage: rechts van mij zat Wim bij de cd-speler, met een koptelefoon op en met een sigaar, links zat Kees, toen nog met een Caballero-sigaret, onafgebroken te schrijven in een groot notitieboek.’
Was van Kooten toch de drijvende kracht?
Van den Bos: ‘Nee, dat waren ze samen. Ze waren absoluut gelijkwaardig. Wim zorgde ervoor dat het een eenheid was. Wim was een heel emotionele man. En Kees was wat meer op effect. Dat boos worden van Wim, bijvoorbeeld als de leraar Duits, was niet voor niks zo overtuigend. Dat voelde je direct als kijker.’
De Vries: ‘Als je wilt weten wat hun gezamenlijke kracht was, moet je kijken naar de programma’s die Wim in zijn eentje maakte toen ze gestopt waren. Opeens was de sprankeling weg. Omgekeerd zou dat met Kees vast ook zijn gebeurd.’
Het blijft voor alle drie een pijnlijke episode om aan terug te denken: de periode nadat het duo in 1998 gestopt was en De Bie solo verderging. Zonder veel succes. Van den Bos besloot niet met De Bie mee te gaan. Van der Grijn ging wél door, vertelt hij, zichtbaar ongemakkelijk. ‘Ik vond het verschrikkelijk moeilijk. Kees wilde al langer stoppen. Maar dan zei hij: ‘Ik laat mijn beste vriend niet in de steek.’ Totdat het echt niet meer ging. Kees kon gewoon niet meer naar zichzelf kijken. Terwijl Wim nog niet klaar was om te stoppen.’
‘De reden dat ik doorging was dat Wim tientallen keren zei: ‘Iedereen gaat bij me weg. Jij laat me toch alsjeblieft niet in de steek, hè? Dan ben ik iedereen kwijt.’ Dus ik heb uiteindelijk toch gekozen, met pijn in mijn hart.’ Opeens staan zijn ogen vol tranen. ‘Ik vind het nog steeds zo verdrietig dat het zo is gegaan.’ Want de solojaren vielen De Bie zwaar.
Van der Grijn rilt zichtbaar wanneer hij terugdenkt aan de draaidagen waarop ze zich als ploeg ’s morgens meldden bij De Bie thuis. ‘Dan zat Wim daar aan tafel, radeloos. ‘Ik heb nog niets, helemaal niets.’ Uiteindelijk werd er dan maar een scène gedraaid. Bijna lukraak. Ik herinner me nog het seizoen van De bunker van De Bie. We draaiden in een bunker bij het Naardermeer. Ik zie mezelf nog ’s nachts achter hem aanlopen, op laarzen naar die bunker. En ik dacht: ‘Wat doe ik hier? En wat doet hij hier? Het slaat allemaal nergens op.’ Ik vond het zo erg voor Wim. Bijna veertig jaar zulke mooie dingen gemaakt. En nu dit … Zijn eenzame worsteling ging me door merg en been.’
Van den Bos: ‘Ik keek er eerlijk gezegd niet naar. Dat vond ik te moeilijk. Ik zag gewoon dat het over was. Het was gezegd. Ik denk liever aan hun brille. Daar wil ik ze om herinneren.’
Bleven jullie contact houden nadien?
Van den Bos: ‘Eigenlijk niet. Ook omdat Wim een soort Walter de Rochebrune was.’
Hij wist ook niet dat De Bie Parkinson had. ‘Ik werd echt overvallen door zijn dood. En ik vond het verschrikkelijk. ’s Avonds ben ik nog aan tafel gaan zitten bij Khalid & Sophie. Gewoon omdat ik vond dat er iemand van ons moest zitten. Een enorm vervreemdende ervaring. Daar zaten allemaal mensen die hun mond vol hadden van Kees en Wim, terwijl ze beiden nooit ontmoet hadden. Dat vond ik zo eigenaardig.’
Van der Grijn: ‘Ik was op weg naar de tandarts toen ik op de radio hoorde: Wim de Bie is overleden. Ik reed bijna van het talud af. Totaal ontredderd. Ik heb er echt om gehuild. Ze zijn zo’n deel van mijn leven geweest. Die mannen zitten zo diep in je hart. Dat gaat er nooit meer uit.’
Van Kooten en De Bie: vijftig jaar Simplisties Verbond. 17/11, 20.20 uur, NPO 3.
Toen werd nu, tien compilatie-uitzendingen, vanaf 29/11, 20.25 uur, NPO 3 (vijf uitzendingen in het voorjaar van 2025).
Source: Volkskrant