Home

Ik hoef me maar even in zo’n jongere te verplaatsen om te weten dat ik ook de straat op was gegaan

De grootste nieuwsgebeurtenissen heb ik vooral vanaf de vloer gevolgd, in kleermakerszit. De hoogtepunten, de klassiekers. 11 september, de moorden op Fortuyn en Van Gogh. Bataclan, Charlie Hebdo. De bestorming van het Capitool, 7 oktober. Ik hoorde ervan, zette de tv aan en liet me grotendeels vrijwillig door de benen zakken – de eerstkomende dagdelen zou ik nergens anders zijn dan vlak voor de tv, hoofd in de nek, mond open.

Soms probeer ik me voor te stellen hoe moslims nu al een jaar naar de vernietiging van Gaza op televisie zitten te kijken. Naar de aanvallen op ziekenhuizen, scholen, hulpverleners, journalisten, kinderen. Honger wordt als wapen gebruikt, nu ook al dorst. Noord-Gaza is plat en al bijna helemaal leeg – de laatste bewoners, vluchtend uit gebombardeerde gebouwen, worden momenteel door gevechtshelikopters neergemaaid. En nooit is er iemand die er serieus iets aan wil of kan doen.

Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Vorige week is door supporters van de Israëlische voetbalclub Maccabi Tel Aviv met ijzeren staven door Amsterdam gelopen, er zijn vlaggen weggehaald, mensen aangevallen, ‘dood aan alle Arabieren’, zongen ze, en dat er geen scholen en kinderen meer over zijn in Gaza. Afijn – u weet dat natuurlijk al. Net als ik werd u daar in de latere fasen van de nieuwscyclus gaandeweg ook een keer over bijgelicht.

Zo bezien is het bijna logisch dat ‘de jongeren met een migratieachtergrond’, zoals ze worden genoemd, die lui van Maccabi graag in elkaar wilden slaan. Ze vroegen erom, had ik op die leeftijd gezegd, ze verdienen het. Ook vandaag hoef ik me maar even in zo’n jongere te verplaatsen om zeker te weten dat ik in zijn geval ook de straat op was gegaan, dronken van haat. Al was ik dan waarschijnlijk vooral een meeloper geweest, meer een supporter dan een pleger van geweld.

De jongeren gingen niet naar het stadion, op zoek naar groepen geharde supporters, de liefhebbers van geweld, om hun withete migratieachtergrond op te koelen. Ze gingen de stad in, op Jodenjacht, compleet met paspoortcontroles, achter enkelingen aan, in kleine knokploegen, op scooters en fatbikes.

De slachtoffers waren dan ook vaak gewone mensen, vaders en zonen, misschien wel, ’s avonds een leuke wedstrijd en de volgende dag naar het Anne Frank Huis – in video’s is hun doodangst te zien. Het zijn altijd de verkeerden die slachtoffer worden, misschien wel omdat er te weinig goeden bestaan – de vraag is groter dan het aanbod.

Na schokkende geweldsuitbarstingen mag je nooit relativeren of de boel van een andere kant bekijken. Niet na 9/11, niet na 7 oktober, en ook nu wordt het niet op prijs gesteld. Wie het toch probeert, is voor grote groepen een halve verrader, op zijn minst medeplichtig. Zo durft haast niemand meer te zeggen: doe toch maar niet, die oorlog in Irak. Ik begrijp wat je bedoelt, maar zo veel bommen op Gaza zijn nu ook weer niet nodig.

Er is geen maar, zeggen we dan. Daarmee lijken we te zeggen dat er geen rechtvaardiging bestaat voor geweld, nooit niet, never, vooral niet als het van een ander komt. Maar bedoelen we vooral: we willen geen verklaringen meer horen, de tijd voor begrijpen is voorbij – nog één verklaring en we slaan erop.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next