Zo’n tienduizend apothekersassistenten stonden dinsdag op het Malieveld voor wat wel een unieke staking mag heten. Naast een hoger loon, ging die toch vooral over de werkdruk – die is als gevolg van de medicijntekorten fors toegenomen.
Waarom zijn de apothekersassistenten het zat?
Zo op het eerste oog lijkt het een klassieke loonstrijd die in de apothekersbranche woedt. De vakbonden eisen een loonsverhoging van 6 procent vanaf 1 juli dit jaar, terwijl werkgevers 2 procent bieden.
Dat leidt al sinds de zomer tot een patstelling aan de cao-tafel en regionale acties. Omdat die tot dusver niets uithaalden, togen zo’n tienduizend apothekersassistenten − een beroepsgroep die zelden tot nooit staakt − dinsdag naar het Malieveld in Den Haag. Volgens bestuurder Albert Spieseke van vakbond CNV bleef het grootste deel van de tweeduizend apotheken in ons land dicht. Zij waren alleen bereikbaar voor spoedrecepten.
Maar dit is niet alleen een strijd om centen en procenten, benadrukt de vakbondsman, maar ook over werkdruk.
Is het werk dan zo zwaar?
Het is in elk geval zwaarder geworden de afgelopen jaren. Belangrijkste oorzaak: de medicijntekorten. Van vijf miljoen Nederlanders was er vorig jaar een of meerdere keren het voorkeursmedicijn niet beschikbaar. Elke dag moeten medewerkers van apotheken daarom zeventienduizend keer een recept aanpassen.
Dat is achter de schermen een hoop gedoe en geregel, en leidt aan de balie tot onrust en onbegrip. Apothekersassistenten vangen daar de klappen op; letterlijk en figuurlijk. Zij zijn het die aan de balie ‘nee’ moeten verkopen aan patiënten. Volgens een eerdere enquête van apothekersorganisatie KNMP in opdracht van de NOS heeft 40 procent van hen wekelijks te maken met verbale en fysieke agressie.
Waarom betalen de apotheken dan niet wat beter?
‘Als een bakker zijn personeel meer wil betalen, verhoogt hij de prijs van het brood’, zegt Karin Beuning van de Werkgeversvereniging Zelfstandige Openbare Apothekers (WZOA), ‘maar wij kunnen onze tarieven niet verhogen, want daar gaan de zorgverzekeraars over.’
Apothekers krijgen het grootste deel van hun inkomsten via de zorgverzekeraars; die betalen hen voor elk medicijndoosje dat over de toonbank gaat de zogenaamde terhandstellingskosten. Anders dan bij bijvoorbeeld de tarieven van de huisartsen (die door de Nederlandse Zorgautoriteit worden bepaald), staan de tarieven van de apothekers niet vast. Daarover onderhandelen zorgverzekeraars en vertegenwoordigers van de apothekers, waarbij de zorgverzekeraars de bovenliggende partij zijn.
Wat is de rol van de overheid?
Voor het onderdeeltje ‘loon’ van die terhandstellingskosten stelt de overheid wel vast hoeveel die moeten stijgen. Dat is de OVA, de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, die voor volgend jaar 3,22 procent bedraagt. ‘Dat gaat de goede kant op’, zegt Beuning, maar het probleem is dat ‘de zorgverzekeraars dit slechts als een uitgangspunt voor de onderhandelingen zien.’
Wat je krijgt: in de ene regel van het contract voert de zorgverzekeraar een stijging door van 3,22 procent voor de OVA, maar verderop gaat er net zo makkelijk 3,22 procent af voor een ‘structurele doelmatigheidskorting’. Beuning: ‘De zorgverzekeraars blijven maar hangen in dat het efficiënter en nog efficiënter kan.’ Er zijn verzekeraars bij wie de tarieven voor 2025 precies dezelfde zijn als die voor 2024.
Dat proces is al jaren aan de gang, zegt Beuning. Bij de ziekenhuizen zijn de tarieven sinds 2015 met 22 procent gestegen, evenals de lonen – óók die van de assistenten in de ziekenhuisapotheken. In de apotheken zijn de tarieven sinds 2015 met 11 procent gestegen, maar de medewerkerssalarissen met 17 procent.
Waardoor apothekersassistenten in een wijkapotheek nu tussen de 5 en 16 procent minder verdienen dan hun collega’s in het ziekenhuis, en waardoor Beuning nu zegt: ‘Het hele systeem is kapot. Daarom staan wij achter deze staking. Het moest een keer vastlopen, en dat is nu het geval.’
Staat ons weer een ‘hete herfst’ te wachten vol stakingen?
Wie deze week het nieuws volgt, zou het bijna concluderen. De acties voor het vroegpensioen zijn amper opgeschort of de medewerkers van ProRail begonnen maandag aan werkonderbrekingen. Donderdag wordt er in het hoger onderwijs actiegevoerd tegen de overheidsbezuinigingen. Er zijn bovendien nog sectoren waarin acties dreigen, zoals in de ouderen- en thuiszorg.
Toch is het vooralsnog niet zo onrustig in de polder als de afgelopen twee jaar. Toen kregen de hoge inflatie en achterblijvende lonen zelfs journalisten en drankgroothandelaren op de been. Het Centraal Bureau voor de Statistiek noteerde het hoogste aantal stakingen in vijftig jaar. Dit leidde ook tot historische loonafspraken: in het derde kwartaal van dit jaar ging het om 6,8 procent.
Daarmee is de afstand tot de prijzen in veel sectoren bijna ingehaald. In vergelijking met begin 2022, toen de inflatiegolf begon, moet er gemiddeld nog een gat van 2 procent worden gedicht. Het moge duidelijk zijn dat de bonden met hun hernieuwde zelfvertrouwen die loonsverhoging nog graag willen binnenslepen − en als het even kan nog een beetje meer.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant