Home

Veel Europese leiders slaan de klimaattop dit jaar over: zijn de hoogtijdagen van Europa’s groene politiek voorbij?

Europa liep altijd voorop in de strijd tegen klimaatverandering. Maar nu laat Ursula von der Leyen, voor het eerst, een klimaattop schieten. En ze is lang niet de enige. Een veeg teken voor Europa’s groene politieke agenda.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie, natuur en milieu.

Toen Ursula von der Leyen op 1 december 2019 aantrad als voorzitter van de Europese Commissie, reisde ze nog dezelfde dag af naar de jaarlijkse klimaattop, die dat najaar plaatsvond in Madrid. Het was het begin van een traditie: sindsdien was Von der Leyen op iedere VN-klimaattop aanwezig.

Tot dit jaar. De top die op dit moment gaande is in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe, laat Von der Leyen verstek gaan. Als reden geeft ze de overgangsfase waarin haar Commissie zich bevindt.

Von der Leyen is niet de enige Europeaan die de internationale klimaatbijeenkomst overslaat. De Franse president Emmanuel Macron, nota bene afkomstig uit het land dat het Klimaatakkoord van Parijs smeedde, heeft zich afgemeld vanwege slechte betrekkingen met Azerbeidzjan.

De Duitse bondskanselier Olaf Scholz komt niet door de roerige situatie in de binnenlandse politiek. Ook de Nederlandse premier Dick Schoof zegde af, met als excuus de gewelddadige incidenten in Amsterdam.

Tanend enthousiasme

Wie er wel is: de Spaanse premier Pedro Sánchez, in wiens land minstens 223 doden te betreuren zijn door hevige overstromingen, als gevolg van onder meer klimaatverandering.

Is het een teken aan de wand, dat zo veel Europese zwaargewichten de klimaattop links laten liggen? Er zijn verzachtende omstandigheden. Zo wordt gezegd dat de top in Azerbeidzjan minder belangrijk is dan de volgende in Brazilië. ‘En Europa heeft geen lekkere banden met Azerbeidzjan, dat geldt als een vooruitgeschoven post van Rusland’, zegt Louise van Schaik, expert klimaat en de EU van Instituut Clingendael.

Toch zeggen alle afmeldingen ook iets over het gevoel van urgentie rond klimaatverandering. In het jaar waarin de wereld voor het eerst de grens van 1,5 graad opwarming overschrijdt, hebben wereldleiders kennelijk iets anders aan hun hoofd.

Het contrast met vijf jaar geleden is groot. Op haar eerste klimaattop vertelde Ursula von der Leyen trots over de Green Deal die ze op het punt stond te presenteren. Europa zou een leidende rol spelen bij het tegengaan van klimaatverandering, en dat mocht de wereld weten ook. Dit was het Europese ‘man-op-de-maan-moment’, zei Von der Leyen.

Hoe anders is het nu. Overal in Europa is het enthousiasme voor groene politiek tanende. In de parlementen maken de groenen plaats voor radicaal-rechtse partijen, die meer op hebben met het boerenbedrijf dan met natuur- en milieubeleid.

‘Europa’s groene moment is voorbij’, schreef Foreign Policy in juni. Ook Politico was nietsontziend. ‘De Europese hoop op een groenere toekomst wordt overgoten met pesticiden, in de verbrandingsoven gegooid, opgejaagd, aangereden door auto’s en verpletterd door kuddes koeien’, schreven enkele redacteuren, nadat ze het klimaatbeleid in alle lidstaten onder de loep hadden genomen.

Niet langer topprioriteit

De kentering is te zien in de ‘politieke richtlijnen’ die Von der Leyen deze zomer opstelde voor haar nieuwe Commissie. Niet langer ligt de focus op het klimaat, maar op concurrentievermogen, veiligheid, voedselzekerheid en een ‘schone’ industriepolitiek, constateren Sylvie Goulard en Aure Kekaron van de Bocconi Universiteit in Milaan. ‘De Green Deal wordt nog wel genoemd, maar staat niet meer bovenaan de politieke agenda.’

Ondertussen krijgt de ene na de andere groene maatregel te maken met tegenslag. De Europese ontbossingswet, die importeurs vraagt aan te tonen dat er voor hun koffie, cacao en soja geen bossen worden gekapt, werd onlangs met een jaar uitgesteld.

Ook de ban op nieuwe benzine- en dieselauto’s vanaf 2035 ligt onder vuur. Italië en Tsjechië vragen om uitstel, de Europese Volkspartij (met onder andere de christen-democraten) maakte er een campagnepunt van. Vooralsnog houdt Klimaatcommissaris Wopke Hoekstra vast aan het streefjaar 2035, maar het laatste woord lijkt hierover nog niet gezegd.

‘En zal de EU haar rug recht houden met de CO2-importheffing aan de Europese buitengrens? vraagt Louise van Schaik van Clingendael zich hardop af. Toch verwacht ze dat de bulk van het klimaatbeleid van de EU overeind zal blijven. ‘We willen voor onze energie nu eenmaal onafhankelijk worden van de rest van de wereld’, verklaart ze. ‘Waar ik somberder over ben, is het beleid rond biodiversiteit en duurzaamheid.’ Ook die onderwerpen maken deel uit van de Green Deal.

Aandacht van kiezers verschuift

Na boerenprotesten maakte Von der Leyen in februari bekend dat ze afzag van wetgeving die het pesticidengebruik in de landbouw met 50 procent moest terugdringen. De natuurherstelwet is in juni weliswaar aangenomen, maar werd onder politieke druk van de lidstaten en het Europees Parlement afgezwakt. De wolf, het door schapen en boeren gevreesde roofdier, staat op het punt zijn zeer beschermde status te verliezen.

En om terug te komen bij het klimaat: terwijl aanvankelijk het plan was om de landbouw in 2040 een vermindering van de uitstoot op te leggen van 30 procent, kwam de Europese Commissie daar later ineens op terug.

‘Het is te vroeg om de groene agenda dood te verklaren’, schreef Moritz Ludwig, een jonge analist van de Amerikaanse denktank The Atlantic Council. ‘Maar het is waarschijnlijk dat deze agenda minder prioriteit zal krijgen. Door de pandemie, de oorlog in Oekraïne en de inflatie die daar het gevolg van is, is de aandacht van de kiezer verschoven. [...] De focus zal nu eerder liggen op de uitvoering dan op nieuwe wetgeving.’

Wat als Europa haar voortrekkersrol opgeeft? ‘Dan kan dat ook elders op de wereld leiden tot een laksere klimaatpolitiek’, aldus Ludwig.

Europese CO2-besparing gaat te traag

Europa ligt niet op koers bij het terugdringen van de CO2-uitstoot, meldde het Europees Milieuagentschap: terwijl de doelstelling voor 2030 een teruggang van 55 procent is (ten opzichte van 1990), stevent het continent af op 49 procent.

Een lichtpuntje was dat de uitstoot in 2023, na jaren van stilstand, flink naar beneden ging. Nu staat Europa op een CO2-besparing van 37 procent.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next