Ik heb geen hond, maar liet er wel een uit. Vriend griep, ik toch in de buurt. In de straten werd Sint-Maarten gevierd, het als kinderfeest vermomde complot van het Tandheelkundig Industrieel Complex.
De hond en ik kennen elkaar al lang, maar nog nooit heeft zij tijdens mijn uitlaatbeurten gepoept. Volgens mijn vriend is dit een kwestie van vertrouwen, lees: het gebrek daaraan. Hij zegt dit op een toon alsof het zielig is voor mij. Mijn toewijding heeft onderhand wel een beloning verdiend, vindt hij. Heb ik dit ooit ferm genoeg tegengesproken?
‘Je flikt ’t me niet, hond’, fluisterde ik zachtjes. Maar helaas: 11 november was de dag waarop het brave beest mij in het schijnsel van zelfgemaakte lampionnetjes, aangemoedigd door kwijlende kleuters met een suiker-overdosis, eindelijk haar nog warme vertrouwen schonk, en ik dit kokhalzend in een plastic zakje wist te werken. Dat droeg ik voor me uit, trots maar onzeker, zoals de kinderen hun lampionnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns