is columnist voor de Volkskrant.
Herdenken is gemakkelijk zolang het verleden ver weg blijft, als gebeurtenissen van toen niet doordreunen in het nu. Voor de Stopera, aan de Amstel, staat het Joods Verzetsmonument, ter ere van Joodse verzetsstrijders die omkwamen in de Tweede Wereldoorlog.
De zwarte granieten steen is eind jaren tachtig geplaatst om te laten zien dat ‘Joden zich niet allemaal willoos naar de slachtbank lieten leiden’, zegt Jaap Hamburger, een van de toenmalige initiatiefnemers, tegenwoordig voorzitter van Een Ander Joods Geluid (Joods, kritisch op Israël).
Het monument, met een afbeelding van de stenen tafelen van Mozes, ‘misschien was dat achteraf iets te religieus’, zegt Hamburger, vormde jarenlang het decor van een Kristallnachtherdenking, gewoon op straat in Amsterdam.
Maar deze herdenking was volgens andere Joodse organisaties te pro-Palestijns, te veel vanuit het idee dat een 21ste-eeuwse pogrom iedereen zou kunnen overkomen.
Het Centraal Joods Overleg organiseerde een meer besloten herdenking, in de 17de-eeuwse Portugese synagoge. Deze ‘officiële’ Kristallnachtherdenking viel donderdag samen met de voetbalwedstrijd Ajax - Maccabi Tel Aviv.
Bij het verzetsmonument werden zaterdag, precies 86 jaar na de Kristallnacht, steentjes en bloemen gelegd, en een gebed uitgesproken. Ook dit was een herdenking, maar het heette ineens een ‘besloten persconferentie’. Schipperen met woorden, daar waar herdenken lastig wordt.
In Amsterdam geldt een demonstratieverbod. De organisatoren voelden zich onvoldoende gesteund door de politie en gemeente om de herdenking echt door te laten gaan. ‘It’s complicated’, zegt de in Israël geboren Yuval Gal. Hij draagt een keppeltje in de kleuren van de Palestijnse vlag.
We zijn ‘antizionistische Joden’, zegt Ayala Levinger, een keffiyeh, een Palestijnse geblokte sjaal, om haar hals. In Nederland behoor je dan tot de ‘verkeerde Joden’, stelt ze, want mensen verwachten dat je zionistisch en pro-Israël bent.
Als het gaat over donderdag, dan begint Ayala over framing. Beelden van Maccabi-supporters die rellend met planken door Amsterdam trokken, kregen naar verhouding weinig aandacht in de media. Haar oma overleefde Auschwitz, ze heeft familie in Israël, ‘de kloof met hen is groot geworden’.
Het gaat hier niet alleen over de honderden Joden die om het leven kwamen bij de pogrom in 1938, om de 1.400 gebedshuizen die in vlammen opgingen terwijl de autoriteiten wegkeken, maar ook over ‘genocide’ in Gaza. Nooit meer Kristallnacht, ‘voor niemand’, benadrukken de hooguit vijftien aanwezigen. Agenten kijken toe.
Groningen, een stad met een grote Joodse gemeenschap, liet zondag indrukwekkend zien hoe het moet, Kristallnacht herdenken in tijden van polarisatie. Je gaat als gemeente het herdenken niet uit de weg, nee, je nodigt de hele stad uit om over de stolpersteine in de Folkingestraat langs de synagoge te lopen.
Op vrijdag, daags na de ‘gebeurtenissen’ in Amsterdam, begreep CDA-fractievoorzitter Jalt de Haan dat de organisatoren van de plaatselijke Kristallnachtherdenking aarzelden vanuit een ‘gevoel van onveiligheid en spanning’: moest de stille tocht wel doorgaan?
De Haan is schoolmeester. Met zijn leerlingen bezoekt hij regelmatig in de Groningse synagoge. Eigenlijk zouden alle schoolkinderen daar een keer naartoe moeten, vindt hij, de verhalen horen over de vroegere Joodse wijk, waar zoveel bewoners door de nazi’s zijn omgebracht. ‘Het beste medicijn tegen antisemitisme is onderwijs.’
Meteen zocht hij contact met de andere fractievoorzitters, ‘laten we hier als politiek, van rechts tot links, van PVV tot Partij voor de Dieren, achter gaan staan. En laten we iedereen uitnodigen.’ Groningse dominees deden vanaf de kansel een oproep om de stille tocht bij te wonen.
In de stoet gaat slechts één spandoek mee, ‘Kristallnacht nooit meer, voor niemand!’ Een tekst die ook goedkeuring zou hebben gekregen van de aanwezigen bij het Joodse verzetsmonument in Amsterdam.
Francien Jonk, een van de ruim vijfhonderd mensen die met haar familie meeloopt, vertelt hoe ’s ochtends het gesprek met haar volwassen schoonkinderen op de Kristallnacht kwam, een onderwerp dat normaal niet ter tafel komt. ‘We waren ervan overtuigd, we gaan hierheen. Juist nu.’
Maar ze realiseert zich: vanuit Groningen is het gemakkelijk praten. ‘Herdenken in Amsterdam, dat is anders, dat vergt moed.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant columns