Het noorden van Gaza wordt in alle opzichten afgeknepen. Mensen in het gebied krijgen geen hulp, geen voedsel, en ook: geen water. ‘Israël gebruikt watergebrek als oorlogswapen’, zegt Monther Shublaq, directeur van het waterbedrijf van Gaza.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
Troebel water – bruin, slijmerig water met een smerige geur, dat in plassen langs de weg staat. ‘Water dat je niet eens aan dieren zou durven geven’, zegt Monther Shublaq. ‘Dat is wat mensen in Gaza nu drinken. En als ze zichzelf willen wassen, is er niets anders dan zeewater.’
Shublaq vindt het lastig om te omschrijven hoe hij zich hierbij voelt. Machteloos natuurlijk. En heel boos. Maar het doet vooral pijn. Extra veel pijn omdat Shublaq zich al als directeur van het waterbedrijf van Gaza (de Coastal Municipal Water Utilities of CMWU) al jarenlang inzet om de bevolking van schoon water te voorzien. Maar zeker 80 procent van alle logistiek die onder zijn beheer valt, is tijdens de oorlog verwoest.
‘De waterputten en de ontziltingsinstallaties, de reservoirs en de leidingen, de rioolpompen en de afvalwaterzuiveringsinstallaties’, somt Shublaq op tijdens een kort bezoek aan Nederland, ‘vrijwel alles is beschadigd of vernietigd. En laten we duidelijk zijn: dat zijn geen ongelukken – Israël gebruikt watergebrek als oorlogswapen.’
Hij heeft er zelf middenin gestaan, vertelt Shublaq, toen Israël gebouwen van zijn eigen organisatie vernietigde. Aan het begin van de oorlog was hij samen met zijn gezin naar het zuiden van Gaza gevlucht, en bivakkeerde hij met talloze anderen in een magazijn van de CMWU. Shublaq dacht dat het een veilige locatie was, de coördinaten van het gebouw waren doorgegeven aan de Israëliërs en hett pand zou niet worden gebombardeerd.
Toch gebeurde dat wel. In de nacht van 22 op 23 januari spatte een muur uit elkaar toen het gebouw werd geraakt door een bom. Mensen renden weg in hun pyjama’s, terwijl een Israëlische helikopter op de vluchtende massa schoot. ‘Het was apocalyptisch’, vertelt Shublaq. ‘Alles stond in brand, de omgeving werd gebombardeerd en om mij heen vielen zes mensen dood op de grond.’
Nadien heeft Shublaq geprobeerd een verklaring van Israël te krijgen: waarom dit pand van de nutsvoorziening toch werd gebombardeerd. ‘Het antwoord was hetzelfde als bij talloze andere incidenten’, vertelt hij. ‘Bij de vernietiging van het waterreservoir in Rafah in juli bijvoorbeeld, of bij de dood van vier van mijn ingenieurs vorige maand die met goedkeuring van de Israëlische autoriteiten onderweg waren om reparaties te verrichten, maar toch werden beschoten. De gebeurtenis wordt nog onderzocht, zegt Israël dan, en vervolgens hoor je er nooit meer iets over.’
Hulporganisatie Novib (een strategische partner van de CMWU) trok deze zomer al de conclusie dat watergebrek als oorlogswapen werd ingezet. In een rapport werd toen geschat dat Gazanen het gemiddeld met 4,74 liter water per dag moesten doen. Om een idee te geven: als wij in Nederland de wc doorspoelen, verdwijnt er zes tot acht liter in het riool.
Dat was toen, zegt Shublaq, maar op dit moment zijn de cijfers een beetje anders. In het zuiden van Gaza is het iets beter geworden en hebben inwoners 9 tot 12 liter per dag. ‘In het noorden, dat door Israël volledig is afgesloten van de buitenwereld en zwaar onder vuur ligt, is het erger. Ik gok dat mensen daar over niet meer dan 3 liter water per dag beschikken.’
Begin vorige maand is Israël een nieuw offensief gestart in het noorden van de Gazastrook, omdat Hamas zich in het gebied zou hergroeperen. Burgers kregen te horen dat zij zo snel mogelijk moesten vertrekken naar het zuiden. De aanvoer van hulpgoederen (dus ook van voedsel, water en brandstof) is sinds begin oktober vrijwel geheel geblokkeerd. Tal van mensenrechtenorganisaties (waaronder ook Israëlische) waarschuwden de afgelopen weken dat er een ‘etnische zuivering’ plaatsvindt. Ondertussen dromen de extreemrechtse coalitiepartners van de Israëlische premier Netanyahu hardop over het koloniseren van het gebied.
Constant komen er berichten naar buiten over zware bombardementen en vele slachtoffers. Dat kunnen echter geen burgers zijn, liet de Israëlische brigadegeneraal Itzik Cohen vorige week weten, want die hebben opdracht gekregen naar het zuiden van Gaza te vluchten. Iedereen die is achtergebleven, wordt door Israël gezien als een strijder, en daarmee als een legitiem doelwit.
Louise Wateridge, woordvoerder van het VN-agentschap voor de Palestijnen, de UNRWA, liet vorige week op sociale media zien hoe Gaza-Stad er tegenwoordig uitziet: een eindeloos grijs maanlandschap met kapotgeslagen gebouwen en verlaten straten vol puin. ‘Je kunt met geen mogelijkheid vertellen waar de vernietiging begint, en waar deze eindigt’, schreef zij. ‘Vanuit welke richting je Gaza-Stad ook binnenkomt; woningen, ziekenhuizen, scholen, moskeeën, appartementen, restaurants – alles is met de grond gelijkgemaakt. Een volledige samenleving is een begraafplaats.’
Het duizelingwekkende aantal mensenlevens dat deze oorlog heeft gekost, wordt nog steeds geturfd: afgelopen zaterdag meldde het door Hamas gecontroleerde ministerie van Volksgezondheid dat er in totaal meer dan 43.500 mensen zijn gedood. Een dag eerder liet het bureau voor de mensenrechten van de Verenigde Naties (OHCHR) in een nieuw rapport weten dat bijna 70 procent van de slachtoffers vrouwen en kinderen zijn. Kinderen tussen de 5 en 9 jaar zouden het meest zijn omgekomen – vooral onder de brokstukken van woningen.
In weer een ander rapport waarschuwde het Famine Review Committee van de Verenigde Naties vrijdag dat een hongersnood in het noorden van Gaza ondertussen ‘erg waarschijnlijk’ is. ‘Een aantal maanden geleden overleefden we door gras te eten’, zegt een inwoner van Gaza tegen The Washington Post. ‘Nu groeit zelfs dat hier niet meer.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant