De overwinning van Shell in de klimaatzaak biedt ook perspectieven om bedrijven in de toekomst juridisch te blijven aanpakken, zegt hoogleraar internationaal milieurecht Jonathan Verschuuren (Tilburg University).
‘Ik ben vooral trots op onze rechtspraak’, reageert Verschuuren. ‘Zowel de uitspraak bij de rechtbank als deze van het hof zijn goed te volgen en uitgebreid onderbouwde redeneringen over ingewikkelde juridische en wetenschappelijke afwegingen.’
Maar de eerste uitspraak verloor Shell, deze wint het bedrijf. Hoe kunnen dan beide uitspraken zo goed zijn?
‘De winst van de eerste uitspraak was vooral dat de rechtbank voor het eerst bevestigde dat een bedrijf via de civiele rechtbank aan klimaatdoelstellingen gehouden kan worden voor het schenden van mensenrechten. Dat was een doorbraak omdat daarvoor alleen overheden die verplichting hadden. Je ziet ook dat die uitspraak in de hele wereld tot andere rechtszaken heeft geleid.
‘Het hof bevestigt dat de rechtbank terecht heeft gezegd dat Shell verantwoordelijk is die mensenrechten te beschermen. Maar het verschil is dat de raadsheren zich in deze uitspraak nog veel nauwkeuriger dan de rechtbank hebben verdiept in consequenties die dat heeft voor de zogenoemde Scope 3-uitstoot, de CO2 die wordt uitgestoten door klanten van Shell.
‘Het hof maakt heel goed duidelijk dat het onmogelijk is voor een civiele rechter om goed te bepalen welk percentage een oliebedrijf precies moet hanteren. En ook dat het voor het klimaat niet veel zou uitmaken als Shell veroordeeld wordt, omdat andere bedrijven dan de plek van Shell zouden innnemen.’
Dat levert toch wel een pijnlijke uitspraak op. Het hof erkent dat Shell verantwoordelijk is, maar toch verliest Milieudefensie de zaak.
‘Dat is zo. Maar het biedt toch ook wel handvatten om bedrijven kritisch te volgen. Het hof bevestigt namelijk nogmaals dat bedrijven de plicht hebben om mensenrechtenschendingen te vookomen. Het verwijst daarbij niet alleen naar wat Shell daar zelf over heeft gezegd, maar ook naar richtlijnen en documenten van onder meer de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, red.)
‘Het hof hangt Shell expliciet op aan de doelstellingen die het bedrijf zelf heeft gesteld om de uitstoot in Scope 3 terug te dringen. In de uitspraak staat een overzicht van die doelen en die zijn echt behoorlijk ambitieus. Zo wil Shell zelf in 2035 45 procent minder uitstoot van Scope 1,2 en 3 hebben. Dat was wat Milieudefensie eiste, maar dan vijf jaar later.
‘Deze uitspraak geeft clubs als Milieudefensie dus de mogelijkheid om Shell en andere bedrijven weer aan te klagen wanneer ze hun eigen ambities op milieuvlak niet nakomen. Dat kan denk ik ook buiten klimaatvraagstukken consequenties hebben. Voor bedrijven die pfas uitstoten bijvoorbeeld, of bedrijven die landbouwbestrijdingsmiddelen maken.’
Maar het blijft Shell, en andere bedrijven kunnen wel nieuwe olie- en gasvelden blijven aanboren, terwijl het hof erkent dat daardoor de kans groot is dat de aarde boven de gevaarlijke 1,5 procent opwarming uitkomt. Hoe kun je dat als klimaatactivist nog wel voorkomen?
‘Juridisch gezien is de route daarvoor toch via de overheid. Vorig jaar is tijdens de klimaattop in Dubai bijvoorbeeld afgesproken dat de wereld ‘op een rechtvaardige en ordelijke manier de transitie moet inzetten weg van fossiele brandstoffen’. Een tekst die voor meerdere uitleg vatbaar is, maar zo’n verdrag biedt wel kansen om overheden aan te spreken die vergunningen afgeven om nieuwe olie- en gasvelden aan te boren. En natuurlijk is er ook nog een andere manier om de overheid bij te sturen: stemmen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant