Het Hof heeft dinsdag het vonnis vernietigd in de zaak die Milieudefensie tegen Shell heeft aangespannen. Shell heeft weliswaar een verplichting zijn uitstoot van broeikasgassen te verminderen, maar kan niet verantwoordelijk worden gehouden om ook de uitstoot van zijn klanten met een specifiek percentage te reduceren, aldus het Hof.
is economieredacteur voor de Volkskrant en specialist op het gebied van de energietransitie.
Milieudefensie wilde Shell (een van de grootste uitstoters van broeikasgassen ter wereld) via de rechter dwingen zijn emissies in lijn te brengen met het klimaatakkoord van Parijs. Dit betekent een CO2-reductie met 45 procent voor 2030.
Om dit doel te bereiken, mag het energieconcern wat Milieudefensie betreft geen fossiele bezittingen verkopen, omdat de bijbehorende CO2 dan via een andere partij alsnog het klimaat belast. Ze moeten daarom worden ontmanteld, vindt de Amsterdamse organisatie.
Shell is het op bijna alle onderdelen faliekant oneens met Milieudefensie; het energieconcern stelt dat niet de rechter, maar alleen overheden reducties mogen opleggen aan bedrijven en dat het aanpakken van een enkele onderneming het klimaat niet helpt, omdat andere partijen meteen in het gat zullen springen.
Milieudefensie betoogt juist dat de uitstoot wel zal afnemen: Shell is zo groot dat anderen niet zomaar de fossiele activiteiten kunnen vervangen. Shell weet bovendien al decennia dat CO2-emissies een bedreiging vormen voor het leven op aarde. Het heeft in al die tijd nooit genoeg stappen gezet om de emissies van broeikasgassen te verminderen, aldus Milieudefensie.
Verder vindt de milieuorganisatie dat veel overheden niet in staat zijn zich te verweren tegen de macht van Shell. Om deze reden klopt de club niet aan bij regeringen, maar bij de rechter, die ‘het laatste bastion’ is om de rechten van kwetsbare burgers te beschermen.
In 2021 gaf de rechtbank van Den Haag Milieudefensie gelijk. Shell (toen nog Royal Dutch, nu volledig Brits) moest zijn uitstoot inderdaad met 45 procent verminderen. Dit was een eclantante overwinning voor Milieudefensie.
De rechtbank oordeelde toen ook dat het energieconcern op basis van mensenrechten een eigenstandige verplichting heeft ‘het zijne te doen om gevaarlijke klimaatverandering tegen te gaan’.
De rechter maakte in 2021 onderscheid tussen de uitstoot die Shell zelf veroorzaakt en emissies die afkomstig zijn van klanten, die benzine, kerosine en diesel tanken bij Shell, of die aardgas afnemen. Shell moest de eigen uitstoot (bijvoorbeeld voor kantoren en boorplatforms) met 45 procent verminderen, iets wat het concern zegt te doen.
Voor de overige emissies legde de rechter Shell een ‘zwaarwegende inspanningsverplichting’ op. Wat de juridische betekenis is van deze verplichting, was lange tijd onduidelijk. Bovendien valt 95 procent van de uitstoot in de zogenoemde scope 3, die wordt veroorzaakt door klanten die olieproducten verbranden. Een heet hangijzer was daarom wat het Hof over deze scope-3-emissies zou zeggen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant