Een nieuwe, onafhankelijke toezichthouder moet controleren of de politie zich bij het plaatsen van burgers op geheime terroristenlijsten aan de wet houdt. Dat vindt Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen, die onderzoek deed naar zogeheten CTER-registraties.
is onderzoeksjournalist bij de Volkskrant met als specialisatie cybersecurity en inlichtingendiensten.
Burgers van wie het vermoeden bestaat dat ze zijn geradicaliseerd, kunnen zo’n CTER-registratie op hun naam hebben staan. De betrokken personen weten vaak niet dat ze staan gesignaleerd en komen voortdurend in de problemen, bijvoorbeeld tijdens internationale reizen.
De ombudsman vindt het toezicht op de lijsten ‘niet goed’ georganiseerd, waardoor de rechten van burgers worden geschonden, zegt hij tegen de Volkskrant. Van Zutphen pleit daarom voor een toezichthouder zoals de CTIVD, de onafhankelijke commissie die permanent bekijkt of inlichtingendiensten AIVD en MIVD zich aan de wet houden. De ombudsman: ‘Een capabele toezichthouder die in alle systemen kan meekijken.’
De laatste jaren zijn tientallen Nederlanders in verschillende landen – veelal Turkije – zonder opgaaf van redenen ondervraagd en werd hen de toegang tot het land ontzegd. Als ze in Nederland navraag deden bij politie en andere autoriteiten of ze gesignaleerd stonden, kregen zij maar moeizaam informatie los.
De Volkskrant schreef deze zomer over de bekende fotojournalist Sakir Khader, die sinds 2017 te maken heeft met intimidatie en urenlange ondervragingen op internationale luchthavens. Hij kreeg zonder toelichting een levenslang inreisverbod voor Turkije. In 2023 kwam hij erachter dat hij, net als tientallen andere Nederlanders, op een Amerikaanse terroristenlijst staat. Hoe hij daarop is gekomen, weet hij niet. ‘Ik word als een verdachte behandeld, maar ik ben onschuldig’, zei hij.
Vanaf 2010 begon de Nederlandse politie gegevens te noteren van potentiële uitreizigers naar jihadistische gebieden. Iedere agent kon bij vermoeden van radicalisering een melding doen en een naam doorgeven. Toen vanaf 2014 het aantal uitreizigers naar het kalifaat in Syrië toenam, ging de politie die informatie bundelen in de zogeheten LOP-lijst. Veel van de personen die op deze geheime lijst stonden, waren nooit verdachte geweest en wisten zelf niet dat hun gegevens rondgingen. De politie deelde de namen van in totaal vierhonderd burgers tot 2018 met Schengenlanden en Europol, maar ook met Turkije en de Verenigde Staten. Daar gingen ze een eigen leven leiden.
Hoewel de lijst na 2018 niet meer integraal wordt gedeeld, bleven talloze personen hinder ondervinden, onder meer in Turkije, Panama en Sri Lanka. Op de Amerikaanse terroristenlijst staan inmiddels zo’n twee miljoen mensen die zelf niet kunnen verzoeken om daarvan te worden verwijderd. Een deel van die lijst, enkele tienduizenden namen, delen de VS weer met Nederland, dat op dit moment enkele honderden personen actief monitort.
De ombudsman noemt het systeem een ‘black box’: burgers weten niet dat ze op een geheime lijst staan en met welke instanties of landen hun data zijn gedeeld. Van Zutphen: ‘We weten dat er mensen op die lijsten staan die er niet op horen.’ Als burgers vervolgens in de problemen komen, is het onduidelijk bij wie ze moeten aankloppen. ‘Ze moeten een soort fishing-expeditie opzetten: hoe komt het dat ik word geweigerd? Bij wie moet ik zijn? En zelfs als ze antwoorden krijgen op inzageverzoeken, weten ze niet of die wel juist zijn.’ Dat zorgt voor wantrouwen.
Van Zutphen vindt dat de overheid een blinde vlek heeft voor de soms ernstige gevolgen van onterechte registraties. ‘Er heerst een sterk geloof in eigen kunnen. Een idee dat de balans tussen nationale veiligheid en mensenrechten goed is. Maar het kan echt nog veel beter. Ik corrigeer dat zelfbeeld.’ De ombudsman heeft zijn aanbevelingen tot verbetering gestuurd naar verantwoordelijk minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel (VVD).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant