Home

Wie wat wil van de wereld zal ook iets moeten betekenen voor de wereld

Het kabinet presenteert de bezuiniging op de ontwikkelingshulp als een efficiencyslag, maar dat kan de ware aard niet verhullen.

‘De westerse landen worden steeds rijker en hebben dus meer te verliezen. Ze voeren een naar binnen gekeerde politiek: strengere toelatingseisen voor asielzoekers en minder geld voor ontwikkelingshulp.’

Dat was maandag niet de reactie van een van de ontwikkelingsorganisaties die net hadden vernomen dat hun overheidssubsidie voor een groot deel wordt ingetrokken. Het citaat is 34 jaar ouder, van toenmalig PvdA-minister Jan Pronk van Ontwikkelingssamenwerking.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Van bezuinigingen was destijds geen sprake. Pronks zorgen gingen dan ook nog niet zozeer over zijn eigen land, maar over andere landen. De regering zag Nederland in die dagen nog als missieland, diep doordrongen van de noodzaak om tenminste een klein deel van de net verworven naoorlogse welvaart te delen met regio’s die het minder goed hadden getroffen.

Pronk hoefde nog maar even te wachten voordat ook hier de tegenwind zou opsteken. VVD-leider Frits Bolkestein begon in 1994 met zijn verzet, met in zijn hand een rapport van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking waaruit bleek dat er nauwelijks werd gerapporteerd over wat er met het geld gebeurde. ‘Daarmee is ontwikkelingshulp op de middeleeuwse aflaat gaan lijken’, aldus Bolkestein. ‘Wij laten ons aanpraten dat onze rijkdom de oorzaak van hun armoede is. Daarom voelen wij ons schuldig. En daarom moet het geld de deur uit.’

Sindsdien is het debat over nut en noodzaak van de hulp nooit meer gaan liggen. Het budget is door de jaren heen diverse keren verlaagd en Rutte II verbond de post nadrukkelijk aan ‘Buitenlandse Handel’, om te benadrukken dat het geen eenrichtingsverkeer meer mocht zijn. Sinds enkele jaren gaat een fors deel van het budget naar de asielopvang in Nederland.

Het kabinet-Schoof markeert nu een nieuw omslagpunt. De bijl gaat erin. Minister Reinette Klever wekte in haar brief aan de Kamer maandag de indruk dat het een rationele beslissing is. Liever financiert ze maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden voortaan direct, zonder tussenkomst van Nederlandse ngo’s: ‘Dit is het meest concreet en meetbaar.’ Ze denkt het geld zo ‘aanzienlijk efficiënter’ te kunnen inzetten.

Doelmatigheid en efficiëntie, wie kan daartegen zijn? In de praktijk blijft van dat streven echter weinig over nu het gepaard gaat met een bezuiniging van ruim 70 procent op het vijfjaarsbudget van de Nederlandse organisaties. Het is immers niet zo dat het bespaarde geld op een andere manier ten goede komt aan ontwikkelingshulp. En over de manier waarop Klever dan zelf de doelmatigheid van het resterende geld gaat controleren, bleek zij maandag bovendien nog niet te hebben nagedacht, erkende zij in de Telegraaf: ‘Goed punt. Dat moeten we nog uitwerken.’

Het kale feit is dat het kabinet grote internationale en diplomatieke ambities heeft en met name over het immigratiebeleid wil heronderhandelen binnen de EU en de VN, maar niet in de gaten heeft dat het zichzelf in de voet schiet als het intussen overal alleen het Nederlandse eigenbelang vooropzet. Wie wat wil van de wereld zal ook iets moeten betekenen voor de wereld.

Jan Pronk krijgt, na 34 jaar, zijn gelijk: een benauwd, naar binnen gekeerd wereldbeeld heeft ook hier het landsbestuur in de greep.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next